Il fait chaud

‘Il fait chaud!’, zeg ik spontaan tegen de vrouw naast me in de snikhete tram. En ik schaam me plots, want ik klaag in mijn T-shirt en zij gaat gehuld in een lang kleed en ze draagt een hoofddoek. Ik kijk haar aan. Ze lacht lief terug.

‘Ah oui!’, lucht ze op. ’Et il faut voir ce que je porte!’ Ze wijst naar een grote groene draagtas.

‘Je peux?’, vraag ik. Ik mag. Ik hef de zak en krijg hem geen millimeter de lucht in. Sterke vrouw, bedenk ik me. Ik krijg plots de drang om haar te leren kennen. Wie schuilt er achter deze vriendelijke verschijning op mijn pad? Wat sleurt ze met zich mee? ‘Vous cuisinez?’, vraag ik geboeid.

‘Oui, oui!’, ze begint te stralen. ‘Je cuisine beaucoup. Et je fais mon propre pain!’

We babbelen over eten maken alsof we elkaar al heel lang kennen. Ze is geen vreemde voor mij, deze vrouw. ‘Mais tu sais’, zegt ze plots, ‘les hommes n’apprécient pas ça!’. Ik kijk even verbaasd. Die openhartigheid had ik niet verwacht.

‘C’est vrai’, zeg ik samenzweerderig, ‘Ce sont tous les mêmes!’

We lachen samen om ons klein geheim.

‘On peut faire ce qu’on veut, ce n’est jamais assez. Juste un merci de temps en temps, ce serait déjà bien. En fait, moi, je ne crois plus en amour!’ Ze klinkt niet verbitterd of triestig. Maar wel beslist. Voor haar is het een uitgemaakte zaak.

‘Moi j’y crois!’, biecht ik op. ‘Enfin, il y a des moments.’ Ik lach.

‘Je ne veux pas te désillusioner’, zegt ze minzaam. Ik praat nog even met deze warme vrouw vooraleer mijn halte tevoorschijn komt. ‘On a la force en soi, la force de base.’, zeg ik nog.

Ze knikt. We snappen elkaar. Mijn hart wordt warm. Dank u, lieve dame op de tram. Om mijn wereld in vijf minuten tijd alweer volledig op zijn kop te zetten.

Share