Charlotte Bonduel breit

Charlotte Bonduel breit. Want handwerk is weer helemaal in. Niet langer een bezigheid voor oma’s en groottantes die in lang vervlogen tijden ‘snit en naad’ volgden. Het lijkt wel of iedereen weer leert naaien, haken en breien. En voor Charlotte uit Schaarbeek telt bij het breien niet elke seconde, maar elke steek.

Breien in open lucht, foto: © Annelies Tollet.

Breien in open lucht, foto: © Annelies Tollet.

Leve de traagheid

Een korte en voor de hand liggende openingsvraag: wat vind jij zo fijn aan breien?

Charlotte: “Er zijn veel redenen eigenlijk, maar de allerbelangrijkste is: breien gaat traag. Dat valt gewoon te aanvaarden. Het dwingt je om je aan te passen en er de tijd voor te nemen. Ik vind dat een vorm van welzijn in onze haastige tijden, waarin agenda’s tot op de seconde worden ingevuld. Bij het breien telt niet elke seconde, maar elke steek. Net die ene steek die je haastig hebt laten staan, ook al was die niet comme il faut, die zal opvallen in het eindresultaat.”

Handwerk is sinds enkele jaren weer helemaal in. Hoe verklaar jij dat succes?

Charlotte: “Mensen herontdekken wat ze met hun handen kunnen doen, het eenvoudige plezier om zelf iets te maken. Wat het ook is. De consumptie- en kennismaatschappij, de gedigitaliseerde omgeving waarin we leven, leggen ons een kunstmatig ritme op. Mensen hebben de behoefte om hun eigen tempo terug te vinden en ‘wat je op eigen kracht kan’ stelt een gezonde mensenmaat. Door te breien laat ik een ander tempo in mijn leven toe naast de kloktijd.

Breien is bovendien lowtech. De initiële investering is minimaal en je bent er meteen mee weg. Verder hangt alles van jou af. Je kunt er zo creatief mee omgaan als je zelf wil. De mogelijkheden aan patronen, kleuren, wolsoorten, technieken zijn eindeloos. Maar niets dwingt je om je grenzen te verleggen of iets nieuws onder de knie te krijgen. Je kunt dezelfde steek blijven herhalen, of je kunt net heel complexe patronen uitwerken in verschillende steken of meerdere kleuren. Je kunt een bestaand ontwerp gewoon nabreien, al dan niet in een andere kleur, of je kunt zelf ontwerpen. Breien doe je op eigen maat en zoals het jou het beste ligt. Vaak kan je op verschillende manieren hetzelfde effect bereiken, maar niemand zal zeggen dat die ene manier de ‘juiste’ is.”

Breien is ontmoeten

Charlotte: “De historiek van het breien fascineert me, maar ook de spreiding in verschillende culturen en over de wereld. De oorsprong is primitief: de mens moest zich beschermen tegen de elementen en ontdekte de buitengewone kwaliteiten van wol(soorten) en wolbewerking. Je kunt de wereld rondreizen en altijd weer op plaatsen komen waar er een brei- of textieltraditie leeft. Of je kunt breien en wol als bewuste leidraad gebruiken om oorden op te zoeken en mensen te ontmoeten.

Dat ontmoeten vanuit breien is niet noodzakelijk, maar altijd bijzonder. Breien kan je alleen doen of in groep. Als je het alleen doet, is het een vorm van rust en concentratie. Maar breien in groep werkt heel verbindend en maakt taal bijkomstig omdat het kan gaan over ‘Hoe maakt u iets?’ in plaats van ‘Hoe maakt u het?’.

Iedereen heeft z’n eigen verhaal als het over breien gaat. Deze zomer zaten we voor het ENTER festival te breien op het Bockstaelplein in Laken. We spraken mensen aan en vroegen of ze konden breien en hoe ze het geleerd hebben. Wat volgde, was meteen een beknopt levensverhaal.”

“Handwerk is een geweldige manier
om niet altijd in je hoofd te zitten.”

Doe je het al van jongs af aan? Is het een hobby die je herontdekt hebt of ben je het altijd blijven doen?

