Zomerlectuur: afscheid van Laken

Ken je “la baguette magique”, de toverstaf? Telkens je er iets mee aanraakt, verandert alles, naar wens, vol kleuren en tintelend van magie. Onlangs, in Brussel, kreeg ik er één in handen.

EEN DRAMATISCHE WENDING

Ik heb zeven jaar in Laken gewoond, op twee verschillende plekken. Ik zei altijd dat ik in een populaire buurt woonde. In de betekenis van volks. “Ca c’est les vrais quartiers populaires”, zoals iemand in een gesprek over Laken eens zei, terwijl we het hadden over de eiland-straten Prudent Bols en Richard Neybergh, waar elk riant huis een voortuintje heeft en een smeedijzeren hek, uit de begintijd toen burgemeester Bockstael mikte op het aantrekken van gegoede bourgeoisie naar de nieuwe wijken.

Laken heeft zo wel een dozijn microkosmossen, met voortuintjes en hekwerk, maar het is ook en vooral, naar mijn aanvoelen toch, een populaire gemeente – en deelgemeente. Arbeiders vermengen er zich met bourgeoisie, al sinds heel lang, want kanaalzonegemeentes hebben sinds de industriële revolutie altijd cités en fabrieken gekend.

De laatste paar decennia heeft de populaire trend zich doorgezet. De Maria-Christinastraat, eens concurrente van prinses Louiza, ontvangt nu de opeenvolgende immigranten, van Siciliaanse in het begin tot Oost-Europese vandaag, met vele anderen daartussen, in winkels en snackbars waar enkele euros vaak al kunnen volstaan om, al dan niet voldaan, gezakt weer buiten te komen. Christiaensen de speelgoedwinkel, de banketbakkers/patisserieën fournisseurs de la Cour hebben Laken verlaten, tot spijt van niet weinigen die die tijden hebben gekend.

Windowshoppen in de
Maria-Christinastraat

Toch blijft Laken in een sfeer van grandeur gedijen, met het rijke patrimonium dat er nooit ver te zoeken is, en ook meer bemiddelde en westers geschoolde nieuwelingen komen zich hier nestelen, de vierde Europese school in de Sint-Annadreef vlakbij wetend en met huizenprijzen die tot nu toe nog altijd merkelijk lager kunnen liggen dan elders in de stad – en met hekje, met wat geluk. Ook groene ruimte en vergezichten krijg je erbij.

Dat publiek hunkert naar hippe pop-ups, of al was het maar een eerste goede bakkerij – naar westerse normen – om de mix op te vrolijken, maar ’t blijft heel moeilijk. Veelbelovende initiatieven zoals een mooi ingerichte ontbijt- en broodjeszaak waar iedereen zich cross-culture toe aangetrokken voelt, een knap ogende ijsjeswinkel, ze openen om na enkele weken alweer te sluiten of blijven zelfs koudweg in de steigers staan, de belofte van vers bloed niet verder nakomend dan een glimmende vitrine en een gloednieuw uithangbord. Zohra, in de krappe Fransmanstraat, met haar authentiek Marokkaanse tajines en hippe interieurdecoratie, hielp iedereen over de streep, maar ze hield het slechts een tweetal jaar uit. Zij was precies wat ‘Bockstael’ als beste te bieden kan hebben, een ontmoetingsruimte voor de verschillende mensen die hier samenwonen maar niet samenzijn.

Aantrekkelijke broodjeszaak, slechts enkele weken geopend

Daarvóór was Christ’Inn (Maria-Christinastraat) nog tot voor kort de laatste magische ouderwetse tea-room (éclairs in de vitrine) maar hij kon niet meer op tegen het geweld van de maghrebijnse bakkers die de een na de andere opengaan en het gros van het publiek opzuigen met nieuwere winkelinrichtingen en minder goed meel.

Van de rest van de stad gescheiden door het kanaal (al sinds de 16de eeuw), en doorsneden door spoorwegen, ondergaat Laken een sterke invloed van doorvoer en transport, die haar als gemeente streng doorkruisen en opdelen. De lange en brede Emile Bockstaellaan, die dan opwelt naar Houba en de Heizel toe, trekt dat spoor nog dieper door, met de metro eronder, die enerzijds de wijken gelukkig goed verbindt met andere delen van de stad, maar ook aan funderingen van huizen wrikt.

De brug te ver zijn de laaghangende vliegtuigen, die van en naar Zaventem donderen. Hun lawaai en frequentie vallen niet te negeren.

