De illusie van een alternatieve werkelijkheid

De internationaal gerenommeerde Japans-Amerikaanse kunstfotograaf Hiroshi Sugimoto haalt dezer dagen zijn hart op aan het feit dat hij kan exposeren in de Koninklijke Musea van Schone Kunsten. In de nabijheid van een uitgebreide collectie schilderijen van oude meesters toont hij werk dat moet aantonen dat die oude meesters als pioniers van de fotografie kunnen worden beschouwd. Still Life is dan ook een van de tentoonstellingen waarmee de KMSKB dit jaar uitpakt om het portret als kunstvorm voor het voetlicht te brengen.

De impact die fotografie heeft gehad op de evolutie van de beeldcultuur is vergelijkbaar met deze die boekdrukkunst had op het verspreiden van kennis. Hiroshi Sugimoto is zich ten volle bewust van het belang van fotografie in haar meest prille vorm, niet enkel als eerste stadium in de ontwikkeling van de fotografie maar tevens als illustratie van de mogelijkheid tot het weergeven en bewaren van wat voorbij is. Gedurende  de 19de eeuw werd er gefotografeerd met grootbeeldcamera’s  die beelden vastlegden op fotogevoelig materiaal. Er werd daarbij gestreefd naar het zo realistisch mogelijk reproduceren van de werkelijkheid. De fotografie is sindsdien geëvolueerd. Met digitale camera’s kun je loepzuivere en hoge resolutiebeelden maken. Toch gebruikt Hiroshi Sugimoto technieken van de 19de-eeuwse fotografie bij het maken van zijn hedendaagse kunst. Ze bieden hem de mogelijkheid om een werkelijkheid uit een andere tijd en ruimte op te roepen aan de hand van door hem georkestreerde illusies. Het mag niet verbazen dat hij ook panorama’s, diorama’s en wassen beelden gebruikt om zijn doel te bereiken.

Gemsbok, 1980

Lion, 1994

Zowel panorama’s, diorama’s als wassen beelden zijn representatietechnieken die, nog voor er sprake was van fotografie, de sensatie van een alternatieve werkelijkheid wilden geven. Bij panorama’s gebeurde dat door op de zijwand van een cilindervormige zaal meterslang een geschilderd landschap of historische gebeurtenis af te beelden. Diorama’s op hun beurt waren visuele illusies opgesteld in een beperkte ruimte. Men plaatste objecten voor een achtergrond en voorzag die van de  gepaste belichting en geluid.

Het maken van wassen beelden is  misschien de techniek die ook vandaag nog het meest tot de verbeelding spreekt.  De wassen beelden naar bekende persoonlijkheden die in het museum van Madame Tussaud te bekijken zijn, brengen door hun hoge mate van gelijkenis voor even verwarring. Staat men voor een beeld van een historische figuur, dan wordt men als het ware teruggeworpen naar de eeuw waarin het personage heeft geleefd.

Anne Marie Grosholtz, beter bekend onder de naam Madame Tussaud , beleefde de Franse Revolutie als notoir royalist van op de eerste rij. Haar banden met het in ongenade gevallen ancien régime deden haar achter de tralies belanden en ook voor haar dreigde een dood met de guillotine. Haar relaties met Napoleon Bonaparte – Grosholtz zat samen met Joséphine de Beauharnais, de latere mevrouw Bonaparte, opgesloten –zal er wel iets mee te maken hebben gehad dat ze vrijkwam en dat ze, aanvankelijk in besloten kring, naam  maakte met haar wassenbeelden van protagonisten van de Franse Revolutie.

Grosholtz zou zich uiteindelijk, na omzwervingen in Engeland en Ierland, met haar wassenbeeldencollectie in Londen vestigen waar een opstelling van Napoleon op zijn sterfbed met veel geestdrift onthaald werd. De Duke of Wellington, tegenstander van Bonaparte op het slagveld in Waterloo, werd een frequent bezoeker van Madame Tussauds wassenbeeldenmuseum, wat Grosholtz ertoe bracht om, naar een schilderij van een tijdgenoot, beide mannen in één tableau samen te brengen.