Charlotte: “Ik heb het ‘geluk’ gehad om op school te leren breien. Hoewel ik dat toen niet als een geluk beschouwde. Het is een spijtige zaak dat kinderen en jongeren nauwelijks nog handwerktechnieken krijgen aangeleerd. Voor mij is breien een vorm van vitale kennis, zoals fietsen en zwemmen. Een zeldzame keer zal het levenslang overbodig blijken. Maar als je het ooit leerde, zal het vroeg of laat zijn nut bewijzen. Handwerk is een geweldige manier om niet altijd in je hoofd te zitten, of aan een klavier en scherm. Kinderen (en wat voor hen geldt, telt evenzeer voor volwassenen) hebben daar behoefte aan.

Maar eerlijk… ik heb nooit een vonk gevoeld als kind. Dat zegt veel over de breilessen toen. Breien was de wereld van mijn grootmoeder en moeder. Maar vijf jaar geleden overviel me zowaar de goesting om nog eens met wol en kleur te spelen. Ik was toevallig bij mijn ouders en kreeg naalden en wol toegestopt. De rest ging vlotjes. En nu brei ik dagelijks.”

Breicabine vzw

Je zit zelf ook in een brei-organisatie, Breicabine vzw. Wat doen jullie precies?

Charlotte: “Breicabine is sinds kort een vzw, die op lange termijn twee objectieven heeft.

Het wil een (online) platform worden waarop mensen breigoed kunnen bestellen. Dat betekent dat Breicabine de schakel is tussen mensen (klanten) die duurzaam breigoed willen aanschaffen, en mensen die graag en goed kunnen breien (de community). De community breit voor de klanten, met de hand en op maat. Het is een opportuniteit om mensen te herwaarderen die (tijdelijk) buiten de arbeidsmarkt staan door bijvoorbeeld pensioen of burn-out.

We onderzoeken nog wat wel en niet haalbaar is. Nu zoeken we vooral mensen die graag breien en die tijd hebben. We zijn al gestart met het breien op bestelling, alleen is het zaak om stelselmatig het netwerk van brei(st)ers uit te breiden. En als het een succes blijkt, willen we ook andere doelgroepen bij de community betrekken.

Tweede objectief van Breicabine is om een korte keten in Brussel te installeren om 100% lokaal breigoed te maken. Die keten start bij begrazingsprojecten met schapen in parken en groene ruimtes. De wol van de schapen wordt gerecupereerd en verwerkt tot garen in een stadsspinnerij. Daarmee kan dan uiteindelijk het breien op bestelling gebeuren. Er is een lange weg te gaan, maar er is tijd.

In eerste instantie willen we nu nagaan of er een draagvlak is voor die twee ideeën. Daarvoor brengen we, door middel van projecten, het breien in de publieke ruimte.”

Schapenweg Revisited: breien in open lucht

Charlotte: “Een van die projecten is Schapenweg Revisited. In september 2017 organiseerde Breicabine op vraag van het PeriFeria festival workshops rond wolbewerking en breisessies langs de oude Schapenweg, die door de noordwestrand van Brussel loopt.

De Schapenweg valt voor een groot deel samen met de Romeinse Steenweg, maar was oorspronkelijk een landweg waar herders met schapenkuddes langs trokken, voor een dagelijkse ‘heerdgang’. Op veel plaatsen komt die oude benaming nog voor. Met die straatnaam als houvast, stippelden we een parcours uit om op 6 verschillende locaties een wol- en brei-activiteit in open lucht te organiseren. De ‘pun’ van het hele project was erop te wijzen dat de aanwezigheid van schapen in de stad een opportuniteit was, en dat het dat ook vandaag nog is voor huidige en toekomstige stadsontwikkeling.”

Het schaap als intercultureel symbool

Charlotte: ”Er is een directe link tussen begrazingsprojecten en de herintroductie van een lokale nijverheid die op wol gebaseerd is. Bovendien zijn er heel wat interculturele betekenissen aan het schaap verbonden, waar we graag op inspeelden. Schapenweg Revisited ging symbolisch van start in Vilvoorde, bij Zennelab in de wijk Broek, op de dag van het offerfeest in het eerste weekend van september. We richtten ons op de kinderen uit de wijk en organiseerden op hun maat activiteiten rond het thema ‘schaap’ en ‘lam’. Er stond een lam in de tuin, straatkunstenaar Dzia maakte een graffiti-tekening van een lam, we lazen verhalen voor over schapen en hun wol, er werd ijs-lam geserveerd. En bovenal, er werd geschoren wol gewassen en gekaard (in samenwerking met organisatie HerbaLana), en we leerden de kinderen breien. Een minimaal tegengewicht voor de negatieve beeldvorming rond het offerfeest in de media.

