Bunny is niet meer

Misschien omdat er geen deur was. Je er zo kon binnenstappen. Misschien omdat hij in mijn hoofd geen naam had. Of omdat je je bezoeken nooit bewust plande. Je er gewoon heen ging als je in de buurt was. Omdat het handig was. En snel. Misschien omdat het hier zo goed draaide. Het altijd druk was. En niet echt mooi. Of omdat hij te midden van een ongezellige plek lag. Misschien omdat ik er nooit bekenden tegenkwam. Misschien omdat het leek of er zo dertien in een dozijn waren. Misschien omdat ik er nooit langer dan nodig bleef. Of omdat er geen wc was. Misschien omdat ik me een beetje schaamde om hier te komen. Het een gemakkelijkheidsoplossing was. Misschien omdat ik hier al mijn hele Brusselse leven kwam.

Nooit ben ik bang geweest dat deze plek er op een dag niet meer zou zijn. Nooit is het bij me opgekomen dat ik verdriet zou hebben bij zijn verdwijnen.

‘Bunny Snack déménage’. Geschokt lees ik het briefje. Talloze broodjes at ik hier. Maar ik wist niet dat hij Bunny Snack heette. Naar Bugs Bunny. Er overvalt me een instant gemis. Van de rode formica tafeltjes. Van de Italiaanse specialiteiten in het interieur van een Amerikaanse diner. Van de samen lunchende collega’s met hun stropdassen en de shoppende vriendinnen die even bekomen met hun boodschappentassen. Van de kleine toog waarachter een ongelooflijke bedrijvigheid heerste. Van de lange file die wachtte op een broodje om mee te nemen. Tot ver in de City 2 stonden de klanten.

Toen Le Suisse overstapte op afbakstokbrood, bood het lekker knapperige stokbrood van de Bunny Snack me troost.

Mijn dochter en ik staan verweesd te kijken. We herinneren ons nog goed de laatste keer dat we hier waren. Niet zo lang geleden. Mijn dochter at een overheerlijke panini met gegrilde groenten en mozzarella. We wisten niet dat het onze laatste keer was. Graag had ik toen bewuster afscheid genomen. Met een dessert of zo, of een glaasje cava. En nog wat foto’s gemaakt.

Ik herinner me nog dat ik hier vaak een broodje kwam halen, ten tijde van mijn eerste job. Ik werkte toen op de personeelsdienst van H&M. Zij hadden hun kantoren in de Nieuwstraat. Twintig jaar geleden. Een broodje tonijn, zalm met cressonette, pain de veau, omelet, tomaat-mozzarella of gegrilde groenten met ricotta. Vaak at ik het wandelend op. Altijd hopend dat ik geen bekenden zou tegenkomen. Want met iemand moeten spreken terwijl je net lekker wandelend een broodje aan het eten bent, is vervelend.

Op het briefje staat dat de Bunny Snack naar de kelderverdieping van de City 2 verhuisd is. Aan de uitgang van de metro. Ik vind het een magere troost. Ik heb geen enkele hoop. Maar ook niet meteen een alternatief. Mijn dochter en ik nemen de roltrap naar beneden. We zien hem meteen. De snack heeft de plaats van de Mothercare ingenomen, een winkel van babyspullen. Maar de geborgenheid is weg. Van het interieur word ik niet warm. De snackbar is vier keer groter dan vroeger. Er loopt vier keer zoveel personeel rond. In Bugs Bunny-tempo. Ook de mensen die de metro in- en uitstromen, komen als opgejaagde konijnen voorbij. De rust is ver te zoeken. De stilte ook. In de vorige zaak zat je een beetje uit de drukte van het shoppingcenter. Er meer middenin dan hier kun je niet zitten.

Mijn dochter bestelt dezelfde panini als vorige keer. Hij is niet zo lekker. Veel te erg gepeperd. Ze haalt de boosdoener, de aubergine, er tussenuit. Ik neem een hap van mijn platgedrukte stokbrood. Het smaakt naar nooit meer.

Wie was Bugs Bunny weer, vraag ik me even later thuis af. Ik zoek het op. Tot mijn verbazing lees ik dat Bob Givens, een van de geestelijke vaders van Bugs Bunny, overleed op 14 december 2017. Een maand geleden. Hij was 99 jaar. De Brusselse Bunny Snack ging hem achterna.

Deze bijdrage verscheen eerder op de blog De rode valies. Verhalen uit Brussel.

Share