Bij mij kwam daar nog de tram bij. Handig, die tram, zeker als je een halte schuin voor de deur hebt. Maar aan het geluid van de T2000 heb ik nooit kunnen wennen. Ik ben wellicht fragiel en gevoelig, meer dan gemiddeld, maar tegen die snerpende slang, dat misbaksel uit de jaren ’90 worden actiecomités opgericht. De MIVB geeft toe dat het model gebreken heeft, maar op mijn vraag om hem versneld te vervangen, kreeg ik als antwoord dat de nog oudere modellen “natuurlijk” voorrang hebben. Nou, die vind ik echt de tand des tijds nog knap doorstaan.

Hoe hij om de paar minuten botsend tot stilstand komt, de straat afgedaald tot vlak onder mijn oren, onderweg dat huilende geluid makend dat mij zo geterroriseerd heeft.

Ik ben een buurter. Lelijk woord misschien dat ik hier neergooi, maar je begrijpt meteen waar ik het over heb. Ik wil altijd leven in mijn straat en in mijn buurt. Leven: dat doe je toch voortdurend? Mensen groeten, mooie dingen zien. Lijkt me logisch. Zodra ik buitenkom, zit ik in vibes, en die beïnvloeden me. Ik verdraag slecht levenloosheid en lelijkheid. Lelijke dingen (hier schuilt ook een waarde-oordeel in) wil ik bestrijden, op mijn manier. Hoe mooi is het streven om iets mislukts om te toveren naar iets moois, en er anderen mee van te laten profiteren. Zo hielp ik mee een reuzegrote en aartslelijke tag die onder een muurschildering van Tiny/Martine plakte, te laten verwijderen door de stadsdiensten, na aandringen en door goede contacten. Hij was van ver te zien, vanuit verschillende hoeken, en hij groette je hardvochtig telkens je met tram 62 of 93 richting kanaal Laken verliet. Die stadsdiensten, netheid en cultuur, zaten er in een onderling robbertje over verwikkeld. “Wij mogen geen fresco overschilderen van Cultuur”, maar bij Cultuur was het budget op. Resultaat: standstill. En de Lakenaar, bij uitbreiding Brusselaar, legde zich erbij neer, zoals zo vaak. What can a poor boy do? “Ach, Laken is een beetje zo, daar valt weinig aan te doen. Meld het op fixmystreet!”

Ik dank Corrinne nog eens voor haar daadkracht en het forceren van een oplossing.

Kruispunt Bockstael. De herinrichting via het Wijkcontract zal binnenkort beginnen.

De ‘populaire’ deelgemeente lijkt – ís – altijd minder belangrijk en verder af van het bed dan het centrum van Brussel-Stad, ook al volgen de Wijkcontracten zich op en wordt er veel energie in gestoken. Logisch, lijkt mij: Brussel-Stad, waar Laken sinds 1921 toe behoort, is geografisch zo tentaculair dat het ongetwijfeld moeilijk moet zijn om op alle schaapjes even goed te letten, met het stadscentrum dat sowieso altijd harder aan het laken trekt. Árme schaapjes vallen daarenboven, wat socialisten ook zeggen, gemakkelijk naar een tweede échelon terug, waar ze maar moeilijk uit kunnen geraken. Zeker niet wanneer de uitgestoken hand joviaal hulp aanbiedt die het overleven garandeert (van kiezer en verkozene), maar verdere ambities versmoort. Wanneer je taallessen aanbiedt aan anderstalige beginners, zorg er dan voor dat er engagement en vooruitgang bij de leerlingen is, niet dat iedereen met een mooi maar inhoudsloos getuigschrift huiswaarts keert, terwijl allen elkaar publiekelijk op de schouder kloppen en elkaar feliciteren over het fijne samenzijn.

Ook aanbieders van deelfietsen, -steps of -auto’s hebben blijkbaar koudwatervrees om hier investeringen te doen. En dat ondanks Tour & Taxis, het Atomium en de Heizel, Docks, en de aanwezigheid van de koninklijke familie. Die veelbesproken polen zijn soms maar doekjes voor het bloeden, want wie het over Neo, T&T of het vuurwerk onder de negen bollen heeft, allemaal grondgebied 1020, praat die dan eigenlijk wel over Laken?

Nee hoor, Laken dat is het leven daartussen, op en rond het Bockstaelplein, de Emile Bockstaellaan, Houba-Destrooper. Overbezette huizen waar tot in kelders toe gewoond  wordt, PVC-voordeuren die de originele vervangen, klein en grof vuil dat continu aangevuld wordt, als illegale maar getolereerde straathoekdecoratie, gratuite geweldplegingen na 22:00 wanneer er geen enkel toezicht meer is – het gebrek aan de geur van autoriteit die ontradend werkt, een chaotische stedelijke inrichting , en een macho-motorcultuur die nog gedijt als in haar beste dagen.

Zo som ik natuurlijk enkel negatieve dingen op. Maar het moet van het hart. En ’t is deel van de realiteit.

