Zwart

Kris werkt als kleuterjuf in Molenbeek. 22 maart 2016 kwam ook bij haar hard aan. Voor Lesgeven in Brussel schreef ze haar gevoelens en gedachten neer. “Sinds dinsdagochtend heb ik het koud. Nochtans breekt de lente stilaan door. Maar de koude zit tot in mijn botten.”

Het eerste bericht bereikte ons klasje dinsdag rond halfnegen. Een mama vol tranen die vroeg ‘Juf, heb je het gehoord? Er is een bom op de luchthaven geëxplodeerd.’ Ze zei het op zo’n manier dat in één klap de rillingen over mijn hele lijf kropen. Een mengeling van angst en wanhoop en verdriet bij haar, een eerste golf van ongeloof bij mezelf. Het nieuws had lang nog niet iedereen bereikt. Ouders kwamen hun kleutertje in onze klas brengen en vertrokken onwetend richting kantoor. Het drong niet door, ook niet bij mijzelf.

En achteraf voelde dat ene zinnetje een beetje net als toen ik in de wagen op terugweg van de school de eerste berichten over 9/11 hoorde. Misschien was het een ongeluk? Of een gasontploffing? Tot wat later een collega de klas binnenkwam met het nieuws dat er een ontploffing geweest was in een metrostation en het ene station na het andere dichtging. Er was sprake van een nog een derde aanslag (op dat moment was er al geen sprake meer van een ‘toevalligheid’), treinstations sloten, het metroverkeer lag stil, Brussel was in één of anderhalf uur tijd afgesloten van de wereld rondom.

Gsm’s kwamen boven, want ook ikzelf kreeg al snel berichtjes of ik veilig was. Met al die levendige jonge kinderen rondom mij was het moeilijk om rustig te blijven. Met de regelmaat van de klok kwam er immers iemand binnen met een update. En begon het wat binnen te sijpelen bij mezelf.

(c) Eric Ostermann

Dreigingsniveau vier

Een van mijn vriendinnen werkt in hartje Brussel. Ze zal toch niet net die lijn…? Mijn broer werkt in Brussel, was hij wel veilig zo vlak bij één van de grote treinstations? Het duurde een paar uren eer ik hem kon bereiken. Mijn dochter smste ‘wat gebeurt daar allemaal, mama?’

En dan zag ik mijn onbezorgde peuters spelen. Van wie ik niet wist of hun ouders op dat moment niet net hier of daar moesten zijn, of ‘neemt die mama niet altijd de metro richting…?’ Ik werd heel ongerust. Net als alle collega’s. We hoorden dat er mensen die we kenden net op dat moment ‘s ochtends op de luchthaven waren. En het hele gsm-netwerk ging plat.

De telefoon van onze directie stond roodgloeiend en enkele keren kwam ze de klas binnen, me een papier in de hand duwend met de boodschap ‘Nu lezen, Kris’. Richtlijnen voor de speeltijd straks, een beetje duidelijkheid over wat er precies waar gebeurd was, dat niemand op dat moment Brussel binnen of buiten geraakte, en dat opnieuw dreigingsniveau vier gold. Hoe we iedereen vanavond thuis moesten krijgen, was een groot raadsel, en of we zelf naar huis konden nog een groter. Al was dat eigenlijk het minste van mijn zorgen. Een school is groot, en bovendien wonen er een paar collega’s in de buurt waar eventueel overnacht kon worden.

Leven op adrenaline

De schoolpoort ging op slot, de rest van de dag, en ‘s middags was er crisisberaad. Waarna alle ouders werden gebeld om hun kind na school op te halen, met de boodschap dat om 16 uur de deur sloot en iedereen het gebouw uit moest zijn. Op school overnachten was dus ook geen optie, bedenk ik nu achteraf.

Er werden lijsten gemaakt van alle klassen en na de school werd alles zo goed mogelijk gecoördineerd. Iedereen die vertrok werd afgevinkt, en heel wat ouders namen extra kinderen mee, kinderen van wie de ouders niet uit hun kantoor wegmochten, of ergens vastzaten door het lamgelegde openbaar vervoer. Alles verliep rustig, we slaagden erin om er als team te staan en mensen binnen en buiten te loodsen zonder chaos.