Leuk om te weten: City 3, de vzw die om de twee jaar het PeriFeria festival in een ander deel van de Brusselse rand organiseert, kreeg subsidies via Bruss-it voor Schapenweg Revisited.”

Zacht verzet

Charlotte: “Breicabine neemt een voorbeeld aan historische brei-collectieven: denk aan de vroegere missiekringen in eigen land, maar ook aan de Bohus-beweging in Zweden of de vrouwen die tijdens de wereldoorlogen breiden voor de soldaten aan het front. Het zijn voorbeelden van zacht verzet dat een verschil maakte.

Vandaag duiken ‘craftivism’-interventies (craft + activism) al uitdrukkelijk in het straatbeeld op, denk aan yarn bombing, of guerilla knitting (= straatmeubilair of standbeelden die in wol worden uitgedost). Die bewegingen zijn ook een vorm van zacht verzet, maar met Breicabine wil ik expliciet de band met het maken van een nutsobject bewaren. Het zou fijn zijn als we op termijn een lokaal, economisch alternatief voor de kledingindustrie kunnen neerzetten. Dat klinkt ambitieus, maar het mag kleinschalig zijn.

Een bijkomende vorm van zacht verzet zit hem in het trage handwerk als tegengewicht voor de haast en het gejaag van elke dag en de tijd die we aan het scherm en klavier doorbrengen.”

Breicabine, een gastvrije plek

Charlotte: “De plek van de breicabine is niet plaatsgebonden. Ze zit tussen de oren, bij mensen die bewust een plaats willen geven aan duurzaam handwerk. Of ze vindt een tijdelijk onderkomen (waar mensen samen breien), zoals het woord cabine uitdrukt. Een berghut of een strandcabine bieden onderdak en ze beschermen tegen de elementen. Iedereen wordt er gastvrij ontvangen, maar niemand kan er zijn domicilie vestigen.”

Duurzaamheid voorop

Breicabine focust ook op duurzaamheid, lezen we op de Facebookpagina. Waarin zit de duurzaamheid precies?

Charlotte: “Toen ik enkele jaren geleden het breien herontdekte, raakte ik geïnteresseerd in de transitiebeweging en in duurzame kledinglabels en materialen. Ik begon confectie te mijden en zelf dingen te maken en ontdekte heel wat hedendaagse brei-ontwerpers. Uiteindelijk nam ik het besluit om gedurende één jaar zo weinig mogelijk nieuwe kledij te kopen en in tweedehands gekleed te gaan. Dat voornemen bleek zeer haalbaar en ik vul sindsdien mijn garderobe aan met dingen die ik zelf maak, tweedehandse spullen en heel af en toe iets nieuws.

Op mijn zoektocht naar ethische kledij vielen breilabels als Aymara en LN Beanies op. Die merken danken hun duurzame uitstraling vooral aan het feit dat ze werk geven aan vrouwen in Zuid-Amerika. Door het inkomen dat ze al breiend verdienen, kunnen ze in hun traditionele gemeenschap blijven. De meerwaarde hiervan is duidelijk en belangrijk. Maar binnen het perspectief van een wereldeconomie die op lage lonen gebaseerd is, vind ik persoonlijk dat hun manier van werken een onevenwicht in stand houdt. Die labels bieden geen inzicht in de verdeling van de winstmarge die ze op hun producten maken.

Ook om die reden bleef ik spelen met het idee om hier, lokaal, breigoed te produceren. En ik dacht ik na over hoe zoiets, met voorbeelden als Uber of Airbnb, zou kunnen corresponderen. Alleen is breien zo’n tijdrovende activiteit dat de klassieke manier van denken over verloning, x euro per uur, er niet op van toepassing kan zijn. Breicabine moest een eigen model van verloning en prijszetting uitwerken, dat wel transparant is. De duurzaamheid zit hem dus in de materialen die levenslang meegaan, de meerwaarde verbonden aan de lokale productie en de transparante prijszetting.”

Meer weten?

Het volledige programma van Schapenweg Revisited kan je nog raadplegen op www.periferiafestival.be.

Volg Breicabine via Instagram of Facebook.

(Een iets andere versie van deze tekst verscheen eerder in de personeelsnieuwsbrief van de Vlaamse Gemeenschapscommissie. BrusselBlogt kreeg de toestemming van de betrokkenen om de tekst hier in gewijzigde vorm over te nemen.)

Share