Pleinvrees

Ik hou van pleinen. Of liever: ik hou van pleintjes.

Wat is er gezelliger dan zonder plan of doel door de stad te slenteren en, verscholen om een anonieme straathoek, een pleintje met een boompje, een bankje, een klein cafeetje misschien, te ontdekken. Overal waar ik geregeld kom loop ik graag verloren. Ik hou er favoriete plekjes aan over. Niet altijd makkelijk om terug te vinden, trouwens.

In Brussel bijvoorbeeld is dat het Vrijheidsplein met het monument ter ere van Charles Rogier. Niet écht een zakdoek groot, dit plein, maar het grasperk met de bomen en de terrasjes errond, geven het een je-ne-sais-quoi dat mij zeer aanspreekt. Een ideale plek om even te verpozen tussen Madou en Congres.

Helaas houden Brusselse beleidsverantwoordelijken er duidelijk een andere visie op na. Ze hebben meer oog voor grote pleinen en gigantische esplanades dan voor de discrete charme van eenvoudige rustplekjes in de stad. Eerder dan deze in ere te houden, kiezen ze voor het grof geweld van het megalomaan heraanleggen. En daarbij worden telkens weer dezelfde nepargumenten bovengehaald van het ‘heroveren van de openbare ruimte’ of het ‘creëren van levendige publieke ontmoetingsplekken’. De plannen worden steevast goedgekeurd ‘na een uitgebreide consultatieronde’, heet het dan. Alsof er iemand zou wonen aan het Rogierplein, in de Madoutoren of op het Poelaertplein voor het Justitiepaleis!

Heel af en toe loopt het verkeerd af, met die consultatieronde. Dan verzetten bewoners zich tegen plannen die zonder pardon hun leefomgeving voor jaren naar de kl..en willen helpen. De dagelijkse voddenmarkt op het Vossenplein (d’aa Mèt, zoals we hier zeggen) wordt dan, zeer tegen de zin van de initiatiefnemende schepen, gered. Tot een volgende megalomane stadsbestuurder weer op de proppen komt met hetzelfde plan voor een ondergrondse parking. Hopende op het korte geheugen van de bewoners.

De eerste Brusselaar die onder de glazen luifel van het Rogierplein een ‘levendige ontmoetingsplek’ gaat zoeken, moet ik nog tegenkomen. Daarvoor is, na zonsondergang de vlakbijgelegen beeldentuin van de Botanique meer geschikt, als u begrijpt wat ik bedoel? In het beste geval biedt zo’n fraaie overkapping van het grote Niets even beschutting tegen de regen voor wie van punt A (het Noordstation) naar punt B (de Primark in de Nieuwstraat) wil stappen, wanneer de metro weer eens staakt. In de zomer wil ik er zelfs niet aan denken welke temperaturen daar genoteerd zullen worden. Een microklimaat in wording!

De verkozenen des volks moeten natuurlijk sporen nalaten voor het nageslacht. Dat is een vorm van uitgestelde verloning bovenop hun schamele emolumenten (extralegale voordelen, red.). Zoals krolse katers vlaggen, laten zij bronzen inhuldigingsplaten achter. Stel je voor dat volgende generaties Brusselaars niet zouden weten dat Pascal Smet of Els Ampe het initiatief namen ter verfraaiing van hun stad!

Met het budget voor de glazen parasol aan Rogier of voor de blauwe stenen van het de Brouckèreplein kan je ongetwijfeld een halve eeuw lang een legertje stadsarbeiders in dienst nemen om uitpuilende vuilnisbakken regelmatig te legen of de eenvoudige houten zitbanken een likje verf te geven. Er hoeft zelfs geen plaatje bij dat mij uitlegt wie daar het initiatief voor nam!

 Yves de Vresse schreef deze bijdrage voor de blog Pierewit.

Share