Hoe gek is het nu toch dat het halve Schepencollege van Brussel-Stad in Laken woont? Hun aanwezigheid lijkt vooralsnog niet echt te helpen om de zere plekken te behandelen. Slapen ze hier enkel, na een lange dagtaak op de Grote Markt?

Zijn het wel buurters?

Vaste stek voor sluikstort. Regelmatige ophaling verzekerd. Ook sporen van wild rijgedrag te zien.

De buurt heeft me veel gegeven. Ik kon een wijkkrant oprichten met stadsgeld van het Wijkcontract (alleen jammer dat ik geen medestanders vond om hem verder te zetten), ik gaf er les Nederlands aan buurtbewoners en kwam zo directer in contact met andere culturen (alle mensen zijn gelijk, en je hoeft de sociaal of economisch zwakkeren niet te pamperen), ik plande projecten en belegde vergaderingen van utopische signatuur (zo bleek jammerlijk), ik verdiepte me in de gemeenteschiedenis en werd gids bij Laken Onthuld/Laeken Découverte – die onvolprezen kenners van de Brusselse geschiedenis – het geheim van de gedachten van de Denker van Auguste Rodin ontsluierend op het rijkgevulde kerkhof van de arme doden. Ik hielp Parckfarms toog op poten zetten en leerde beton gieten en tuinaanleg in het Pocketpark Jardin Station.

’t Pakte niet, dat Pocket Park. Of  misschien moet ik zeggen ‘nog niet’… De buren doen niet mee, hoewel het voor hen is bedoeld. Er zijn er genoeg op afgekomen in het begin, maar ze hebben allemaal stilletjes afgehaakt. Zelfbestuur is mooi, maar moeilijk. “Niks voor deze buurt”, zeiden buren me. In elk geval, toen ik er een zomerfeestje organiseerde en mensen wou samen brengen, stond ik er twee uren helemaal alleen tussen mijn twee lampions. Ontmoedigend.

En toen had ik al een mislukte collectieve tuin-ervaring achter de rug (vandalisme, brandstichting, gebrek aan ambitie), een initiatief waar ik had gehoopt mooie dingen mee te doen en iets mee te helpen opbouwen. 

Die ontmoediging in mij zette zich rustig verder. Misschien heb ik niet genoeg op het pedaal geduwd, te veel goed geleefd, te weinig rondgebeld, me te weinig volop ingezet.

Paradox: burgerinitiatieven ontstaan uit de noodzaak die sommigen voelen om beter te leven of het buurtleven te verbeteren, maar ze draaiend houden is net veel werk, dat ook nog eens onbezoldigd is. De slaagkansen hangen af van de respons, van de dynamiek die er ontstaat, van het enthousiasme dat je weet te creëren.

Het heeft me bitter gesmaakt dat ik mijn enthousiasme niet beantwoord heb gezien zoals ik het me voorstelde. Ik ben op ego’s gebotst, de mijne incluis, en de uit- of onuitgesproken clashes tilden ons niet hoger.

Misschien had ik me ook kunnen aansluiten bij de drie- of viertal grotere burgerinitiatieven die wél werken, in plaats van hardnekkig mijn eigen creaties op poten te willen zetten. Maar als creëren in het bloed zit en je leeft voor een ideaal…

Ondertussen leerde ik wel een pak mensen kennen, en we deden wel wat samen, ook als mislukkingen in de sterren geschreven stonden. Discussiëren natuurlijk, vaak over eindeloos hetzelfde in telkens nieuwe varianten – met facebook  op de achtergrond of de voorgrond, als klankbord dat steeds, als een cementmolen, blijft verderdraaien – maar ook ageren, organiseren. De nood aan verandering brengt mensen samen. Bijeenzijn, half in vergadering, half kennismakend, half genietend van het werk of van de stadsnatuur die ons exclusief gereserveerd was. Van een boomexpert lerend hoe te snoeien, een paysagiste hoe een fruitboom te beschermen, een landschapsarchitect hoe naar een plein te kijken, een duurzaamheidscoach hoe te vergaderen, een urbanist hoe de openbare ruimte leesbaarder te maken, een voedselkenner hoe iets klaar te maken of een bewoner de geschiedenis van de buurt.  

Ik hou van veel mensen die ik in Laken heb leren kennen, en er zitten vrienden tussen die ik graag wil houden.

