Dag Wim!

Tegenover me zit een man op zijn smartphone. Naast me zit een vrouw op haar smartphone. Schuin tegenover me zit een vrouw met oortjes in. Ik staar wat voor me uit, naar het felgroene brede lint dat de man om zijn hals heeft hangen, met een badge eraan, waarop zijn naam, Wim Martens.

WIM-logo-400px

Waarom heeft hij zijn badge aangehouden? Als een statussymbool? Is hij een ceo, of juist niet? Vreemd wanneer een toevallige medereiziger een identiteit krijgt, al is deze relatief, want ik vermoed dat er veel Wim Martensen in Vlaanderen zijn. Hij draagt een bril en een hemd, wit met een fijn blauw streepje, daarover een antracietkleurig kostuum. Zijn haar is grijzend, zijn schedel kalend, hij heeft een klein buikje. Hoeveel mannen zouden beantwoorden aan deze persoonsbeschrijving? Erg sympathiek lijkt hij niet, maar ik heb niet veel anders om naar te kijken.

“Dag Wim!” zeg ik in gedachten en het is alsof hij me hoort. Hij kijkt op en werpt me een verwijtende blik toe. Dan kijkt hij meteen weer naar zijn smartphone. Vlak na de aanslagen ging het even beter. Toen hadden we weer oog voor elkaar, maar intussen zijn ze al te lang geleden. Nu haalt ook de dame met de oortjes haar smartphone boven. Gelukkig ben ik ter bestemming. Ik stap uit, samen met een mama die met de ene hand haar kindje en met de andere een roze fietsje vasthoudt. Ze staan voor me op de roltrap. Bovengronds fietst het kindje weg, de dag in. Wat een geluk.

Ik wandel verder en denk aan Wim. “Dag Wim!” zeg ik nog eens in gedachten en dan kruis ik iemand die dag zegt tegen mij. Bijna had ik haar niet gezien, een vriendin.

Deze bijdrage verscheen eerder op de blog De rode valies. Verhalen uit Brussel.

 

Share