Brussels in Conferences (1): Global Cities Societal Challenges – Brussels and Montreal

Het is jammer dat er in Brussel geen enkele (cultuur)agenda bestaat die meer dan een vijfde van de dingen opsomt die er in de stad gebeuren. Maar als je een beetje zoekt, kun je als nieuwsgierige mens bijna de klok rond naar voordrachten  luisteren en conferenties bezoeken. Meestal gratis of voor een heel kleine bijdrage. Over uiteenlopende thema’s, onder meer over Brussel. Hier duik ik in mijn notities van de voorbije maanden op zoek naar informatie, ideeën en stellingen.

4/5.2.2016 – Brussels Studies Institute: Grasping Global Cities’ Societal Challenges, comparative perspectives from Brussels and Montreal. Gratis.


Annick Germain (INRS, Montreal) vergeleek in de jaren negentig attitudes van sociale werkers in bepaalde wijken van Montreal enerzijds en in Kuregem en de Anneessenswijk anderzijds. Ze was toen verrast dat in beide steden de sociale werkers heel afstandelijk, vijandelijk en ronduit denigrerend praatten over de mensen die ze verwacht worden te helpen. Ronduit verontrustend, wat doen die mensen dan daar?  Zou dat veralgemeenbaar zijn of is het toevallig zo geweest in die twee wijken. Is het nog steeds zo?

Haar collega in dit vroeger onderzoek, Muriel Sacco (ULB), gaat nog verder en geeft het negatiefste beeld dat ik ooit over Brusselse stadsvernieuwing gehoord heb. Voor haar is het ultieme doel van de Brusselse wijkcontracten de strijd tegen de inwoners, voor gentrificatie en voor het opwaarderen van het patrimonium. Helemaal nooit zijn er realisaties in het belang van inwoners van buitenlandse origine en nooit werden allochtone zelforganisaties gesteund. De mensen die voor de wijkcontracten werken, hebben uiteenlopende vormingen tot en met landbouwingenieurs, maar bijna nooit in sociaal werk of dergelijke. In Montreal is alles beter.

Hmm, ze heeft zeker gelijk dat niet alles wat door wijkcontracten gefinancierd wordt, altijd even zinvol is en niet altijd steun van alle buren geniet, maar ik meen toch in heel Brussel voorbeelden te kennen, die heel zinvol zijn. Misschien verkijkt ze zich op Kuregem en Anneessens, maar zelfs daar zijn toch goede dingen gebeurd, met als zichtbaarste exponenten het Dauwpark en de sporthal aan de Papenvest.

Haar antwoord daarop: Het Dauwpark werd buiten de wijkcontracten gerealiseerd. Leefmilieu Brussel heeft het beheer van de gemeente moeten overnemen vanwege incompetentie. De hal aan de Papenvest werd eerst te veel aan clubs verhuurd en te doorzichtig, om voor meisjes attractief te zijn. Oké, oké, maar met de clubs was dat toen snel gecorrigeerd. Tenminste voor de jongens is er iets gebeurd. Er zijn wel tal van voorbeelden in Brussel, waar projecten en ideeën van bewoners (ook arme, ook van buitenlandse afkomst) gesteund werden.

Cristina Braschi (UCL) vergeleek stedenbouw en ruimtelijke planning in Brussel en Madrid. In Brussel hebben we het geluk dat verantwoordelijken voor planning identificeerbaar zijn. In Madrid komen burgers nooit te weten wie welke beslissing heeft genomen en ze kunnen de gang van zaken dus nog veel moeilijker beïnvloeden dan hier! De laatste jaren heeft men in Madrid op openbare pleinen systematisch banken en bomen verwijderd om mensen te hinderen er zich op te houden. Pleinen dienen enkel om er  snel overheen te rennen. Sinds de laatste verkiezingen lijkt wel alles beter te worden.

In die samenhang gaf Benoît Périlleux, directeur Studies en Planning in de gewestelijke administratie, enkele uren later een interessante opmerking. Het doorsnee-inkomen van de Brusselaar slinkt pijlsnel. De bevolking is aan het verpauperen. De veelbesproken gentrificatie is een heel marginaal en hyperlokaal fenomeen.

Nicolas Bernard (Université St. Louis, Brussel) vertelde over het nieuwe reglement van stedenbouwkundige lasten, over verplichtingen die vastgoedpromotors worden opgelegd. Men gaat weer expliciet woningen verlangen als compensatie voor nieuwbouwprojecten, niet meer enkel voor kantoorbouw en dergelijke, maar ook voor luxewoonprojecten. Maar de compensaties hoeven geen sociale woningen meer te zijn, maar “omkaderde” of “geconventioneerde”, wat een achterpoortje zou kunnen worden om eerder de lagere middenklasse dan armere mensen te bedienen. Promotoren kunnen kiezen zelf te bouwen of te betalen. Meestal zal het laatste gebeuren. Ondertussen zijn de wachtlijsten voor sociale woningen in Brussel (45.000 gezinnen) overigens langer dan het bestand aan sociale woningen (39.000). Het wordt altijd maar erger.

Los van de vorige thema’s, op een ander moment van de dag, was te horen van Geert Cochez (Visit Brussels) dat VisitBrussels big data koopt van telecombedrijven om de wegen van de eigenaars van buitenlandse gsm’s in Brussel te kunnen bestuderen. Het zou interessant zijn om daarover iets meer te horen!

… wordt vervolgd …

Share