O lelijk Brussel

De Standaard gaat in de komende weken in de reeks O lelijk België op zoek naar de lelijkste plekjes van België. Van de ongeïnspireerde hoogbouw die onze kustlijn flankeert tot protserige villa’s en kneuterige pastorijwoningen te lande: er is keus te over. Maar wat is het toppunt van lelijkheid in Brussel?

Lelijk België is in. Ugly Belgian Houses is een bijzonder succesvolle Facebook-pagina van Hannes Coudenys, die intussen ook al een fotoboek heeft voortgebracht. Dit voorjaar pakte Canvas uit met de driedelige serie Archibelge, het lelijkste land. De eerste aflevering ging over Brussel, een verhaal van pijnlijke littekens en verwoesting van cultureel-historisch erfgoed, maar ook van een veelheid aan identiteiten en een doe-het-zelfmentaliteit.

Renaat Braem noemde België ooit een lappendeken dat door gekken aan elkaar genaaid is. Fotograaf Michiel Hendryckx wijt de lelijkheid in België aan een ver doorgedreven individualisme: de Belg bouwt gewoon zonder zich iets van de rest aan te trekken en de steden doen hetzelfde. Hoewel Hendryckx Brussel schromelijk over het hoofd ziet, geldt dat ook voor het hoofdstedelijke gewest, waar de autonome gemeenten steeds een eigen koers wilden varen en de inwoners – met de spreekwoordelijke baksteen in de maag – zich niet veel gelegen lieten aan het algemene belang. De complexe politieke constructie en het gebrek aan visie zijn niet bevorderlijk voor een coherente stedenbouw.

Iedereen kan wel een aantal lelijke plekken in de stad bedenken. De Standaard vraagt aan zijn lezers foto’s te uploaden. Jonas selecteerde – niet ten onrechte – het Muntcentrum in de Anspachlaan. “Dit is een schoolvoorbeeld van hoe een prachtige stad vol art nouveau en statige herenhuizen in de jaren 50, 60 en 70 compleet werd verlelijkt door ondoordacht (of niet-bestaand) beleid en daaruit voortvloeiend vrij spel voor projectontwikkelaars.” Het doet denken aan de stelling van Geert van Istendael in Arm Brussel dat de hoofdstad zichzelf onophoudelijk heeft “vernield, verscheurd, opengebroken, besmeurd en verkracht”, uit geldgewin, door wanbestuur, in naam van de vooruitgang en ter meerdere eer en glorie van België en Europa. Ook het Schumanplein, de rosse buurt aan het Noordstation en een bushalte in de Bergensesteenweg in Anderlecht zijn inmiddels getipt.

Het valt op dat bij de door de krantenlezers geselecteerde foto’s ook heel wat nieuwere ambitieuze architectuurprojecten zitten, zoals het Concertgebouw in Brugge, het Justitiepaleis in Antwerpen, de Stadshal in Gent en de nieuwe hoofdzetel voor de Raad van de Europese Unie in Brussel. Ligt dat aan hardnekkig conservatisme (vroeger was het beter!) en gemakkelijk populisme (allemaal met geld van de belastingbetaler!) of zit het probleem dieper? Want aan het einde van de rit gaat het er niet zozeer om of gebouwen mooi of lelijk zijn. Het is veel belangrijker dat ze geïntegreerd zijn in het geheel, dat ze hun functie vervullen en dat ze levenskwaliteit bieden. Of zoals de nieuwe Brusselse bouwmeester Kristiaan Borret verklaarde in een interview met Brussel Deze Week: “Een goed werkend plan is even belangrijk voor de architectuur van een stad als een mooie façade.”

Share

AboutTom

Nieuwe Brusselaar met een passie voor taal, cultuur en journalistiek. Geboren in Sint-Niklaas. Studeerde Germaanse talen in Gent en woonde na zijn studie zes jaar in Berlijn. Houdt zich beroepsmatig bezig met beleid en communicatie binnen de Vlaamse overheid.