Ontluikende renaissance

De tentoonstelling ‘Bernard van Orley – Brussel en de renaissance’ is nog kort te bezoeken in het Paleis voor Schone Kunsten. Ze kwam tot stand door samenwerking van BOZAR met de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten en het Museum Kunst & Geschiedenis. Naast schilderijen, tekeningen en glasramen zijn er ook wandtapijten te bekijken. Voor wie er nog langs wil begint de tijd te dringen.

Zelfportret van Bernard van Orley

Politiek en cultuur
Brussel was ook al aan het begin van de 16de eeuw een machtscentrum in Europa. Bourgondische hertogen en later de Habsburgers resideerden er in het Coudenbergpaleis. Mondjesmaat was men afgestapt van het leenstelsel waarvan de middeleeuwse maatschappij doordesemd was geweest. De Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden vielen beiden nog onder één centraal gezag. Steden genoten een zeker vorm van autonomie, zij het dat deze door de hogere overheid (hertog, koning, keizer) werd ingeperkt.
In het noordelijk deel van Italië lag het enigszins anders. Steden werden er bestuurd door burgers zonder dat er nog sprake was van een centrale wereldlijke macht. De invloed van steden in rurale gebieden was aanzienlijk maar het was vooral de handel die de grote rijkdom bracht. Kunst en cultuur bloeide er, niet in het minst onder impuls van rijke families of een stedelijke overheid als die van de Venetiaanse Republiek. De renaissance, een cultuurstroming die het teruggrijpen naar de antieke oudheid voorstond, stelde het ideaalbeeld van de mens als zelfbewust individu tegenover een mens die zich onderwierp aan een hoger macht. 
In Brussel waren het vooral het hof, de kerkelijke overheid en rijke patriciërs die kunst en cultuur faciliteerden door de kunstambachten en zo ook de kunstenaars werk te verschaffen. Ook Italiaanse opdrachtgevers deden evenwel een beroep op Brusselse kunstambachtslieden om ontwerpen van renaissancekunstenaars te laten uitvoeren. Bernard van Orley was een van de eersten in de Nederlanden die invloeden van renaissancekunstenaars in zijn kunst verwerkte.

Wandtapijten
Kunstenaars werkten toen voornamelijk in opdracht en kunst werd vooral als decorum gebuikt. In Brussel nam de productie van wandtapijten, mede door de aanwezigheid van het hof, een hoge vlucht. Uitgaand van schetsen en tekeningen maakten kunstenaars kartonnen aan waarmee de tapijtweverijen aan de slag gingen. Kartonnen werden meermaals gebruikt. De tapijtateliers stelde een aanzienlijk aantal gekwalificeerde wevers tewerk.
Brussel was gekend om zijn hoge kwaliteit. Kleurvastheid, fijne weeftechnieken, overvloedig gebruik van goud- en zilverdraad en de omvang van de geproduceerde tapijten maakten van de Brusselse wandtapijten gegeerde objecten.
Op de tentoonstelling hangen wandtapijten die naar ontwerpen van Bernard van Orley in de periode 1520 tot 1522 in opdracht van Margareta van Oostenrijk werden gemaakt. De echte topstukken van de tentoonstelling zijn echter opdrachten van of voor Karel V uit de periode 1525 tot 1533. Uit De jachten van Karel V, een reeks van twaalf wandtapijten (totale lengte: 73 m) uit de collectie van het Louvre, wordt het eerste en zevende tafereel op de tentoonstelling getoond samen met voorbereidende tekeningen van de hand van Van Orley. De reeks De Slag van Pavia (7 wandtapijten, totale lengte 60 m) was een schenking van de Staten Generaal aan Karel V. De Staten Generaal was een adviesorgaan bestaand uit leden van de hoge adel van de Nederlanden. Ook van de tapijten uit deze reeks zijn op de tentoonstelling voorbereidende tekeningen aanwezig.

De tentoonstelling Bernard van Orley – Brussel en de renaissance loopt nog tot 26 mei in BOZAR (Paleis van Schone Kunsten, Ravensteinstraat 23, 1000 Brussel). Open op dinsdag tot zondag van 10u tot 18 u, op donderdag van 10u tot 21u. Gesloten op maandag.

Verantwoording illustraties
Zelfportret van Bernard van Orley (fragment van Polyptiek met Job en Lazarus, c. 1521) © Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België
Fragmenten van wandtapijten © Mieke Van Delm ( @miekevandelm )


Share

AboutMichel

Heeft een boontje voor Brussel, pendelde jaren lang om er te gaan werken en komt er, ook nu nog, graag terug. Hij vindt multiculturaliteit, zeker in steden, onvermijdelijk en verrijkend. Dat verschillen zichtbaar en soms uitvergroot worden is er een consequentie van. Als ze inspiratie opleveren is het mooi meegenomen.