Kwam er opnieuw een sluiting van de scholen, net als na Parijs? De berichten liepen wat uiteen maar de boventoon was ‘de scholen zijn veilig, dus ze blijven open’, maar onder strenge voorwaarden. Geen uitstappen, de schoolpoorten dicht en op slot de hele dag, en geen naschoolse opvang. Ook geen kinderen die ‘s middags naar huis mochten om te eten.

We zijn al wat gewoon in Molenbeek, dus eigenlijk liep alles gesmeerd. Alleen leefden we op pure adrenaline.

Thuisblijven is geen optie

Pas ‘s avonds, toen ik aan de computer zat thuis, en mijn foto’s van de dag bekeek, mijn mails checkte, voelde ik plots hoe koud ik het had, en hoe zwart het voelde, en rolden de tranen over mijn wangen. Een lang telefoongesprek met mijn dochter hielp ons allebei. Zij staat ook in het onderwijs, maar dan in een dorp niet zo ver van huis. Voor hen was het de eerste keer dat ze ook richtlijnen van het ministerie en politie kregen, dat er een combi aan de schoolpoort stond, dat ouders hun kinderen op een andere plek in de opvang moesten halen en dat ze mama’s en papa’s probeerden te bereiken die ook in Brussel werken.

Sinds dinsdagochtend heb ik het koud. Nochtans breekt de lente stilaan door. Maar de koude zit tot in mijn botten. Al de hele week.

Dochterlief begreep absoluut niet dat onze scholen open zouden blijven, ik ook niet eerlijk gezegd, toch niet in eerste instantie, maar het stond voor mezelf al vast dat ik, ondanks mijn viervijfde statuut, toch woensdag naar school zou gaan. Thuisblijven zat er niet in. Dat kon ik niet, machteloos thuis zitten en wat nieuws horen en niets kunnen doen voor mijn kindjes, niet samen met mijn collega’s zijn op zulke momenten.

Ramen vol liefde

Die ochtend en de volgende dagen ben ik niet op het openbaar vervoer gestapt. Het was me even te veel, en bovendien was er grote chaos op metrolijnen, stations die gesloten waren, dus dan maar met de wagen naar Brussel.

Tijdens die rit rijpte het idee om straks in de klas voor te stellen om hartjes te maken en te versieren en ze aan onze klasramen te hangen. Mijn voorstel sloeg aan en de rest van de week kwamen kleuters en peuters hartjes versieren aan onze grote knutseltafel. We hingen de ramen vol, vol liefde.

Ondertussen was ook duidelijk dat al onze ouders veilig en wel waren, dat vrienden en familie veilig waren,… maar evengoed het besef dat het nooit meer hetzelfde zou zijn. Over enkele dagen zou de paasvakantie beginnen. En we wisten dat die voor heel wat mensen nooit meer, volwassenen en kinderen, nooit meer zou…

Nachtmerries

Voor onze moslimouders brak de hel helemaal los… ze voelen zich al zo gestigmatiseerd sinds Parijs, hier in Molenbeek. Alsof ze collectief zelfmoordenaars en Syriëstrijders hebben ondergebracht, of erger nog, ‘grootgebracht’… Gelukkig is onze school een mooie mengeling geworden, waar iedereen welkom is bij elkaar. Er is veel geknuffeld, veel gepraat tussen ouders onderling, veel medeleven.

Het zijn feiten op een rij. Droge feiten, als ik het zo bekijk. Al voel ik wel dat er ontzettend veel gebeurt vanbinnen. Dat er een stuk in mij heel zwart is. Twee, drie keer in die voorbije week werd ik zelf overmand door emoties. Maar de adrenaline is sterker geweest. Het gevoel van verbondenheid is groot. Wie plots de tranen in de ogen kreeg, mocht een glas water of een kop koffie gaan drinken en even de stilte opzoeken.

Slapen lukt niet meer, niet bij  mij, maar ook niet bij mijn collega’s. Heel veel van ons hebben last van nachtmerries. Allemaal te maken met de school en met de kinderen. En ikzelf slaap al een hele week elke nacht een uur of vier, dan is het op. De klap zal dus nog moeten komen, vrees ik, het volle besef waar we met zovelen aan ontsnapt zijn, maar waar anderen veel minder geluk hadden. Met een vorm van gruwel die ik persoonlijk niet kan bevatten.

Share