Echte reizigers spreken lokale talen

Op reis in het zuiden van Tunesië aan de Libische grens trekt Brusselblogger Willemjan enkele lessen voor het toerisme in Brussel en Vlaanderen. Zijn filosofie is: waar je op vakantie gaat, spreek je de taal van het land. Maar je mag als toerist wel eens verwend worden in je eigen taal.

De Tunesiërs zijn een grappig volk. Voor alles wat oud, historisch en religieus is, gebruiken ze officieel Arabisch. Voor de dagdagelijkse omgang gebruiken ze echter een verbastering van de officiële Arabische taal. Bij momenten is dit redelijk grappig.

Sinds de Arabische Lente is er een tendens om meer de taal van het volk te leren als westerling, omdat het officiële Arabisch steeds minder gesproken wordt.

Je kan dus niet verwachten dat in een land waar er om de tien minuutjes een ander dialect wordt gesproken, je daar met iedereen kan  praten in het dialect. Natuurlijk zijn er dialecten, die uitgegroeid zijn tot ware talen en wijdverspreid worden begrepen. Toch is er niets zo handig als Modern Standaard Arabisch of officieel Arabisch omdat dan iedereen je kan begrijpen en je over heel de Arabische Wereld de clou van de dialoog kan verstaan.

Vandaag ontmoette ik een Tunesiër die ogenschijnlijk sigaretten verkocht, maar onder de tafel verkocht hij Franse en Duitse boeken.

Ik sprak hem aan in het Arabisch en hij vertelde mij dat hij al 30 jaar Frans en Duits leest omdat er hier zo veel toeristen komen uit die landen. Hij vertelde mij dat hij nu weer Arabisch zou leren om beter met mij te kunnen praten.

Over service gesproken, tja de laatste dagen merk ik op dat de Duitsers in Tunesië een voetje voor hebben. Ik leerde van een bekende Midden-Oostencorrespondent nog het liedje kennen: “Money makes the world go around”, maar hier is meer aan de hand.

De Duitsers hebben al sinds jaar en dag een goede positie in Tunesië omdat Duitsland veel doet voor deze landen van de Maghreb. Duitsland brengt met zijn Goethe-instituten cultuur, taal en tradities over in het buitenland. Frankrijk doet dit ook en er zijn natuurlijk internationale Nederlandse scholen in het buitenland, maar die zijn meer gericht op expats.

Het is vanzelfsprekend om in het buitenland veel Europese talen te horen, maar Nederlands, dat is natuurlijk niet zo evident.

Ik ben geen cultuur- of taalchauvinist, omdat ik ook hou van mensen die ergens verblijven of op reis zijn en de lokale taal spreken. Of dat je in het buitenland als toerist voor een korte periode in je eigen taal wordt verwend.

Mensen zouden eigenlijk veel losser met taal moeten omgaan en het zou nog makkelijker moeten zijn om buitenlandse talen te leren.

Als je duurzaam wil reizen, moet je niet alleen voor duurzaam transport kiezen, maar ook in symbiose staan met je omgeving.

Mijns inziens blijft Brussel de kweekvijver van polyglotten en het oefenterrein om je voor te bereiden op een reis of leven in het buitenland.

Ik weiger te aanvaarden dat mijn enige ervaring met de Nederlandse taal in het buitenland, een gesprek met een Egyptenaar met Hollandsaccent op straat was aan het Tahrirplein in Caïro.

Willemjan Vandenplas is blogger. Bekijk zijn werk op facebook en zijn website.

 

Share

AboutWillemjan Vandenplas

Willemjan Vandenplas (°86) is geboren en getogen in de rand van Brussel, maar zijn sociaal leven speelt zich voornamelijk af in Brussel zelf. Vanaf het middelbaar tot zijn dertigste heeft hij veel gereisd in het Westelijke halfrond en nu trekt hij naar het Oosten om zijn wereld rond te maken. Ondertussen als hij terugkeert naar zijn veilige haven Brussel, schrijft hij op Brusselblogt.be.