Het MIM, muzikaal rariteitenkabinet van wereldklasse

Een bezoek aan het Muziekinstrumentenmuseum (het MIM, volgens de huidige afkortingswoede) is op vele vlakken een must.

Het museum vindt zijn oorsprong in de collectie oude instrumenten van het ‘instrumentenmuseum’ van het Koninklijk Conservatorium. De eerste conservator ervan, een zekere Victor-Charles Mahillon (1841-1924), bouwde over de jaren de verzameling uit tot een van de belangrijkste ter wereld, zowel in kwantiteit als in kwaliteit. Dat is zo gebleven. Dankzij aankopen, giften en legaten, herbergt het museum duizenden instrumenten uit alle periodes en windstreken. Een slordige 1.100 daarvan worden permanent tentoongesteld in een gebouw dat op zich al het bezoek waard is.

Het oude art-nouveaugrootwarenhuis ‘Old England’ aan de Hofberg werd grondig gerestaureerd en aangepast aan zijn nieuwe functie door het te koppelen aan een classicistisch pand dat op het Koningsplein uitziet. Zo konden er, rond een centrale vide, de administratie, een bibliotheek, een concertzaal, restauratieateliers en een museumshop een plaats krijgen in het indrukwekkende pand.

Ook een ruime picknickruimte biedt de bezoekers een plek om een meegebrachte lunch te genieten. Niet iedereen wil naar de hoogste verdieping om uitgebreid in het restaurant te tafelen. Toch is een van de niet te missen attracties van het MIM net dáár te vinden: het groot dakterras biedt er een panoramisch zicht over de stad. Er kan uiteraard ook een simpel drankje genuttigd worden. De obers zijn niet van de vriendelijksten, maar kom, het prachtig uitzicht maakt veel goed.

Naar een muziekinstrumentenmuseum gaat men uiteraard in de eerste plaats voor de muziekinstrumenten. En zoals eerder gezegd, dit is fenomenaal! De meest onwaarschijnlijke instrumenten worden in vier overzichtelijke zalen gepresenteerd. Er is soms veel fantasie nodig om te achterhalen hoe wat werkt. Sommige half-mechanische piano’s, bijvoorbeeld, getuigen van het technisch vernuft en de ongebreidelde fantasie van de fabrikant ervan. Ook bij de blaasinstrumenten is enige hilariteit nooit veraf. De meest bizarre vormen zullen wel een akoestische verantwoording hebben, feit blijft dat sommige instrumenten nogal surrealistisch overkomen. Of wat dacht u van een twee meters hoge houten hoorn (?) waarvan de zesvoudige krulvorm de muzikant verplicht het monster vanop een trapladder te bespelen ?

Prachtig om te zien ook hoe de decoratieve aspecten van een instrument de tijdsgeest mooi weergeven:  zestiende-eeuwse virginalen, versierd met een pseudo-niëllotechniek, herinneren aan de Italiaanse renaissance, terwijl schitterend beschilderde −overigens pas gerestaureerde− klavecimbels ons heerlijk romantische taferelen tonen.

Latere stukken moeten hier, op een andere manier, niet voor onderdoen! Zo zijn er een paar art-deco-buffetpiano’s in exotisch hout, sober versierd met stalen kaarsenhouders. Mooi.

Meestal trek ik niet meer dan een paar uur uit voor een museumbezoek. Een teveel aan prikkels en impressies maakt dat ik daar moe word. Ik kom liever nog eens terug om mij in bepaalde stukken te verdiepen. Dat is hier niet anders, integendeel.

MIM (Muziekinstrumentenmuseum), Hofberg 2, 1000 Brussel, open van dinsdag tot zondag.

Yves de Vresse schreef deze tekst voor de blog Pierewit.

Share