Schaarbeek, ik ben uw fan

Sara Leemans is een 25-jarige Brusselse pur sang. Ze heeft als communicatie-experte en freelance journaliste een eigen blog en schrijft voor BILL, de jongerencultuurwebsite van CJP. In De negentien bezoekt ze alle gemeenten van het Brussels Gewest. Vandaag: Schaarbeek.

Schaarbeek een gezicht geven lijkt haast een onmogelijke opdracht. Een gemeente die zo groot is, zo veel verschillende wijken rijk is, daar schieten woorden te kort. Toch deed ik een poging.

Mijn broer en zussen zaten altijd op kot in Schaarbeek. Als kleine koter mocht ik dan van tijd tot tijd eens op bezoek in de grote stad. Ik herinner me zonnige dagen in het Josaphatpark, de drukke oversteekplaats aan Meiser en een memorabele theatervoorstelling aan Chazal. Tijd om met volwassen ogen nog eens door dat stukje Brussel te trekken. Ik gooi het ditmaal over een andere boeg. Blogs staan vol met gebakken lucht over places to be, hotspots en eettenten waar je intussen geweest moét zijn, dat wordt een mens snel beu. Benieuwd?

Ik dook Schaarbeek in met een aantal echte connaisseurs: de zesdejaars van het Koninklijk Atheneum Emanuel Hiel. Ze zetten in het kader van hun geïntegreerde proef het project Public Revelations op. Een nobel initiatief, waarbij de Brusselse jongeren leeftijdsgenoten uit de rand, maar evengoed ambtenaren van de Vlaamse overheid bij de hand nemen en hen hun wijk laten zien. En ik mocht ook mee, met een fotografe in de achterhoede.

© Elke Vanoost

Het is een grauwe dag. Koud is het niet echt, maar de lucht ziet er alvast niet bijster blij uit. De pendelaars banen zich zo snel mogelijk een weg uit het Noordstation, waar ik gulzig van een koffie slurp. Iets later tref ik hier Eren en Asli, mijn gidsen, die vandaag vergezeld zijn door een vriendelijk en mondig allegaartje scholieren uit de rand, Londerzeel om iets specifieker te zijn.

We verlaten het station langs de achterkant, weg van het Rogierplein en het Bolivarplein met z’n stalen wolkenkrabbers, in de richting van de Brabantwijk. Smalle straatjes. We klauteren een van de Brusselse heuvels op en houden halt in een prachtig, groen park. De herfstkleuren komen prachtig uit, dankzij het contrast met de grijze kantoorgebouwen op de achtergrond. Toch even stilstaan.

© Elke Vanoost

Even verderop zijn de marktkramers druk in de weer met het opruimen van hun standplaatsen. Weer ben ik op een markt beland. Zelden zo’n enthousiasme gezien, wanneer ze het logge toestel van mijn fotografe in de gaten krijgen. Een jolig tafereel.

© Elke Vanoost

We houden stand bij het Schaarbeekse gemeentehuis, net als het station een architecturaal pareltje. We mogen naar binnen. Ik ben even onder de indruk van het interieur, maar eveneens van de passie waarmee de jongeren de symboliek ervan uitleggen. Ze zijn alvast goed geïnformeerd. Mooi toch, jonge mensen die met liefde over hun stad en haar geschiedenis praten?

Biermuseum klinkt misschien groots, maar dat is het in werkelijkheid allerminst. En net dat maakt het een charmante plek. De Brusselaars hebben voor ons een lunch voorbereid en ik krijg een Schaarbeekoise toegestopt. Geen nood, dat is het bier dat in het museum gebrouwen wordt. Slechts twee dagen per week opent het verborgen museum zijn deuren: op woensdag en op zaterdag. Maar voor ons doen ze een specialleke. Sympathiek.

De Sint-Servaaswijk, waar het museum gelegen is, tussen het Josaphatpark en het gemeentehuis is zonder meer prachtig. Kijk rond en je ziet prachtige voorbeelden van art-deco-architectuur, van huizen tot scholen en restaurants in nabij gelegen straatjes.

Als afsluiter zijn we te gast op de 34ste verdieping van de Brusiliatoren. Ik ben niet vaak sprakeloos, maar zo heb ik mijn stad nog nooit gezien. Het uitzicht lijkt haast tweedimensionaal. “Op een dag zonder mist kan je helemaal tot in de noordrand zien”, laat de bewoner weten. Daarna wijst hij de basiliek van Koekelberg aan en laat hij me zien waar Grimbergen ligt.

Op de terugweg, wanneer we met z’n allen tramstop Liedts en de nabijgelegen kweekvijver van artistiek talent Sint-Lukas voorbij wandelen, raak ik aan de praat met Najis. Ook zij is geboren en getogen in Schaarbeek. Ze groeide niet ver van het Josaphatpark op, “de chiquere côté van Schaarbeek’” volgens haar. Toen ze op de middelbare school startte, verhuisde ze met haar gezin naar de wijk rond de Rue de Brabant.

Najis: “Ik had daar helemaal geen zin in, ik kende de reputatie van de wijk en vond het daar vuil en gevaarlijk”. Maar de jongedame werd aangenaam verrast: “Ik woon hier nu een aantal jaren en ik ben hier heel gelukkig. Deze wijk hangt enorm aan elkaar. Iedereen kent elkaar, mensen begroeten je op straat en slaan een praatje, er zijn buurtfeesten. Een groot verschil met waar ik eerst woonde.” Ze straalt: ‘”Het is over het algemeen een heel mooie gemeente, er is altijd iets te doen, er is veel kunst en cultuur, de wijken zijn heel divers en de mensen vormen een hechte gemeenschap.” Ik had het zelf niet beter kunnen verwoorden.

Wanneer we de tocht richting Noordstation voortzetten, belanden ik en mijn fotografe midden in een Marokkaans trouwfeest. De mannen – strak in het pak – maken aanstalten om te vertrekken naar de feestlocatie, terwijl de hele straat in rep en roer staat. Er wordt gedanst en gezongen, terwijl de bruidegom zelf er eerder zenuwachtig bijloopt. Zelf werden we ook uitgenodigd, maar spijtig genoeg hadden we al andere plannen.

Schaarbeek, ik ben uw fan.

© Elke Vanoost

Share