Waarom Nederlands opdringen aan Franstaligen in Brussel?

Toen Brusselblogger Willemjan vannacht op het vliegtuig zat terug naar Brussel zag hij voor het eerst onze prachtige stad uit de lucht op een herkenbare manier. Hij zag de lichtjes van de Grote Markt, de Sint-Michielskerk, de Naamse Poort, de Europese Commissie (was wel donker) en de VRT-toren. Fantastisch, maar tegelijkertijd kreeg hij de stelling naar zijn hoofd geslingerd dat Nederlanders veel beter Nederlands spreken dan Vlamingen. Hoe komt dat, vroeg hij zich af.

De titel kan menige taalpurist uit zijn krammen doen schieten, maar het komt van iemand bij wie in het tweede leerjaar een onmogelijk in te halen taalachterstand werd vastgesteld. Op de koop toe gaf zijn leerkracht Nederlands er in het tweede middelbaar de brui aan omdat er geen hoop was. In het vijfde middelbaar werd hij met dyslexie gediagnosticeerd. Op zijn 22ste besloot hij toch nog journalist te worden, toen hij al zestalig was (Nederlands, Frans, Engels, Spaans, Portugees en Arabisch).

Die man die Brusselblogger Willemjan heet, heeft dus al enige ervaring met de aanvallen van de taalpuristen onder ons.

Ik kan ook niet concurreren met mensen die heel hun leven alleen Nederlands cultiveren, omdat ik één heb gekozen voor meertaligheid en twee geen aangeboren talent heb voor taal. En dat is juist het antwoord op de titel.

Hoe meer je Nederlands cultiveert, hoe meer je daarvoor aanleg hebt. Als je nog eens vanaf jonge leeftijd daarmee bezig bent en er talent voor hebt, heb je een voorsprong die een Franstalige, vluchteling, migrant of jongere met een taalachterstand niet meer kan inhalen.

Ik ben heel mijn leven hard aangepakt omdat mijn Nederlands niet fantastisch was en toch schreef. Daarom ben ik geen taalchauvinist.

Een taalchauvinist dat is iemand die voor taalpolitie speelt in Brussel en tegen alle Franstaligen Nederlands spreekt. Dat is zoiets waar de oudere generatie goed in is, maar waar de millennials eigenlijk niet van wakker liggen in Brussel.

Ik woon al heel mijn leven in een tweetalige omgeving en spreek Frans in Brussel als mijn gesprekspartner Franstalig is. Nu krijg ik van elke Franstalige het compliment dat ik zo goed Frans spreek. Natuurlijk ben ik wel de grootste vijand van de flaminganten in Brussel.

Ik blijf met het probleem zitten dat ik niet excelleer in het Nederlands. Zoals een rijbewijs is dat toch wel een skill om te hebben op de arbeidsmarkt.

Het is voor mij dus duidelijk dat taalwetten alleen dienen voor taalverwerving. Nederlanders spreken zo goed Nederlands en Fransen zo goed Frans, omdat zij maar met één taal worden geconfronteerd. Het probleem is dat dit politiek zeer gevoelig ligt in Brussel en bij bepaalde drukkingsgroepen.

Om een lang verhaal kort te maken, heb ik er een hekel aan dat een taal dominant is ten opzichte van een andere. Laten we eerlijk zijn, ben je Brusselaar, doe dan je best om Nederlands, Frans en Engels te leren. Ben je Belg, leer dan Nederlands, Frans en Duits.

Dat is natuurlijk in een ideale wereld en de wereld is niet ideaal. Franstaligen in Brussel zeggen dat ze geen Nederlands nodig hebben. Daarom moeten we hen misschien wel Nederlands opdringen opdat ze het toch zouden leren of dat ze een kans krijgen om het te oefenen.

Ik heb voor meertaligheid gekozen in Brussel. Misschien is het zeer egoïstisch, maar ik wil niet geconfronteerd worden met een taalpolitie zoals in Quebec, Canada, die taalwetten opstelt of winkels verplicht een tweetalig opschrift te hebben met de ene taal in een groter lettertype dan de andere.

Daarom schrijf ik dit.

Willemjan is blogger. Bekijk zijn werk op Facebook en zijn website.

Share

AboutWillemjan Vandenplas

Willemjan Vandenplas (°86) is geboren en getogen in de rand van Brussel, maar zijn sociaal leven speelt zich voornamelijk af in Brussel zelf. Vanaf het middelbaar tot zijn dertigste heeft hij veel gereisd in het Westelijke halfrond en nu trekt hij naar het Oosten om zijn wereld rond te maken. Ondertussen als hij terugkeert naar zijn veilige haven Brussel, schrijft hij op Brusselblogt.be.