Free 54

Een groep jongeren en pleingebruikers voerde gisteren actie onder de noemer Free 54 – Free for all. De betogers vragen het stadsbestuur om het Sint-Katelijneplein weer publiek te maken en te investeren in kwalitatieve openbare ruimte. Het opiniestuk is van Pepijn Kennis, de foto’s van Isabelle Marchal. De groep heeft een eigen Facebook-pagina.

Een publiek plein is een plein waar jij en ik mogen zijn. Schepen Marion Lemesre (MR) en het stadsbestuur privatiseerden begin deze zomer een groot deel van het Sint-Katelijneplein, ook Cinq-Cath’ of ‘54’ genoemd. Ze pootten er terrassen neer. Daar kan je nu enkel zijn als je bereid bent te betalen.

Het Sint-Katelijneplein is sinds jaar en dag een echt publiek plein. Wekelijks komen er honderden jongeren samen om te ontspannen en om van hun stad te genieten. Voor veel Brusselaars is het plein de tuin die zij niet hebben. Het is al jaren een van de plaatsen waar iedereen elkaar ontmoet en gewoon zichzelf kan zijn. Cafégangers, toeristen, daklozen en feestvierders vinden er elk hun plek.

Het Sint-Katelijneplein is een publieke ruimte waar alle Brusselaars en bezoekers ongeacht leeftijd, taal of geld in het openbaar kunnen leven. Het is een ontmoetingsplaats om samen te spelen, lachen en praten. Om samen te eten, drinken en dansen. Een plaats om op adem te komen. Zelfs de Lonely Planet erkent dit traditioneel karakter en deze typisch Brusselse mix als waardevol erfgoed. Ook Jacques Brel bezong al hoe op het plein gedanst werd. Het stadsbestuur neemt deze ruimte nu af van haar gebruikers, maar de inwoners van de stad zelf gaan hier niet mee akkoord.

Een paar weken geleden verkocht het stadsbestuur een groot deel van het Sint-Katelijneplein aan horeca-uitbaters. Toelatingen voor terrassen werden bedongen in achterkamertjes, zonder communicatie naar de bewoners en gebruikers, zelfs zonder stedenbouwkundige vergunning. Terrassen en parasols schoten begin juli als paddenstoelen uit de grond. Sindsdien zijn de honderden gebruikers van het plein er niet meer welkom tenzij ze consumeren. De publieke banken werden door restaurateurs geprivatiseerd als werktafels of door de stadsdiensten weggehaald.

De politie treedt op vraag van de restauranthouders systematisch op om ‘overlast’ op te lossen. Zij probeert de niet-consumerende mensen van het plein weg te jagen. Van de publieke ruimte gebruik maken met een hapje en een drankje mag blijkbaar enkel als je geld genoeg hebt om het aan een terrastafel te doen. Of om een GAS-boete te betalen. Wie betaalt, mag het plein gebruiken, wie niet in het plaatje thuishoort, moet opkrassen.

Het plein is duidelijk verkocht. Deze invulling van een publieke ruimte gaat regelrecht in tegen het positieve recht op de stad: een stad van iedereen, een stad voor iedereen. De stad maakt deze privatisering niet alleen mogelijk, ze ondersteunt het actief. De restauranthouders krijgen subsidies toegestopt om een terras te plaatsen, geld dat nooit klaar lag om publieke infrastructuur zoals de banken, urinoirs en waterkranen te repareren. De agenda van het stadsbestuur is duidelijk: geen plaats voor haar bewoners, maar wel voor de volgzame en rijkere consument.

Het Sint-Katelijneplein heeft zo een sterke identiteit dat het zich niet laat doen. Het heeft zelfs een eigen roepnaam: 54, of cinq-quat’. Er wordt volop ondernomen, georganiseerd en gemaakt. ’54’ is ondertussen thuishaven van een vijftal hiphopgroepjes, enkele jeugdhuizen, een socioculturele organisatie, een feestcollectief, een zelf uitgebouwde geluidsinstallatie, een kunstmagazine, en nog veel meer.

Deze en andere actievoerders bezetten het plein al anderhalve maand elke vrijdagavond. Ze vervangen continu de verdwenen zitbanken door zelfgebouwde exemplaren, ook als restauranteigenaars deze vernietigen. Ze maken muziek, spelen, bouwen, tekenen, eten, drinken en delen. Brussel laat politie, politiek en poen zijn plein niet bezetten.

De actievoerders vragen aan het stadsbestuur het publieke plein terug te geven aan haar gebruikers. Daartoe moet het de terrassen weghalen waar ze nu staan. Er moeten minstens evenveel zitbanken terugkomen als er weggehaald werden, en de waterkraan en waterleiding aan de openbare urinoirs moeten in orde gebracht. Picknickbanken voor niet-consumenten en openbare toiletten zijn verdere dromen. Een sociaal stadsbestuur moet inzetten op kwalitatieve openbare ruimte die vrij is om te gebruiken voor iedereen. Brussel is een mix, en die verdient respect. Plaats voor terrassen is er elders genoeg.

Share