Spanish Still Life, The Miracle of Painting, again

“Peut-être même le summum de la peinture”, zo liet Head of Exhibitions bij Bozar Sophie Lauwers haar gevoel spreken. Ze verwees naar het genre van het stilleven in de schilderkunst, dat vaak ondergewaardeerd bleef en blijft. Geen tweederangsgenre volgens Lauwers, maar eersteklas. Het summum van schilderen zelfs.

In Bozar is Spanish Still Life begonnen, de tentoonstelling die tot 27 mei de hele evolutie van Spaanse stillevens toont, aan de hand van werken uit de Spaanse schatkamers in bruikleen uit de beste musea en privé-collecties. Veertien schilderijen uit het Prado, en verder werken uit de National Gallery London, Fitzwilliam Cambridge, Louvre en Centre Pompidou Parijs, Uffizi Firenze, MOMA New York, et cetera.

Het stilleven ontstond als genre gelijktijdig in het Noorden en het Zuiden van Europa rond 1600, met grote verschillen in aanpak evenwel. Bij ons in ‘t Noorden zien we heel vaak het afbeelden van overvloed en luxueuze attributen, al dan niet afgezet tegen doodskoppen, gedoofde kaarsen of andere symbolen van de dood in de zogenaamde vanitas (ijdelheid)-schilderijen. De Spanjaarden kennen een veel soberdere traditie, in de lijn van het werk van wegbereider Juan Sánchez Cotán (eind 16e begin 17e eeuw). Cotán’s werk ‘Stilleven met appel, kool, meloen en augurk’ is het eerste doek van de tentoonstelling, en het legt de basis voor al wat volgt. Heel precies geschilderd hangen daar in een vensteropening aan een touw een appel en een kool, en daarnaast in het midden ligt een opengesneden meloen, en rechts een augurk. Op de voorwerpen het volle felle licht van de zon die van linksboven komt. De achtergrond van het tafereel is echter zwart. Door dit contrast worden de vruchten fel geïsoleerd, ze verschijnen op dit toneel. Tastbaar zijn ze ook verbonden met het wegsterven en wegvallen, het verdwijnen, door de donkerte die aan hun aanwezigheid likt. De schilder van het stilleven lijkt te zeggen: dit is leven, apprecieer het, straks zie je niets meer.

Een typisch element dat ook op dit doek te zien is, bij de augurk, is het plaatsen van voorwerpen op of over de rand van het raamwerk, vergezeld van een slagschaduw die hen nog verder duwt naar het bijna-moment van vallen.

Later wordt het Spaanse stilleven, waar veel vraag naar was vanwege kunstkopers, barokker, met beweeglijkere composities, en dan zal het ook komen tot het subgenre van de vanitasstillevens, in Spanje bekend als ‘ontnuchteringen van de wereld’ (desengaños del mundo’). Symbolen van rijkdom en macht liggen in al hun glorieuze pracht klaar om aangevreten te worden, naast schedels, of spookachtig in reflecties weerspiegeld.

Het merendeel van de stillevens viert echter wel de overvloed van het leven, in bloementaferelen of door het uitstallen van allerlei etenswaren op keukentafels. We zien bijvoorbeeld een prachtige koperen cacaotrembleuse, bij porseleinen kopje en breadrolls, getuige van de populariteit van de Zuid-Amerikaanse godendrank in het koloniale Europa, die toen via de Italiaanse en Franse chefs van de renaissance toegang tot de salons vond. Stillevens zijn via de voorwerpen dus ook eersterangs getuigen van de cultuurgeschiedenis.

Twee aparte werken op de expo zijn van Francisco de Goya daterend van +/- 1810. Goya schilderde slechts twaalf stillevens, voor eigen gebruik, met grote creatieve vrijheid tot gevolg. Het zouden de stille pendants zijn van zijn twaalf bekende revolutieschilderijen (met ‘El tres de mayo’ – drie mei – als bekendste). De vissen en de kalkoen die je hier ziet, zijn meesterwerken uit de kunstgeschiedenis.

Het motto van het genre van het stilleven, dat onder zeer religieus gesternte van start ging, zou kunnen zijn: ‘spiritueel voedsel is minstens even belangrijk als echt voedsel’, of zoals bij Ovidius: ‘Bouw een karakter, want dat blijft, versterk je schoonheid daarmee; slechts dat bewaar je tot het laatste uur’ (ars amandi). Daarmee overstijgt het genre de plaats die het aanvankelijk in de perceptie kreeg toebedeeld, die van een simpele imitatie van de realiteit. Stillevens maken van de vruchten en de voorwerpen schilderkunst. Picasso en anderen zullen in de twintigste eeuw nog een stap verder gaan door het einddoel van de driedimensionale afbeelding weg te schilderen en de kunst toe te laten de realiteit opnieuw een stapje voor te zijn, een eigen realiteit te boetseren, die ons weer nieuwe ogen gaf. Life imitates art more than art imitates life, zei Oscar Wilde daarover.

Tot 29 april loopt ook in Bozar de tentoonstelling van het werk van fotograaf Dirk Braeckman nog, zoals dat in Venetië te zien was op de Biënnale. Ik raad aan om deze hedendaagse donkere stillevens als dessert erbij te nemen, laat deze suggestie van topchef Bozar niet staan, want het menu is uitzonderlijk. Braeckmans werk toont de consequenties van het genre voor de eenentwintigste eeuw.

Share