Bla Bla Bla

13 oktober 2018

Ik schrijf niet meer. Of toch niet veel meer. Dat is geen goed teken. Het leven raast voorbij en voor ik het weet zijn de letters in mijn hoofd vergaan nog voor ze de weg naar het blad vonden. Het blad papier, het bierkaartje, een stuk serviette of een misplaatste nota in de verkeerde app. Anything goes.

Maar de woorden zwijgen stil. Ik voel ze zoemen in mijn hoofd, als een hoop verloren passagiers in transit, die niet verder noch terug kunnen. Limbo.

Hel, zeg maar. Of was dat dan het vagevuur? Mijn hoofd is een vagevuur. Mijn oren suizen en mijn huid staat op ontploffen. Macadam dam dam dam. Steeweg, steeweg.

Het appartement wordt leeggemaakt, de laatste spullen zijn doorgenomen, de rest zal samen met M in haar onbestaand graf wegzinken. Niet toevallig dat ik onlangs nog naar Titanic keek. Die laatste leefplek afsluiten voelde als het recupereren van enkele nog te redden souvenirs uit een schip dat al lang geleden gezonken en vernield was. Heeft het dan ooit bestaan? Was ik erbij? Er een deel van? Een stukje misschien. Een vluchtig moment. Kairos. Is het vastleggen van het moment een manier om het bij te houden? Of is het slechts een reflectie van de herinnering die we ons wensen voor te houden. De foto’s zeggen niet half zoveel dan de tekeningen en de briefjes die tussen de boekhouding bewust en zorgvuldig werden bewaard. Dank, bedankt, liefs, veel liefs, dank voor je steun, deelneming, speeches voor trouwerijen, korte updates van de andere kant van de wereld. Met pen op papier. Met afzenderadres en keurige hoofding. Met achting. Met waarde. Tussen de regels broeit de emotie. Met een briefje als portaal naar de bestemmeling. Vreemd hoe ongeschreven woorden nog het meest kunnen zeggen. Net zoals onuitgesproken woorden dat kunnen. Maar dan zonder blik of kuch.

De woorden, de woorden hebben ons genekt. De woorden leerden ons liegen. De woorden leerden ons verdelen. De woorden deden ons redeneren. De woorden. Ik vraag me nog steeds af waarom we zijn beginnen schrijven. En wat begonnen we te schrijven? Hoe kwamen de eerste mensen op het vertalen van een klank naar een vorm? Naar vormen die in een reeks werden geplaatst en waarmee al wat we uit te drukken hebben zou kunnen worden samengesteld. Oeps, te veel voorwaardelijk, te veel passieve werkwoorden. Dat mag niet. Dat zijn geen geschikte woorden. Dat is een ongeschreven schrijfregel.

Misschien zoemden de ongeschreven woorden ook in de hoofden van onze achtervoorouders. Zochten ze een uitgang en vonden ze een portaal, bij een schuchtere, verliefde Neanderthaler, die zijn verborgen boodschap naar zijn geliefde sms’te. Met verkoold hout op een afgelegen rotswand. Waar ze elke dag passeerde om bessen te gaan plukken, of in het geniep mammoeten te gaan slachten. Een boodschap aan een stoere Neandervrouw, aan de oorsprong van het geschreven woord! Door een schuchtere schrijver die de woorden uit zijn hoofd kon bevrijden en tot bij zijn geliefde bracht. Zo moet het geweest zijn. De eerste woorden waren een liefdesbrief. Passie. Geen leugens.

Morgen gaan we stemmen. Gemeenteraadsverkiezingen. Woorden. Heel veel woorden.

Maar daden?

Share