Het circus van medeleven en hoop

Na de aanslagen van 22 maart zakten Brusselaars en sympathisanten spontaan af naar het Beursplein om in het hart van de verwonde stad te rouwen en steun bij elkaar te zoeken. Met krijtjes schreven ze hun boodschappen op de straat. Ze lieten kaarsjes branden, legden er knuffels neer. Ze omhelsden elkaar, want de haat en de angst mochten niet zegevieren. Op de trappen zag je een doorsnee van de diverse bevolking. Vlaggen van alle landen versierden het gebouw. Tussen een Marokkaanse en een Belgische vlag las je de slogan ‘Terrorism has no religion’. In de late uurtjes werd de sfeer uitgelaten. Het leven – hoe fragiel ook – was het waard om gevierd te worden en we moesten nu eenmaal met elkaar verder.

Intussen is het internationale mediacircus op het plein neergestreken. Je moet je een weg banen tussen satellietwagens en camerateams uit de hele wereld om een glimp op te vangen van de achtergelaten boodschappen. De ene tv-journalist na de andere maakt zich op voor een liveverslag of klampt een omstander aan voor een quote. Toeristen hebben de herdenkingsplaats ontdekt als tijdelijke bezienswaardigheid en nemen gretig kiekjes voor het thuisfront.

En toch. Ondanks alle mediaheisa word ik vanavond stil en krijg ik het warm van zo veel tastbare bewijzen van medeleven, solidariteit en hoop. Ik zie een Française geconcentreerd ‘Aimons-nous Bruxelles + Paris’ neerschrijven. Een groepje uit Paraguay pent ‘Je suis Bruxelles’. Elders lees ik notities als ‘Don’t let them change us’ en ‘we have still balls of steel’ (met een tekening van het Atomium  erbij). Enkele Congolezen heffen op de trappen een uitbundig lied aan. Het is niet allemaal peis en vree: de Israëlische vlag moet verdedigd worden tegen enkele boze Belgen van Marokkaanse origine die zwaar tillen aan de Palestijnse kwestie. Even verderop aan de Brouckère zie ik hoe een zwart jongetje – grote bril, een broekspijp opgetrokken – de bal verovert van zijn oudere broer en er kraaiend van plezier mee aan de haal gaat.

Als de media het Beursplein zien als symbool van een weerbare stad die er ondanks alle problemen het beste van maakt, is er nog hoop. Temeer daar onze politici gelukkig geen oorlogsretoriek hanteerden en racistische reacties bij de bevolking grotendeels achterwege bleven. Er is nog genoeg werk aan de winkel – van een betere samenwerking tussen veiligheids- en inlichtingendiensten en vervolging van geradicaliseerde jongeren tot de aanpak van ongelijkheid in wonen en werken, een bekende voedingsbodem voor extremisten. We zullen onze ballen van staal nodig hebben.

Share

AboutTom

Nieuwe Brusselaar met een passie voor taal, cultuur en journalistiek. Geboren in Sint-Niklaas. Studeerde Germaanse talen in Gent en woonde na zijn studie zes jaar in Berlijn. Houdt zich beroepsmatig bezig met beleid en communicatie binnen de Vlaamse overheid.