De hoofdstad van het surrealisme

Er waart een varken door Brussel. Op de Oude Graanmarkt, in het hart van deze chaotische stad, waar mensen van verschillende origine en pluimage elkaar kruisen: polyglotte Brusselaars, Europese ambtenaren en zelfs een vrome Poolse huurmoordenaar. Zo begint ‘De hoofdstad’ van Robert Menasse. De Oostenrijkse – excuseer: Weense – schrijver stelde zijn met de Deutscher Buchpreis bekroonde roman in de KVS voor in het gezelschap van auteur Geert van Istendael en politicus Karel De Gucht.

(c) Rafaela Pröll

Menasse raakte in 2010 als writer in residence van het literatuurhuis Passa Porta in de ban van de Europese Unie en haar kleurrijke hoofdstad. Hij bleef naar Brussel terugkeren en sprak met meer dan 100 Europese ambtenaren om een blik achter de schermen te kunnen werpen. In het essay ‘De Europese koerier’ formuleerde hij zijn opvattingen over Europa. In ‘De hoofdstad’ liet hij zijn fantasie de vrije loop. Hij schetst hoe eurocraten op het idee komen om het 50-jarig bestaan van de Europese Commissie te vieren in Auschwitz. Want uit de barbarij van de holocaust groeide de Europese gedachte. Verregaande samenwerking was voor de grondleggers nodig om na de ellende van de oorlog tot vrede en welvaart te komen. De auteur verzwijgt de kleine menselijke kantjes van de ambtenaren, van plat carrièrisme tot liefdesperikelen en depressies, niet en laat de hooggestemde opzet faliekant mislukken door de tegenkanting van de EU-lidstaten.

De kunst van het mogelijke

In het gesprek outte Menasse zich als een utopistische eurofiel. De Europese eenmaking is voor hem het belangrijkste politieke project dat hij tijdens zijn leven heeft meegemaakt. Een trage revolutie die volgens hem moet leiden tot een Europese postnationale democratie waarin nationalisme definitief overwonnen wordt. Hij ziet met lede ogen toe hoe de Europese Unie, na de euforie van de uitbreiding naar het oosten, in zwaar weer is terechtgekomen en nationale reflexen in de Europese Raad opnieuw aan belang winnen. Blokkades, veto’s, politici die zich profileren op kap van de EU, krakkemikkige compromissen en een gebrek aan leiderschap: de balans van de laatste tien jaar oogt voor hem zeer mager. Om nog te zwijgen van de zware Duitse druk op Griekenland om draconische besparingen door te voeren. In zijn woorden: “Normaal eet de revolutie haar kinderen op. In de EU lijken de kinderen de revolutie op te eten.”

De Gucht, die gepokt en gemazeld is in de Europese politiek en zowel Europarlementslid als Eurocommissaris was, gaf tegengas. Hij is ook een overtuigd Europeeër, maar een pak pragmatischer. De Belgische ervaring leerde hem dat een compromis een wezenlijk onderdeel is van een democratie en dat je stap voor stap, en vaak onder druk van crisissen, vooruitgang boekt. Hij ziet ook veel positieve ontwikkelingen. De Europese politiek vindt veel minder achter gesloten deuren plaats door de toegenomen macht van het Europees Parlement. De financiële crisis van 2008 en daaropvolgende staatsschuldencrisis maakten de bankenunie mogelijk en de EU is pionier in klimaatbeleid. En Europa is zo’n goed concept dat het Verenigd Koninkrijk er niet in slaagt de deur achter zich dicht te trekken. De drie Europese instellingen houden elkaar in balans. “Zonder de kunst van het mogelijke zou de EU niet staan waar ze nu staat”, besloot hij. “Vergeet dat niemand op 8 november 1989 rekening hield met de val van de Berlijnse muur. Niets is onmogelijk”, beet Menasse terug.

Botsing van ego’s

“Mag het ook nog over het boek gaan?” klonk een stem uit het publiek, na het verhitte politieke debat. ‘De hoofdstad’ is ook een stadsroman, waarin vele Brusselse plaatsen herkenbaar in beeld gebracht worden, zoals de Sint-Katelijnekerk, hotel Atlas, café Kafka, de Grote Markt, de werf van het Schuman-station en het kerkhof van Evere. Het ontbreekt niet aan humor en couleur locale. Brussel blijkt de hoofdstad van het surrealisme en door zijn complexe structuur en gemengde bevolking het ideale laboratorium voor de Europese gedachte. De Gucht nam opnieuw geen blad voor de mond in zijn bespreking van de roman. Briljant geschreven en grappig, zeker, maar ook ongeloofwaardig, te geconstrueerd en vol stereotypen.

Jammer dat de voertaal van de avond Engels was, dacht je spontaan toen de schrijver aan het einde het wervelende openingshoofdstuk in het Duits voorlas. De avond had er ook anders uitgezien met een journalistieke interviewer in een meer dienende rol en met een minder grote focus op politiek. Nu was het meer een boeiende botsing van ego’s. Menasse was niet vergeten dat zijn schrijvende collega had beweerd dat hij zijn Brusselse roman nooit tot een goed einde zou brengen.

Voor de petite histoire: de Weense schrijver kon het roken niet laten op het podium en maakte een foto van het perplexe publiek. “Zo heb ik ook eens iets om op mijn Facebook-account te posten”, verklaarde hij schamper. De rij om aan te schuiven voor de signeersessie was intimiderend lang en de Duitse boeken waren op het Passa Porta-standje zo goed als uitverkocht. Van een rondwarend varken geen spoor.

‘De hoofdstad’ van Robert Menasse is verschenen bij de Arbeiderspers.

Share

AboutTom

Nieuwe Brusselaar met een passie voor taal, cultuur en journalistiek. Geboren in Sint-Niklaas. Studeerde Germaanse talen in Gent en woonde na zijn studie zes jaar in Berlijn. Houdt zich bezig met beleid en communicatie binnen de Vlaamse overheid en is journalist in bijberoep.