Met José naar zee

‘Dit is José, ze hoopt vurig op een nieuwe eigenaar die leuke plannen voor haar heeft, anders moet José naar het containerpark. Dit valiesje is nog in goede staat, vermoedelijk gemaakt uit similileer. Zoekt jouw toneelgroep nog een valies met karakter of kan ze dienen als pronkstuk in je fotoshoots? Geef mij dan een seintje! José meet 41 x 65cm en is 17 cm diep, met deze afmetingen en bij gebrek aan wieltjes is ze waarschijnlijk niet meer geschikt voor de catwalk. José is oud maar nog jong van geest! Ophalen vlakbij Zwarte Vijvers na de kantooruren.’

José wordt weggegeven op Brussel Verniet. In die Faceboogroep krijgen dingen een nieuw leven: meubelen en kleren uiteraard, maar ook passe-vites, fietstassen, woordenboeken, wandhorloges, trampolines, typmachines, inktpatronen, dieetboeken, lichaamsolie enzovoort. Eén keer ook een kakkedoor. Een collega heeft me getagd in het bericht. ’Dit is echt een exemplaar voor jou!’ Mijn oudste dochter schrijft: ‘Ik wou haar ook taggen! Doen, mama!’ Ik maak mijn interesse kenbaar, maar ben te laat. José is al vergeven.

José is een rode valies. Uiteraard wil ik haar. Maar ik geloof graag dat de dingen lopen zoals ze moeten lopen in het leven. In het mijne, maar ook in dat van José. Ze zal ergens naartoe gaan. Dat is goed.

Ik geloof ook graag dat wat of wie je loslaat, vanzelf weer naar je toekomt als het zo moet zijn. José is al uit mijn gedachten als ik een berichtje krijg. Met de vraag of ik nog interesse heb. José is niet opgehaald. Ik mag haar gaan ophalen in de Verhuizersstraat.

Of ze me iets meer kan vertellen over José, vraag ik de schenker. José is van haar oma geweest en stond al een tijd bij haar ouders. Zij zijn hun huis aan het opruimen en wilden José weggooien. De dochter vond haar nog veel te goed en wou er iemand blij mee maken. Maar eerst is ze zelf nog één keer met José naar zee geweest.

Vreemd dat mensen vroeger koffers zonder wieltjes hadden. Die zie je nu nooit meer. Het moet veel mooier geweest zijn om te zien, al die mensen met een valiesje in de stations. Die valiesjes hadden meer karakter, verschilden ook meer van elkaar. Waarom hadden ze toen nog geen wieltjes? Het wiel is toch in de nieuwe steentijd uitgevonden? Zouden mensen toen lichter gereisd hebben? Of waren ze toen sterker? Niet verwonderlijk dat er toen nog geen fitnesscentra nodig waren.

Mijn milde schenker denkt dat haar oma José afdankte toen ze vliegvakanties begon te maken. Daarvoor was José niet geschikt. Te kwetsbaar voor een tijdperk waarin alles snel moet gaan. Hoe komt de koffer aan haar naam? ‘Heette je oma ook José?’ vraag ik. Nee, haar oma heette Marie-Ange. Ze vond de naam José gewoon mooi bij de valies passen.

Met blijdschap neem ik José mee. Ik wandel met haar naar huis. Ik voel me een beetje opvallen in het straatbeeld met mijn grote rode valies. Een vrouw spreekt me aan. Ze vraagt me de weg naar metrostation Belgica. Ik verbaas me erover dat ik er nog steeds uitzie als iemand van hier, ook met de valies. Dicht bij mijn huis bots ik tegen een vriendin. Ze komt buiten bij de Kringwinkel. Ik toon haar José. Ik vertel over mijn blog ‘De rode valies’. Ze wist nog niet dat ik schreef. ‘Ik heb over mijn vorige toevallige ontmoeting met jou ook geschreven,’ zeg ik. Die herinnert ze zich nog goed.

Zij vertelt dat ze net terug is van een reis naar Parijs. Op straat toont ze me de foto’s. Ik stel voor iets te gaan drinken in café de Sportvriend op de hoek. Daar praat het iets rustiger dan op straat. Ze vindt het goed, ze heeft wel wat tijd. José mag al meteen mee op café.

Enkele dagen geleden werd het woord ‘koesterkoffer’ verkozen tot woord van het jaar. Onnodig te zeggen dat ik het een heel mooi woord vind. Een koesterkoffer is een koffer met tastbare herinneringen om een jong gezin te ondersteunen na het verlies van een kind. Gelukkig heb ik geen kind verloren. Maar een koesterkoffer heb ik al lang: een oude valies met foto’s van overleden dierbaren, rouwkaartjes, brieven en een klein geel handbeschreven treinkaartje van een geliefde waarmee hij op mijn zestiende verjaardag naar mij toe is gereisd.

Ook José koester ik. Weldra mag ze nog eens mee naar zee.

Deze bijdrage verscheen eerder op de blog De rode valies. Verhalen uit Brussel.

Share