Welkom in Molem Capitale

Hans Vandecandelaere wil met zijn nieuwe boek krabben aan de vooroordelen over Molenbeek. Twee jaar veldonderzoek leerde hem dat Oud-Molenbeek meer lijkt op een vlekkenschilderij van Jackson Pollock dan op een rechtlijnige Mondriaan. In De Vaartkapoen stelde de historicus en Brusselkenner gisteren zijn nieuwe worp voor.


Oud-Molenbeek telt 18.500 inwoners en ligt geprangd tussen het kanaal en het Westelijk Ringspoor. In de middeleeuwen was het een dorp met weiden en graanvelden rond een klokkentoren en een steenweg die Brussel met het graafschap Vlaanderen verbond. Nu is de druk bevolkte stadswijk volgens de mediaberichtgeving een te mijden plek, geteisterd door onveiligheid, verloedering en islamfundamentalisme.

Superdiversiteit troef

Vandecandelaere doorprikt dat stereotiepe beeld. Zeker, Oud-Molenbeek maakt deel uit van de Brusselse ‘arme sikkel’ en kreunt onder “een verschroeiend hoge werkloosheid, slechte luchtkwaliteit, overbevolking, armoede, gebrek aan open ruimte en nijpend kleine huisvesting”. Maar hij erkent ook de dynamiek in de gemeente de afgelopen 25 jaar. In plaats van een Maghrebijnse monocultuur ontdekt hij “een nauwelijks te vatten veelheid aan ritmes van groepen en subgroepen van subgroepen.”

Molenbeek wordt wel eens bestempeld als het Marrakesh van Brussel. De realiteit is complexer. Binnen de Marokkaanse meerderheidsgroep is er veel variatie: anciens of nieuwkomers, eerste, tweede of derde generatie, migranten met of zonder papieren, inwijkelingen uit Spanje of Nederland. Bovendien maakt de migratie uit Sub-Saharaans Afrika en Oost-Europa Molenbeek meer en meer tot een superdiverse gemeente. Het restaurant Thaïmoury op het Gemeenteplein staat volgens Vandecandelaere symbool voor die ontwikkeling. De Marokkaanse uitbaters bieden er traditionele gerechten uit Thailand en Vietnam aan, maar dan wel halal.

De gelaagde werkelijkheid

Molenbeek wordt opgenomen in een grootstedelijke dynamiek. De mentale breuklijn met Brussel-stad wordt poreus. Zo trekt het Meininger-hotel in de vroegere Belle Vue-brouwerij lowbudgettoeristen uit heel Europa aan. De verlofting van de kanaalzone is ingezet. Ultima Vez, het vermaarde dansgezelschap van Wim Vandekeybus, heeft onderdak gevonden in de Zwarte Vijversstraat en rekruteert geregeld in de buurt. In 2014 was Molenbeek de culturele hoofdstad van de Franse Gemeenschap. De hiphophymne MolemCapitale zag het licht. Heel wat handelaars maakten de afgelopen tien jaar een kwaliteitssprong en ontvouwen wereldwijde netwerken, van China over Brazilië, Kameroen en de Maghreb tot de Verenigde Staten. Het sociale vangnet in de gemeente blijkt onder meer uit de vier sociale restaurants, de crèches en de charmante speeltuin van het Bonneviepark.

Maar is Vandecandelaere niet te optimistisch, vroeg ik hem tijdens de voorstelling. “Ik zie mezelf als een realist. Ik probeer met mijn onderzoek dichter bij de gelaagde werkelijkheid te komen. Met mijn nieuwe boek breng ik een boeiende dynamiek in kaart en schaaf ik de eenzijdige beeldvorming over Molenbeek bij.” En wat vindt hij van het concept ‘aankomstwijk’? “Dat moet nog verder bestudeerd worden. Niet iedereen vertrekt. Molenbeek trekt nieuwe migranten aan, maar je mag de woonvastheid van veel inwoners niet ontkennen.”

In Molenbeek is verschenen bij EPO en kost 19,90 euro. Brussel Deze Week presenteerde deze zomer bij wijze van voorpublicatie zeven uittreksels.

Share

AboutTom

Nieuwe Brusselaar met een passie voor taal, cultuur en journalistiek. Geboren in Sint-Niklaas. Studeerde Germaanse talen in Gent en woonde na zijn studie zes jaar in Berlijn. Houdt zich bezig met beleid en communicatie binnen de Vlaamse overheid en is journalist in bijberoep.