Waar zijn de mussen heen?

De Rode Valies was enkele dagen in Berlijn. Voor het eerst. In de mooie buurt Prenzlauer Berg. Samen met man, dochters, moeder en vader Valies. De gele metro denderde over een donkergroene brug voorbij ons raam. Dat was ’s avonds mooi om te zien.

Wandelend langs de brede, groene lanen besefte ik meteen: het is hier aangenamer dan in Brussel. Groener, vriendelijker, schoner, gezelliger. Wat was er nu zo verschillend van Brussel? Na enkele dagen maakte ik een lijstje:

Veel meer leuke cafés. Smaakvol ingericht met retro meubeltjes, zonder té trendy te zijn. Met tot de verbeelding sprekende namen zoals ‘Zu mir oder zu dir’, ‘An einem Sonntag in August’ of ‘Lass uns Freunde bleiben’. Meer mensen op café. Van ’s ochtends al. Er wordt veel ontbeten, vaak samen met vrienden. Je kan er ook veel goedkoper eten en drinken. Vaak krijg je gratis water. En staat er vegetarisch en veganistisch eten op de menukaart.

Ook in de supermarkt is het eten goedkoper. Er zijn meer biosupermarkten. Meer jonge mensen. Meer kinderen. Meer baby’s in draagdoeken. Meer borstvoedende vrouwen, soms wandelend over straat. Meer ijsjes. Meer speelpleinen. Meer fietsers. Meer fietspaden. Minder lange wachttijden voor voetgangers bij de verkeerslichten. Meer bomen. Meer groen. Meer verwilderd groen. Meer brandnetels.

Meer parken. Meer picknickende mensen in de parken. Stipter en regelmatiger openbaar vervoer. Sympathiekere metrostellen. Een eenvoudiger te doorgronden metronetwerk. Meer graffiti. Meer tweedehands. Meer monumenten en gedenkplaten.

 

   

Veel meer aandacht voor het verleden. Meer levenswijsheden en slogans op straat. Meer wereldverbeteraars.

Een nieuw elan. Betere straatmuzikanten. Meer artistieke en creatieve werkplaatsen. Minder afval. Geen hondendrollen. Meer boekenwinkels. Meer mussen.

Meer graffiti vind ik niet beter – al hoort die onmiskenbaar bij mijn beeld van Berlijn. En onze metrostellen zijn moderner. Onze parken beter onderhouden. Al ben ik ervan overtuigd dat een beetje verwilderd wel gunstig is voor fauna en flora. En dat hoog gras meer uitnodigt tot spelen, picknicken en rollebollen.

Op onze laatste dag bedenk ik ineens dat ik ze moet fotograferen, de verschillen. Het groen, de ongesnoeide bomen, de slogans, de café-interieurs. Ik ga aan de slag. Meteen schiet ik in de lach: een hamburgerrestaurant roept met bijzonder actueel citaat van de achttiende-eeuwse toneelschrijver Schiller (1759-1805) op om je leven een nieuwe wending te geven: ‘Elke dag is een nieuwe kans om datgene te doen wat je zou willen doen’.

Dan zie ik een kolonie mussen. Ze zitten bij een duinroos, naast restaurant Die Schule op de Kastanienallee. Ze merken me meteen op. Terwijl ik afdruk, vliegen ze uit mijn beeld.

’s Avonds bekijk ik mijn foto’s. Van één foto herinner ik me niet dat ik hem genomen heb. Betonnen tegels, een groene struik en een paar rozenblaadjes op de grond. Is mijn toestel per ongeluk afgegaan? Vermoedelijk niet, daarvoor is de foto te goed. Ik vraag mijn man of hij hem gemaakt heeft. ‘Nee. Hij is wel goed gekadreerd,’ zegt hij. Dan pas besef ik: het is de foto van de mussen. Die weggevlogen zijn. De foto toont hun afwezigheid.

We kennen stadsmussen en huismussen. Maar de stadsmus is geen soort. De stadsmus is een huismus die in de stad woont – huismussen wonen ook op het platteland. De stadsmus is meestal een mens. Maar een mens kan ook een huismus zijn. En toch in de stad wonen. Het verschil tussen mensen en mussen is kleiner dan we denken. Mussen zoeken onze nabijheid ook op.

In Brussel zie je nog weinig huismussen – de vogels bedoel ik. Op het internet lees ik dat ze verdwijnen omdat onze daken vaak te goed geïsoleerd zijn. De mussen vinden geen opening meer waarlangs ze naar binnen kunnen om een nest te maken. Er is in de steden te weinig groen of het groen is te ‘steriel’, té goed onderhouden. Maar niet in Berlijn. Daar zijn de mussen nog graag. Spijtig dat ik ze niet kon vastleggen. Een beetje schuw waren ze wel.

Voor ik ga slapen vraagt mijn vader om naar zijn foto’s van die dag te komen kijken. Mijn verbazing is groot wanneer hij me een foto van een tafel vol mussen toont. Ze smullen van een stuk taart. Ik ben er zeker van dat ik hem niet over de mussen gesproken heb. Ik vraag waar en wanneer hij de foto genomen heeft. Bij Café Fleury, 16 minuten na de mijne, slechts 750 meter verder dan waar mijn mussen wegvlogen.

(Bij het schrijven van deze tekst werd dankbaar gebruik gemaakt van de info over mussen op de site van Vogelbescherming Vlaanderen)

Deze bijdrage verscheen eerder op de blog De rode valies. Verhalen uit Brussel.

Share