Een geur die je kan vatten

©sanderdewilde.com 2010

©sanderdewilde.com 2010

Terneergeslagen gezichten brengen een ootmoedig eerbetoon aan de grauwe zondagochtend. Straatstenen, gebouwen en mensen in grijswaarden worden meegevoerd door een kwaaie alcohollucht. De capitool, vergaarbak van menselijk secreet, prikkelt de neusharen. Duizendeneen kapsels, gelaatsuitdrukkingen, ritmes, gedragingen en emoties: overdadig veel ikken plegen een aanslag op je zintuigen. Zelfvervolmaking en zelfverwezenlijking druipen in slogans en verzen van de stationsmuren af. Deze walm van menswording grijpt naar je keel. Het is een onherbergzame omgeving voor een zoekende zelf. Niets bevestigt, niets bestendigt.

Onder de bandeloze relativeringsdrift van de stem die door de intercom schalt, struin je door de krioelende mensenstroom. Als een bedelaar op zoek naar een aalmoes spreek je mensen aan: “Hoe doe je dat, zo uitbundig glimlachen, zo onbevangen van het leven genieten, zo onbevreesd een geliefde omarmen, zo uitbundig een kind vermaken?” Je speurt naar die enkele vragende blikken die zichzelf verraden, waarin je herkenning ziet en je lot aan wil verbinden. Tevergeefs.

Het metrostel nadert je enige zekere bestemming van vandaag en je maakt aanstalten om uit te stappen. Een man strompelt naar de deur, kijkt schichtig om zich heen. Bij gebrek aan tanden om zich elders in vast te bijten, kauwt hij op zijn eigen lippen. Wenkbrauwen kronkelen als in het nauw gedreven regenwormen en zenuwachtig blaast hij zijn ingevallen wangen op, om ze meteen weer leeg te prikken. In alles verraadt hij bezorgdheid, om een verlies. Hij graait gretig in de openingen van zijn verfrommelde overjas en tovert als een klungelige goochelaar achtereenvolgens een gebruikte papieren zakdoek, een handvol muntstukken, een paar horlogebandjes (waar is de tijd heen?) en een balpen tevoorschijn. Met de zakdoek dept hij zijn klamme voorhoofd. Het opgejaagd wild verspreidt de scherpe, ranzige wasem van een misprezen verschoppeling. En toch straalt deze afgeleefde vagebond een zeker charisma uit: zijn haar is warrig, maar duidelijk gestileerd en de lompen waarmee hij is uitgedost zouden hem in gewassen toestand een zweem van bohemien verlenen.

Het heerschap merkt je passage op en met de nodige theatraliteit kijkt hij je indringend aan. Terwijl zijn geïmplodeerde mond tot een steelse glimlach krult, klapt hij zijn oogleden even dicht, als een schalks eerbetoon met de zachtheid van een piepkuiken. Je denkt: “Deze goochelaar tovert schoonheid met weerhaakjes, breekbare pracht die in het geheugen blijft hangen.”

Terminus.

Eindpunt.

 

sammyraeymaekers.tumblr.com

Share

AboutSammy Raeymaekers

Brusselaar wiens pen en papier geregeld beslag leggen op de stad. Werd getroffen door geschiedenis, jeugdwerk, de banksector, de ngo-wereld en rijscholen. Te bezoeken op de afdeling revalidatie van de Academie voor Muziek, Woord en Dans in Mortsel.