Toen Hiroshi Sugimoto eind vorige eeuw voor het eerst de van affectie vervulde scene zag, was hij sterk onder de indruk en besloot hij het tafereel  te gaan gebruiken in zijn werk. Wellington, die als het ware opnieuw tot leven is gebracht terwijl Napoleon Bonaparte er levenloos op zijn sterfbed bij ligt, het zegt wat over wat Sugimoto zoekt te bereiken met zijn kunst: door een hoge graad van visueel realisme na te streven stelt hij een scene die zich nooit bij leven heeft voorgedaan als een alternatieve werkelijkheid voor aan het  publiek.

Als kunstenaar en uitdrager van cultuur beweegt Sugimoto zich tussen het Oosten en het Westen.  Zijn  visie op hoe het verleden aan nieuwe generaties doorgegeven kan worden, is beïnvloed door de normen die in zijn geboorteland gelden. Niet het materiële erfgoed an sich is belangrijk, van belang is het gebruik van oorspronkelijke technieken en materialen die aan de grondslag liggen van dat erfgoed. Behoud komt erop neer om iets nieuws te maken dat aan de eisen van het cultuurbehoud voldoet.

Sugimoto gaat verder dan het behoud. Hij kiest er niet voor om een nieuw, aan de normen van het behoud beantwoordend cultuurproduct te maken. Hij kiest ervoor om een cultuurproduct uit het verleden met gebruik van 19de-eeuwse fotografie als historisch beeld op te waarderen. Door wassen beelden (en andere representaties uit het verleden)  te fotograferen raakt hij niet aan de cultuurproducten  uit het verleden maar geeft de toeschouwer, meer nog dan bij het origineel, een indruk van historische waarheid.

Hendrik VIII, 1999

Catherine Howard, 1999

Hiroshi Sugimoto hield het niet bij het ene tafereel in het museum van Madame Tussaud. Hij kreeg toestemming om meer beelden te fotograferen, waaronder een aantal die gebaseerd zijn op schilderijen van de renaissanceschilder Hans Holbein. Uit de reeks ‘Portraits’ die hij 1999 maakte, zijn er een aantal te zien op de tentoonstelling in de KMSK. In een zelfde zaal zijn tevens werken uit de reeks ‘Diorama’s’ (1975-1995) te zien, ook hier grootformaat zwart-witfoto’s. Eenzelfde methode werd gebruikt. In het Natuurhistorisch museum van New-York fotografeerde hij dieren en primitieve mensen opgesteld voor geschilderde afbeeldingen van  hun biotoop. Ook hier biedt de fotografische versie een meer waarheidgetrouw beeld van de leefwereld van de tentoongestelde (opgezette) dieren en de primitieve mensen.

Dat Sugimoto het werk van de Vlaamse meesters wel degelijk kent, bewijst hij in een andere zaal met een sobere versie van ‘Het laatste avondmaal’ van (atelier van) Pieter Coecke van Aelst (1502-1550). Beide werken zijn naast elkaar geplaatst. Waar op het 16de-eeuwse schilderij de gelaatsuitdrukkingen verloren gaan in de overvloed aan kleuren en elementen toont het brede fotografische panorama van Sugimoto de personen als individu in al hun eenvoud. Ook hier gaat het om wassen beelden, in dit geval uit een Japans museum.

De tentoonstelling ‘Hiroshi Sugimoto – Still Life’ is nog tot 19 augustus te bekijken in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België (Regentschapsstraat 3, 1000 Brussel).
Open op weekdagen van 10 u tot 17 u, in het weekend van 11 u tot 18 u. Gesloten op maandag.
Gratis toegang na aankoop van een ticket voor de andere tijdelijke tentoonstelling ‘Belofte van een gelaat’ of een ticket voor het Old Masters Museum.

afbeeldingen: persdienst KMSKB

Share

AboutMichel

Heeft een boontje voor Brussel, pendelde jaren lang om er te gaan werken en komt er, ook nu nog, graag terug. Hij vindt multiculturaliteit, zeker in steden, onvermijdelijk en verrijkend. Dat verschillen zichtbaar en soms uitvergroot worden is er een consequentie van. Als ze inspiratie opleveren is het mooi meegenomen.