Kleur en animatie op de jaarlijkse Bloemenmarkt
La petite géante gaat uit voor La fête des Lumières in de winter

En op een ochtend…

Toen was het glas plots halfleeg. Het gevoel dat spreekwoord echt te beleven. Ik sta op het Bockstaelplein, wachtend op de bus die me naar mijn werkplek in de buurt brengt. Rondkijkend. Ik begin de gewone dagelijkse Lakense realiteit donkerder waar te nemen dan gewoonlijk. Ik zie enkel nog verpieterde mannen rond mij. Kommer en kwel op de gezichten, gebrekkige mensen, harde woorden, gespuw. Zelfs een vrouw spuwt (ook al heeft ze daar evenveel zin in als een man, het maakte het voor mij nog erger, te erg). Ik voel me fataal omgeven door mensen die met een andere strijd dan de mijne bezig zijn, maar ik bevind me wel op hun terrein, en ik kan me niet langer rechthouden aan het idee dat iemand zal voorbijkomen die op mij lijkt, en die ik hartelijk zal groeten, dankbaar voor zijn of haar onverwachte verschijning.  

Mijn mensenliefde bezwijkt finaal, overgevoelig geworden aan het tekort aan respect, schoonheid, courtoisie. Huiverend, voor het gebrek aan licht in de ogen en de armoedigheid, die me enkel nog pijn doen. Zuchtend en moedeloos sta ik daar.

Bockstael, grote plek, vol leven en krassen, doorsneden door autogeweld en een niet stoppende metroroltrap.

Café La Perle, centrale baken van volks geluk

En de bus kwam (een heel fijne bus, hybride, stil, met mooie comfortabele zittingen in leder, en proper ook nog). Hij voerde me omhoog langs het koninklijk park, ik keek naar de rijtjes purperrode bloemen in het perk voor het Belvédère, we draaiden linksweg rond de gerestaureerde fontein van Neptunus, door Leopold II besteld als één van de glorierijke toegangen tot zijn koninkrijk. Maar ondanks die royale blijken van schoonheid was het glas van Laken halfleeg. Ik zag nu alles anders.

Na het werk. Ik neem een nieuwe bus.

Ik heb zin gekregen om mijn nieuwe, toekomstige buurt te verkennen.

Ik woon er nog niet, maar ik sta in mijn toekomstige straat. Ze is vlak, en tamelijk lang. Ik kijk links. Het is rustig. Er lijkt niet veel verkeer te zijn hier. Ik kijk rechts. Nergens zie ik vuil, alles is proper. Ik schrik, aangenaam verrast. Links en rechts, tot op het eind van de straat, en ook op het andere trottoir, geen vuiltje. Mooi, vlak en proper: het trottoir.

Ik ben wat op wandel. Ik voel me lichter. Toch eens die Carrefour hier binnengaan, nu. Carrefour associeer ik met onaangenaam. Hier klopt dat niet. Álles is er! Iberico’s, parmesans, bufalas, chocolades van chocolatiers, vele soorten lekker uitziend brood, fruit, bloemen, rijen verschillende fruitsappen, schappen vol bieren van macro- tot microbrasserieën… Alles volgestouwd met alle denkbare westerse luxe. In Laken in mijn supermarkt, waar de gerant toch zo vriendelijk was en zijn best deed, kende ik de betere produkten van buiten, ik kon ze op een hand tellen. Hier lopen de winkelende klanten voorbij, onbewust, gewoon, kalm, vertoevend in hun wereld. voor mij is het een sprookje, ik ben in een andere wereld.

Ik zet me neer op een bank. Ik draai een park binnen. Met mijn belegd broodje kies ik een discreet plekje in het gras. Het is mooi en helder lenteweer. Wat een mooie bomen rond de vijver, die kalmte en rust brengt. Voor me zit, ook in het gras, een jonge familie. Ze staan op nu, de kinderen kirren en de ouders lopen hen achterna en tillen ze op, lachend, enthousiast, ronddraaiend. Het lijkt me erg lang geleden dat ik iets dergelijks heb gezien.

Een straat. Ze gaat omhoog, in fases. Het wemelt van stadsvoortuintjes, klimplanten die op de beperkte oppervlakte tegen de gevel zijn gezet, potten met planten of bloemen, verzorgd, met trots aangebracht en eerbiedigd. Rozenstruiken vol kleine roosjes, die hun doornen gevaarlijk over het voetpad laten uitzwaaien. Stokrozen. Clematis.

Ik kom aan een spoorweg, en hoog op de berm is een wandelpad gemaakt, afgezoomd met een stijlvolle koperkleurige reling. Ik bedenk dat dit in Laken ook in de steigers staat en gepland is. Maar hier is het er gewoon. Mooie mensen lopen er af en aan. Ik test het uit.

Soms gaat iemand discreet en beleefd opzij wanneer het voetpad te nauw is. De ogen en de houdingen van de voorbijgangers stralen drive, optimisme en kalmte uit.

Wanneer ik deze toverstaf zal teruggeven, wordt dit ongetwijfeld allemaal een stuk vanzelfsprekender.

Share