De veteraan die op de been bleef

width='500'

Nationale feestdag in hartje Brussel. Aan de noordwestkant van het Warandepark zijn de straten voor alle verkeer afgesloten. Door politiecontroles te passeren kan je er te voet wel komen. De kleine ring ligt er verlaten bij, buiten de enkele toeristen die er hier wat onwennig bijlopen. Er hangt een stank van paardenmest en een enkele oude knar in militair tenue en de borst beladen met medailles haast zich naar een bijeenkomst. De formatie van de strijdkrachten te paard is net afgelopen en nu wachten paard en ruiter op de Wetstraat het begin van het defilé af.
Enkele pelotons staan er, uitgedost met pluimen op de helm. Je vraagt je af waar ze de uniformen vandaan gehaald hebben. Tot aan de Eerste Wereldoorlog is België, bij mijn weten,  niet verwikkeld geraakt in een militair conflict en de uniformen die aan het begin van de  vorige eeuw gebruikt werden zagen er wel helemaal anders uit.

Het defilé zal, net als elk jaar, het midden houden tussen een uiting van herdenken van een heroïsch verleden en de demonstratie van wie er vandaag de fysieke integriteit van het land en zijn inwoners bewaakt en beschermt. Voor er schot in de zaak komt kan je nog rustig een plaatsje zoeken aan de nadarafsluiting die langs het parcours is opgesteld. Ik hou het op ergens aan een andere kant van het park. Van oversteken is geen sprake meer. Een dubbele rij politieagenten hebben de straten  ingenomen. Met aan de schaduwkant wat meer toeschouwers, trotseert langs het park, achter de voorlopige afsluiting, een  aaneengesloten rij de brandende zon en, na verloop van tijd, raakt ook achter de spijlen rond het park een rij opgevuld.

Van veel animo is geen sprake. De onrust van de afgelopen maanden is enkel op de gezichten van agenten die de straat bewaken af te lezen. Het cordon wordt even doorbroken wanneer een flesje water wordt doorgegeven. Een kind laat drie aaneengeknoopte ballonnen met opdruk  los. De ballonnen raken al snel vast in een kabel die over de straat is gespannen. Achter mij staan twee jonge vrouwen doorlopend hun verwachting te smoren in dialoog. Ook een paar eurocraten staan reikhalzend tegen de metalen spijlen aangeleund. De man, een lijvig tijdschrift in de hand, was liever thuis gebleven. De vrouw met smaakvolle sjaal om het hoofd stond erop dat hij meekwam. Een andere man naast haar houdt het, om zich te beschermen tegen de zon,  op een papieren hoedje geplooid uit een kaart van Europa die hij eerder heeft meegenomen aan een infostand van de EU. In het park ontploffen een paar ballonnen. De zon schijnt doorlopend en de Civiele Bescherming deelt waterzakjes uit.

Het wachten wordt uiteindelijk beloond. Bijna ongezien rijdt een donkere limousine voorbij. Achter het geopende achterraam is een zwaaiende koningin zichtbaar. Van applaus is geen sprake. Na een muziekkapel te paard en een colonne ruiters volgen drie formaties marcherende oud-strijders. De ene al minder zwierig dan de ander stappen de hoogbejaarde mannen in gelid voorbij, in origineel uniform voorzien van opgenaaide labels en opgespelde decoraties. Met grote tussenpozen volgen nog een aantal colonnes van diverse legermachten. Kort na elkaar vliegen formaties met straaljagers, transportvliegtuigen en helikopters over. Volgt dan het rollende materiaal van leger, politie en civiele bescherming, ook hier wordt het geduld van de toeschouwer danig op de proef gesteld. Uiteindelijk komt onder politiebegeleiding een oplegger in zicht waarop de afrastering wordt opgeladen waardoor de straat weer vrijgegeven wordt en hier voor een jaar de militaire aanwezigheid weer tot een minimum beperkt wordt.

width='500'

Ik besluit om vanuit het Noordstation naar huis terug te keren. Ook daar is een legervoertuig aanwezig, een bewijs dat de verscherpte maatregelen volgend op de aanslagen eerder op het jaar nog niet van de baan zijn. Het inzetten van beveiliging valt terug naar een toestand van gewapende alertheid die, laten we hopen, minder en minder afschrikt.
Bij het binnenrijden in het Centraal Station was ik niet weinig verrast bij de aanblik van een passagier die ook dezelfde trein kwam nemen. Een rolstoel werd door een bereidwillige jongeling op de trein gezet, de man uitgedost in een uniform dat ik  me niet meer voor de geest kan halen, neemt plaats op een bank naast mij, samen met een vrouw die zijn dochter had kunnen zijn. Voor we het Zuidstation bereiken heeft de ouderling een klein flesje water soldaat gemaakt en begint te keuvelen met zijn begeleidster. De man sprak met een Noord-Nederlands accent en hij deed zijn dienst bij de luchtmacht. Alsof zijn kledij en eretekens niet voldoende duidelijk waren geweest, was hem een bijkomend label  opgespeld. Veteran was te lezen, in de taal die ook na de brexit de lingua franca van West- en Noord-Europa zal blijven.
Share

AboutMichel

Studeerde elektronica en werkte o.m. voor een Italiaanse multinational en de Universiteit Gent. Zoekt het de dag van vandaag in de bibliotheekwereld. Zijn voorkeur op kunstgebied gaat uit naar werken die van metier getuigen en esthetische kwaliteiten bezitten. Zijn literaire interesse richt zich voornamelijk op al dan niet vertaald verhalend proza. Heeft tevens cinefiele trekjes (Europese en Verre Oosten-cinema, documentaire film). Raakt wel eens gepassioneerd door politiek en geschiedenis.