#NoHellhole: het Brussel van Marc Didden en Sven Gatz

Brussel zit de laatste maanden in de hoek waar de klappen vallen. Maar ook na de lockdown en de terreuraanslagen verdedigen Brussel-liefhebbers hun stad met hart en ziel. Minister Sven Gatz en columnist Marc Didden vertelden Vlaamse ambtenaren over hun Brussel op uitnodiging van het team Coördinatie Brussel. In een onderhoudende causerie in jeugdtheater Bronks probeerden ze de angst voor de hoofdstad te bezweren.

Marc Didden

Toen Marc Didden twee jaar was, verhuisde zijn gezin uit het Limburgse Hamont naar Brussel. Zijn vader ging er aan Thurn en Taxis werken als inspecteur voor de accijnzen. Zijn moeder was er niet rouwig om en sprak de legendarische woorden: “We zijn eindelijk weg uit dat strontgat.” Door het lot gedropt in de grootstad maakten de Diddens er het beste van en ze gingen op ontdekking. De zoon is er gebleven en woont al decennia lang in de Dansaertwijk, in de jaren tachtig een verloederde buurt en nu een waar paradijs voor shoppers en café- en restaurantbezoekers.

Ville secrète

Sven Gatz is geboren en getogen in Molenbeek, tussen Zwarte Vijvers en de spoorlijn van Ossegem. Zijn moeder had Frans als moedertaal, maar hij werd opgevoed in het Algemeen Nederlands. Zijn hele leven heeft zich afgespeeld “in de veilige omtrek van de Basiliek van Koekelberg”. Jette is zijn thuis. “Ik zou nergens anders willen wonen, al heb ik best sympathie voor Gent en Aalst.” Brussel heeft hij zien veranderen in een stad van minderheden, een superdiverse samenleving waarin Belgo-Belgen maar een derde van de bevolking uitmaken.

Didden vindt dat Vlamingen en Walen hun koudwatervrees moeten overwinnen en de hoofdstad moeten verkennen. Groot-Brussel is meer dan dat “ongelooflijk vervelende Manneken Pis”. Hij raadt aan om er een citytrip van te maken en in verschillende buurten rond te wandelen. Bijvoorbeeld Flagey en Ter Kamerenbos. “Brussel is een groene stad en bestaat uit een hoop dorpen waar telkens een andere sfeer hangt en een nieuwe wereld opengaat. Het is een ville secrète, waar je moeite voor moet doen.”

Geuze

De tijd is ook voorbij dat je als Nederlandstalige gestigmatiseerd wordt, vindt Didden. Je moet enkel openstaan voor andere talen, want zoals zijn vriend Josse De Pauw zegt: “Brussel is de enige stad in de wereld waar je niet weet in welke taal je iemand moet aanspreken.” Na de aanslagen sloten de Brusselaars spontaan een verbond met elkaar en waren de mensen opvallend vriendelijk voor elkaar. Bij een Portugees in Elsene kreeg hij een bord soep aangeboden.

Gatz wil als Vlaams minister voor Cultuur, Jeugd, Media en Brussel het samenwerkingsfederalisme doen werken en de segmentering opzij schuiven. In zijn visie op de stad gelooft hij in gedeeld burgerschap en samenleven op wijkniveau. Hij beseft dat Brussel zijn goede en slechte kanten heeft en dat het erop aankomt om te connecteren met stadsbewoners. Als bierliefhebber en oud-directeur van de Unie van de Belgische Brouwers vergelijkt hij de stad graag met karaktervolle oude geuze. “Om ervan te kunnen genieten, heb je een voortraject nodig, maar je wordt er rijkelijk voor beloond.”

sven_gatz

Marc Didden schreef over Brussel ‘Een gehucht in een moeras’ (2013), waarover onze recensent een kritiek schreef. Van Sven Gatz verscheen in 2008 ‘Bastaard: het verhaal van een Brusselaar’, dat nog altijd als e-book beschikbaar is.

Share

AboutTom

Nieuwe Brusselaar met een passie voor taal, cultuur en journalistiek. Geboren in Sint-Niklaas. Studeerde Germaanse talen in Gent en woonde na zijn studie zes jaar in Berlijn. Houdt zich beroepsmatig bezig met beleid en communicatie binnen de Vlaamse overheid.
  • Thijs_S

    Een ville secrète, mooi omschreven!