daar ligt alles PLAT

BOEM

            PAUKESLAG

 

Zaterdag, zon met wolkjes, iets voor het middaguur, geen druppel regen en net een kwart koffie in mijn tong gebrand. Ik steek haastig het kruispunt over en loop een opgetogen geroezemoes tegemoet in de Brusselse Naamsestraat. Daar, aan de gevel van het pand op nr. 70, wordt onder veel belangstelling een gedenkplaat ingehuldigd. Neen, niet van een of andere betwiste politieke leider, dan wel van een bijzonder buiten de lijntjes kleurende dichter: Paul van Ostaijen. Een Nederlandse Antwerpenaar nog wel. Ik zou dra ontdekken wat zijn knappe tronie vandaag in Brussel hangt te doen.

Paul van Ostaijen, de surrealistische dichter die beeld en geluid in zijn poëtische teksten reflecteerde, wordt niet onmiddellijk met Brussel geassocieerd. Toch zou hij enkele jaren in onze intens onstuimige hoofdstad hebben gespendeerd. Op deze plek in de Naamsestraat hield hij van 1925 tot 1926 de kunstgalerij ‘A la Vièrge Poupine’ open, samen met kunstliefhebber en caféfilosoof Geert van Bruaene. Sommigen onder ons kennen van Bruaene mogelijk als de oprichter van het kunstenaarscafé ‘Het Goudblommeke in Papier’ in de Cellebroersstraat, vlakbij de Brusselse Marollen. Het Goudblommeke opende in 1944 en was een plek waar Franstalige en Nederlandstalige schrijvers en kunstenaars- vnl. de surrealisten- elkaar aan de toog zouden treffen en historische banden zouden smeden. René Magritte, Pierre Alechinsky, Louis Paul Boon en Hergé waren er kind aan huis.  Hugo Claus vierde er zelfs – op 31 mei 1955- zijn legendarisch trouwfeest. Maar terug naar van Ostaijen.

Hoewel een vrijgevochten en getalenteerd artistiek enfant terrible, bleek van Ostaijen er weliswaar bedenkelijke politieke voorkeuren op na te houden. Hij was een uitgesproken flamingant en werd in de nasleep van de Eerste Wereldoorlog veroordeeld tot geldboetes en een gevangenisstraf van 8 maanden. In een poging om deze onaantrekkelijke feiten los te koppelen van zijn werk- stiekem hoop ik dat zijn verblijf in Brussel de Vlaamse wonde had ontsmet- slaag ik erin om te genieten van de wervelende teksten, die in al hun surrealistische en absurde eenvoud zoveel diepgang in zich dragen. Wanneer ze worden voorgedragen door de prettig gestoorde dichter Peter Holvoet-Hanssen beginnen de aaneengeschakelde kinderlijke klanken te leven en ontwaren we een glimp van de bevlogen dichters diepgewortelde maatschappelijke ontevredenheid, zonder agenda.

We trekken door de stad en volgen een pad van plekken waar van Ostaijen sporen naliet tijdens zijn korte Brusselse periode. In Hotel Ravenstein aan de Kunstberg, waar vandaag een Italiaans restaurant is gehuisvest, bevond zich tussen 1923 en 1925 Geert van Bruaene’s kunstatelier ‘Le Cabinet Maldoror’. Hotel Ravenstein is een van de oudste gebouwen van de stad, daterend uit de zestiende eeuw. Van Bruaene organiseerde er tentoonstellingen, met werk van onder meer Leon Spilliaert, George Minne en Jacob Smits. Van Ostaijen kwam er vaak over de vloer. Hij zou er voor het eerst in contact komen met de flamboyante kunstliefhebber, met wie hij later zelf de galerij zou beginnen waar vandaag zijn gedenkplaat blinkt. Dat de samenwerking van korte duur was zou te maken hebben gehad met vriendschappelijke geschillen en financiële uitdagingen. Zoals dat gaat.

De poëziewandeling sluit af met een gemoedelijke drink in het Goudblommeke in Papier, onder toeziend oog van Geert van Bruaene en René Magritte, die de tijd van hun leven blijken te hebben afgaande op de prachtige zwart-witfoto die achteraan in het café hangt. De rijke geschiedenis van het Goudblommeke nodigt uit om de overvloed aan herinneringen op de muren ook effectief eens onder de loep te nemen. Bij een schuimend glas gerstenat. En zo werd Brussel weer een beetje boeiender. Op onze terugweg groeten we dankbaar de dingen.

De inhuldiging van de gedenkplaat (Naamsestraat 70 1000 Brussel) is een initiatief van De Vlaamse Club Brussel en het Goudblommeke in Papier. Meer info rond culturele activiteiten in Brussel op www.vlaamseclubbrussel.be
Share