Een kerstboom als beloning

Vanochtend ging ik naar mijn osteopaat. Mijn nek zat al tien dagen geblokkeerd. Ik begaf me door de sneeuw naar de halte van bus 49. Die kwam er snel aan. Ik hoefde niet lang in de kou te wachten.

Ik hoefde ook niet lang op de bus te zitten. Na tien minuten kwam ik aan bij de mooie cité van Diongre in Molenbeek. Ik was twintig minuten te vroeg, maar dat deerde me niet. Ik las een boek in de knusse roze barokke fauteuil in de warme wachtzaal van mijn osteopaat. Daarna kreeg ik een heerlijke, diepe, soms een beetje pijnlijke massage. Ik hoorde dat de osteopaat, een zachte gespierde kerel, er buiten adem van was. Hij legde een warmtekussen op mijn rug en liet me even rusten. Na tien minuten kwam hij me kraken. Ik kon nu weer goed bewegen. Ik kon er weer voor drie maand tegen.

Nog snel deed ik wat boodschappen bij de Carrefour om de hoek. Zo hoefde ik vandaag niet meer buiten te komen. Er was tien centimeter sneeuw voorspeld. Met mijn zware boodschappentas schuifelde ik de straat over naar de bushalte. Daar stond een bus 49 klaar. Ik stapte op. Het duurde heel lang eer de 49 vertrok. Hij reed twee haltes verder. De chauffeur zei: ‘Verder geraak ik niet. Jullie moeten hier afstappen.’

Ik stapte af, liep met mijn zware tas richting Basiliek. Mijn handen bevroren, ik was mijn handschoenen vergeten. Ik stak één hand in mijn jaszak, met de andere hand moest ik mijn paraplu vasthouden. Wanneer de hand te koud werd, wisselde ik de paraplu van hand en verwarmde de koude hand in de jaszak. Mijn schoenen waren ook niet waterdicht genoeg voor de dikke laag sneeuw. Mijn voeten werden nat. Ik begaf me naar de halte van de 19, wachtte daar tien minuten. Ook de tram kwam niet. Een oude dame zei dat ze te voet zou verder gaan. ‘Wees voorzichtig,’ maande ik haar aan. ‘Hoe is het toch mogelijk, ik heb een vriendin in Rusland, daar is het soms -50°C. En hier, van zodra het een beetje vriest, ligt het hele leven plat.’ Ze vertrok. Ik besloot ook te voet te gaan.

Mijn tas woog erg zwaar. Langzaam voelde ik de weldaad van de osteopaat wegebben. Toen zag ik iets liggen op straat. Boven op een vuilniszak. Een kerstboom van donker hout, een soort letterbak. Hij was oud en duidelijk zelfgemaakt. Er lag een beetje sneeuw in, maar hij was in goede staat. Wat een mooi ding. Ik zou er zeker een nieuwe bestemming voor vinden.

Dit was de beloning voor de vermoeiende voettocht. Ik was nu nog zwaarder geladen en kon mijn handen ook niet meer in mijn jaszakken verwarmen. Dat deerde me niet. Langzaam wandelde ik verder naar huis.

Deze bijdrage verscheen eerder op de blog De rode valies. Verhalen uit Brussel.

Share