Bezoek het dorp van René

Zoek je nog een betaalbare citytrip dicht bij huis? Dan kan ik je het bezette Jette aanbevelen. Volgend jaar zal het Spiegelplein volledig heraangelegd zijn en zal de nieuwe tram 9 stil langs de Jetselaan zoeven. Dan wordt Jette het nieuwe Elsene of het nieuwe Sint-Gillis. Maar voor de gentrificatie hier toeslaat, kan je nog even komen genieten van een unieke situatie.

Om de overlast voor de werkende en schoolgaande mens te beperken, heeft de gemeente besloten in de vakantie zowat heel het centrum van Jette open te leggen. De impact hiervan wordt me duidelijk wanneer ik op een dag naar de Colruyt ga en ik de Leopold I-straat alleen nog via een smal oneffen pad kan oversteken. Twee dames helpen een oude man met een rollator over de losse stenen. Het is mooi om te zien, die solidariteit. De volgende dag hebben ze over het pad een wiebelige metalen plaat gelegd. Ik loop erover terwijl een groot gevaarte van een graafmachine op amper twee meter van mijn hoofd in de weer is. Enkele dagen later is de tijdelijke oversteekplaats verdwenen. In plaats van rechtdoor te gaan voor de Colruyt moet ik rechtsaf inslaan, de straat helemaal uitlopen en dan aan de overkant opnieuw inlopen. Ik denk aan de man met zijn rollator. Voor hem moet het een enorme omweg zijn.

‘Jette is Bagdad,’ hoor ik de krantenverkoper tegen een klant zeggen. Overal op straat hoor je mensen klagen. Er zijn geen andere gespreksonderwerpen meer dan de werken. Maar het leven gaat voort. Op het terras van ‘Il Cappuccino’ slurpen de Jettenaren onverstoord van hun koffie, met het geluid van drilboren op de voorgrond. Op de kermismolen draaien kleuters hun rondjes – je hoort Claude François nog net van onder de herrie. Daarnaast genieten de mensen als vanouds van hun pak frieten op het terras van de Friterie du Miroir. Het stof van de nabije graafwerken waait net niet in hun mayonaise.

Het valt me op dat er overal pijlen hangen met ‘Colruyt’. Ook op plekken vanwaar ik de weg naar de Colruyt niet zou kunnen uitleggen. Het lijkt alsof alle wegen naar de Colruyt leiden – allicht omdat schijnbaar geen enkele weg nog naar de Colruyt leidt. De pijlen worden door voorbijgangers gemakkelijk gedraaid, waardoor op sommige plaatsen de Colruyt zowel naar links als naar rechts is. Een grotere gratis promocampagne kon Colruyt zich niet wensen. Het is me trouwens een raadsel waarom de plaatselijke Carrefour (in dezelfde straat van de Colruyt) en de Delhaize nauwelijks zulke pijlen hebben.

Door de openhartoperatie van onze gemeente zijn we met het openbaar vervoer moeilijker bereikbaar geworden. Wanneer ik bus 13 of 14 wil nemen naar Simonis, moet ik naar een tijdelijke halte stappen die zo ver is, dat ik even goed te voet kan gaan. Tram 19 is nu bus 119 geworden. Die extra 1 ervoor schept veel verwarring bij de reizigers en is na enkele dagen weer verdwenen. De tijdelijke halte Miroir is al een paar keer verplaatst – altijd weer spannend of ze er nog zal zijn. Eén keer kom ik te laat op een afspraak omdat ik zo lang moest zoeken. Een andere keer kan ik nog net op tijd uitstappen, op meer dan honderd meter van de oorspronkelijke halte.

Op een avond ben ik bij vrienden uitgenodigd. En ineens zie ik het: de absurditeit van deze situatie, ja zelfs de schoonheid. Signalisatie is een vak apart. Op sommige plekken lijkt de opeenstapeling van borden op de installatie van een hedendaags kunstenaar. Op de wegwijzers voor voetgangers staat een blauw Keith Haring-achtig figuurtje. Een beetje ineengedoken, wat radeloos. Alsof hij niet op zoek is naar de Colruyt, maar naar de zin van het bestaan. Hij verbeeldt perfect de ontreddering die de Jettenaars dezer dagen voelen.

Het blauwe mensje staat ook bij het reisbureau ‘JetExpress’, dat een reis naar Amerika promoot. Ik schiet in de lach. Nee, ik blijf graag hier, waar alles traag mag gaan, te voet en met omwegen.

De gemeente Jette herdenkt dit jaar de vijftigste sterfdag van inwoner René Magritte. Een tijd geleden werd daarom in het Jeugdpark ‘het Dorp van René’ gebouwd. De geest van de surrealistische schilder was er ver te zoeken. Maar deze zomer waart hij rond bij de Miroir.

In de straat van de Colruyt speelt een meisje met een grote fluo gestreepte bal. In haar eentje maakt ze van de straat van de Colruyt een speelstraat. Zoveel poëzie zag ik hier nog niet eerder.

Waar wacht je nog op? Kom je mindfulness oefenen door een koffie te drinken in de herrie, doe de wandelzoektocht naar de Colruyt en de provisoire halte Miroir, geniet van de conversaties in de krantenwinkel en op straat, bewonder de installaties gemaakt met verkeersborden. Of ga iets eten bij ‘’t Alternatives’ – het bio-eethuis dat een dappere vriend uitgerekend in deze periode opende. De zondagsmarkt gaat ook onverstoord door!

Volgend jaar zal het hier fijn vertoeven zijn. Maar de unieke zomer van 2017 zullen we niet snel vergeten.

Deze bijdrage verscheen eerder op de blog De rode valies. Verhalen uit Brussel.

Share