Red de Friche Josaphat

Het Josaphatpark (links op de foto), jaar na jaar uitgeroepen tot het lievelingspark van de Brusselaars, bewijst tijdens de lockdown opnieuw zijn grote nut. Wat weinigen weten is dat op een steenworp afstand een gebied van nagenoeg dezelfde omvang ligt: la Friche Josaphat, kortweg la Friche genoemd, wat zoveel als ‘ruigte’ betekent (rechts op de foto). Het gaat om een voormalig rangeerterrein van de NMBS van ongeveer 25 hectare dat al sinds de jaren negentig niet meer gebruikt wordt; er loopt nog steeds een spoorweg doorheen.

Doordat het gebied niet toegankelijk is voor het publiek heeft het zich de afgelopen jaren kunnen ontwikkelen tot een onwaarschijnlijk natuurgebied. Veldbiologen hebben er een fenomenaal aantal van 985 soorten vastgesteld: 110 vogelsoorten (wat extreem veel is in een stedelijke context), 150 soorten wilde bijen (een van de beste bijengebieden van België) en 29 soorten libellen (waarvan enkele zeer zeldzaam zijn). Daarmee is het een klassiek voorbeeld van wat ‘re-wilding’ heet: het broodnodige teruggeven aan de natuur van menselijke terreinen opdat de biodiversiteit zich er mag herstellen.

Vanuit de lucht gezien lijkt de Friche dan ook op een peervormig paradijs. Alleen: er is hommeles in dit paradijs. Zaterdag en maandag kwam een graafmachine meer dan 1000 vierkante meter afgraven en de poel verstoren waar vogels verzamelen en libellen broeden. Een bouwvergunning was er niet, die bleek ook niet nodig, het ging enkel om de voorbereidende werken voor grootschalig onderzoek naar eventuele bodemverontreiniging.

Hoe kan dit? Een tiental jaar geleden heeft het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tien zones aangemerkt voor uitbreiding van het hoofdstedelijke woningarsenaal. La Friche was er een van. De plannen waren ambitieus: er zouden ruim 1400 woningen komen, naast een RER-station, werkplekken, winkels…

In alle eerlijkheid: die plannen waren niet eens zo slecht. Ze streefden naar een goeie sociale mix van bewoners (niet enkel yuppen of hipsters), er zou een goede aansluiting op het openbaar vervoer verzekerd worden (het station Evere lag er al), er zou niet alleen gewoond maar ook gewerkt worden (de VRT hoopt er ooit haar nieuwe hoofdzetel te vestigen), etc.

Die plannen waren dus lang niet zo dwaas, maar wel héél erg… 2010.

Sindsdien is klimaatopwarming een realiteit en weten we dat steden enkel leefbaar blijven als ze voorzien in ‘ontharding’: gebieden waar de hitte overdag niet opgeslagen wordt in stoeptegels, bestrating of dakbedekking. Sindsdien weten we dat ruige gebieden essentieel zijn voor het herstellen van de biodiversiteit. Sindsdien weten we dat er zoiets als langdurige lockdown bestaat en dat groenvoorzieningen meer dan ooit noodzakelijk zijn in dichtbevolkte stadsbuurten, zeker wanneer corona of andere virussen onze levens blijven bepalen. Sindsdien weten we bovenal dat de bevolkingsgroei van Brussel trager verloopt dan verwacht en dat de woningnood kleiner is dan men tien jaar geleden dacht.

Nieuwe tijden, nieuwe inzichten. Geen wonder dus dat het onlangs bezwaarschriften regende tijdens het openbaar onderzoek tegen het Richtplan van Aanleg dat in december 2019 werd afgesloten. Officieel is er nog geen besluit genomen – het Gewest buigt er zich binnenkort over – maar het aanpassen van die gedateerde plannen is nu belangrijker dan ooit.

Het pleit er alvast voor dat het Gewest alvast nieuwe studies heeft besteld over de impact op natuur en milieu. Maar waarom dan per se afgelopen zaterdag zonder enige communicatie de graafmachines de Friche opsturen? In volle lockdown nog wel, in vol broedseizoen, op een zaterdagmorgen, en stoemelings? Geen idee, maar wansmakelijk was het wel. Het was een kaalslag en een kaakslag. Kaalslag voor een flink stuk Brusselse natuur, kaakslag voor alle vrijwilligers die al jaren de Friche bestuderen en ijveren voor een bescherming van de site.

Er loopt momenteel een petitie om het terrein te redden en het beton te stoppen. Op Facebook is er een openbare groep Sauvons la Friche Josaphat / Het wilde Josaphat beschermen.

Schrijver David Van Reybrouck schreef deze tekst op zijn Facebook-pagina.

Share