Ganymed werpt nieuw licht op oude meesters

De Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België hebben iets weg van een overvolle schattenkamer waar je je door stof en spinnenwebben moet banen om parels uit de kunstgeschiedenis te ontdekken. Ganymed goes Brussels wil met prikkelende performances nieuw licht werpen op de oude meesters. 

Om zeven uur ‘s avonds weerklinkt er elegante livemuziek door de grote zaal naast de ingang van het museum. Gewapend met een compacte klapstoel en een tekstboekje maken bezoekers zich op voor een unieke rondgang door de zalen. Bij negen kunstwerken, verspreid over het museum, worden ze in groepjes vergast op een performance: een acteur debiteert een tekst, dansers en muzikanten geven een mini-optreden, er worden beelden geprojecteerd. Het idee komt uit Wenen. Regisseuse Jacqueline Kornmüller en producer Peter Wolf hebben sinds 2011 al verschillende edities van Ganymed in het Kunsthistorisches Museum georganiseerd en verleggen hun werkterrein naar Brussel naar aanleiding van het Oostenrijkse EU-voorzitterschap in de tweede helft van 2018.

Het resultaat is bij momenten oogstrelend en intrigerend. Zo liet Lize Spit zich inspireren door ‘Het meisje met de dode vogel’, dat toegeschreven wordt aan de Zuid-Nederlandse School in het begin van de zestiende eeuw. Een speelse Charlotte Allen weet zich perfect in te leven in een meisje van zes dat voor het eerst met de dood geconfronteerd wordt als de buurman-duivenmelker wordt aangereden. Babetida Sadjo gaat uit de kleren in een tekst van Thomas Glavinic over de ‘Allegorie op de vruchtbaarheid van het land’ van Jacob Jordaens. Ze brengt een prachtige ode aan het nauwkeurige kijken “met oprechte tederheid en zonder valse schaamte”.

Ook Rania Mustafi Ali overtuigt met haar door en door menselijke verhaal over haar vlucht uit Syrië, een uitputtende odyssee, die ze mede kon doorstaan door af en toe mee te zingen met Carpool Karaoke op Youtube. De link met ‘Hagar en Ismaël in de woestijn’ van François-Joseph Navez is snel gelegd. In een uitstekend muzikaal intermezzo duikt het kamermuziekduo Belem in de wereld van de avondmarkt bij werk van Petrus van Schendel.

Niet elk optreden is een schot in de roos. Christophe Destexhe vergaloppeert zich in een geëxalteerde vertolking van een essay van Jean-Philippe Toussaint over ‘De val van Icarus’ van Pieter Brueghel. Door de ziekte van een actrice viel de tekst van Zadie Smith weg. Jammer dat er geen stand-in was aangeduid. Ook op technisch vlak laat de uitvoering te wensen over. De belichting laat de kunstwerken onvoldoende tot hun recht komen. En door de gebrekkige akoestiek en geluidsversterking gaat helaas een deel van de teksten voor de luisteraars verloren. Het zijn slordigheden die deze meertalige opvoering parten spelen.

Ganymed slaagt wel in zijn opzet om – soms onbekende en dus onbeminde – meesterwerken van de vergetelheid te redden. Klassiekers zoals ‘De volkstelling in Betlehem’ van Brueghel, ‘De koning drinkt’ van Jordaens en ‘Vier studies van het hoofd van een Moor’ van Rubens blijven onze aandacht verdienen. Via de website van het museum kun je volop grasduinen in de weelderige collectie, maar het blijft een voorrecht en een genoegen om oog in oog te staan met een werk van gisteren dat vandaag tot ons spreekt.

Ganymed goes Brussels is nog te zien op 15 en 22 november en op 11 december.

Share

AboutTom

Nieuwe Brusselaar met een passie voor taal, cultuur en journalistiek. Geboren in Sint-Niklaas. Studeerde Germaanse talen in Gent en woonde na zijn studie zes jaar in Berlijn. Houdt zich bezig met beleid en communicatie binnen de Vlaamse overheid en is journalist in bijberoep.