Geen agressie meer in de Brusselse straten. Genoeg.

Beste,

Ik weet niet tot wie ik mij richt. Dus houd ik het bij het zeer vage ‘Beste’. Zeer onpersoonlijk ook, vind ik die aanspreking. Maar het is de enige haalbare aanhef van deze brief.

De aanzet voor deze brief is de verkeersagressie die in Brussel een dagelijks fenomeen is. Ik zou kunnen schrijven ‘waar je aan gewoon bent geraakt’, maar dat is niet zo. Als je tegenover mensen staat voor wie agressie een dagelijks gegeven is, slaat het in je maag. Dan ben je achteraf helemaal van je melk in het beste geval, in het slechtste geval ben je in shock, of als het helemaal uit de hand loopt, word je afgevoerd naar het ziekenhuis, nadat je in elkaar bent geslagen of geschopt.

De agressie komt vooral van een deel van de autobestuurders. De grootste agressie is de manier waarop met die – vaak helemaal niet in een stad thuishorende – auto’s wordt gereden in Brussel. Voor een groot aantal van die autobestuurders is Brussel een racecircuit. Mensen met kinderen, fietsers, voetgangers, andere autobestuurders zijn vervelende hindernissen die pas echt een probleem vormen, als ze effectief worden geraakt. Anders moeten ze hun bek houden.

En dat doen mensen niet (altijd). Dat gaat niet. Je reageert primair. Vanuit een schrikreflex. Omdat je de extreme dreiging voor lijf en leden voelt, als er een auto met veel te hoge snelheid op je afkomt. Als er een auto door het rood rijdt op het moment dat jij met je kinderen een zebrapad wilt oversteken bij groen licht. Als je ergens rustig zit, wandelt, fietst en ineens wordt die harmonieuze situatie compleet uit elkaar gerukt door de waanzin in autovorm. Als je door een autobestuurder wordt opgejaagd op je fiets om opzij te gaan…

Ik kan voorbeelden blijven opsommen. Dat is echter niet nodig om de situatie te begrijpen. Het volstaat eenvoudigweg om de Brusselse straten op te gaan. Uw Brusselse straten. Het is letterlijk levensgevaarlijk. Het is de omgekeerde wereld. Fietsers worden uitgescholden dat ze zo zot zijn om met de fiets te rijden. Als je met je kinderen door Brussel fietst, word je als
onverantwoordelijke ouder weggezet door een groot deel van de mensen die zich op HUN Brusselse straten begeven.

Auto’s parkeren zich op voet- en fietspaden. Als je daar een opmerking over maakt, riskeer je letterlijk in het hospitaal te belanden. Verbale agressie is bijna een banaliteit geworden die door de groep die ‘je m’en fous de tout le monde’ als motto hanteert, als enige mogelijke communicatie wordt beschouwd.

Wij wonen hier graag. Wij houden van Brussel. Wij zijn Brusselaars. Wij komen van overal. Wij spreken alle mogelijke talen. Wij zijn het met zijn allen beu. Wij zijn bang. Bang dat we ons op een dag niet gaan kunnen inhouden tegen beter weten in wanneer we weer eens net aan de dood zijn ontsnapt. Wij zijn moe. Moe van de risico’s die we elke dag moeten nemen. Kwaad omdat we niks anders doen dan proberen in onze stad te bewegen, en als we dat doen de huid vol gescholden worden.

Wat kunnen we doen? Zeg het ons. Hebt u hulp nodig? Moeten we u helpen om uw communicatie met elkaar te verbeteren? Juist ja, deze brief is wel degelijk aan u gericht. Bestuurders van Brussel en uw uitvoerders, de politiediensten.

Brussel is een stad. Geen racecircuit, noch een boksring. Het terroriseren van de straten moet stoppen. U dwingt ons bijna tot burgerlijke ongehoorzaamheid. Met zijn allen op straat gaan liggen of zo. Een rechtszaak ‘schuldig verzuim’ beginnen tegen de gemeentebesturen van Schaarbeek, Molenbeek, Brussel-stad (dat is dan ook Laken), Anderlecht, Sint-Gillis, Jette, Koekelberg, Elsene, Vorst, Sint-Joost-ten-Node en ga zo maar door. Alleen de opsomming al doet inzien hoe zinloos dit zou zijn.

Het is tijd voor actie. Voor er meer slachtoffers vallen. Als we zijn telefoonnummer hadden, belden we nu Harvey Keitel, in zijn rol van Wolf (Pulp Fiction). Een film waar het geweld zo uit de hand loopt dat er nood is aan een expert in extreme situaties. Misschien is dat een idee. Laat u omringen door experts. Uw straten lopen er vol van.

getekend:

Jan Ducheyne 

Jan Ducheyne, dichter-performer en vader van drie kinderen, schreef deze brief aan de Brusselse bestuurders naar aanleiding van het zoveelste geval van verkeersagressie. Kunstenaar Felix uit Molenbeek wilde afgelopen weekend snelheidsduivels een halt toeroepen op het Bloemenhofplein. Vijf mannen stapten uit de wagen en sloegen hem in elkaar, zonder dat omstaanders ingrepen. Je kunt de petitie van Ducheyne tekenen op de website van Avaaz.

Share