Domweg gelukkig in de Rue de la Vermicellerie

Een somber en vuil straatje in Molenbeek: de Vermicellifabriekstraat. Mocht ik er wonen, dan zou ik mijn adres ongetwijfeld in het Frans zeggen: Rue de la Vermicellerie. Het genot die “vermicellerie” over mijn tong te laten rollen…

Vermicellifabriekstraat 1

Het is in Brussel heel gebruikelijk dat je als Nederlandstalige bepaalde straatnamen in het Frans zegt. Zo noemt iedereen de Maria Christinastraat de rue Marie-Christine, of zelfs kortweg de Marie-Christine. Weinigen zeggen Vlaamsesteenweg, want het is een foute vertaling van Rue de Flandre. De woorden avenue en boulevard verliezen hun grandeur in het Nederlands, waar ze allebei “laan” heten. Een Brusselaar kiest de bekendste of de best klinkende naam, vaak de Franse. De Boulevard Anspach of de Anspachlaan, de keuze is snel gemaakt. Dat doet me denken aan de “Avenue du Boulevard” in Sint-Joost. In het Nederlands heet die natuurlijk niet de Laanlaan, maar de Bolwerklaan.

De Vermicellifabriekstraat. Ik passeerde er vandaag voor de tweede keer, en meteen voelde ik hetzelfde als de eerste keer. Een instant-geluksgevoel. Vermicelli, het doet me denken aan de soepen van mijn grootmoeder. Net als tapioca, een op kikkerdril gelijkend ingrediënt zonder enige smaak. Ze zijn een beetje in onbruik geraakt. Marokkanen gebruiken nog veel vermicelli in hun keuken, in soepen of in gefrituurde hapjes. Zou deze straatnaam van voor of na hun komst dateren?

Er staat geen vermicellifabriek in de Vermicellifabriekstraat. Zoals er in de betonnen Peterseliestraat geen sprietje groen groeit. Maar dat bederft de pret niet, nee, het prikkelt de fantasie.

Soms heb ik weinig nodig om vrolijk te worden. Een bordje met “Rue de la Vermicellerie” is al voldoende. Zelfs als het een troosteloos straatje is en een miezerige dag.

Deze bijdrage verscheen eerder op de blog De rode valies. Verhalen uit Brussel.

Share