Ik heb nog nooit.

We schrijven Brussel, 10 februari 2020.

Na een zelfs voor Brusselkenners verrassende gids-trip door een achterkant van onze teergeliefde stad, staan we met verkleumde botten en dorstige tongen aan de ingang van de Walvis. Daar hebben we een tafel gereserveerd, voor de zekerheid, want de rest van het café zal wel vol zitten. We schrijven pre-corona.

De Brusselblogt-crew schuift aan tafel en ieder bestelt wat zijn hartje verwarmt, vooraleer we aan onze geplande meeting beginnen. Brainstorm, zeg maar. Altijd een goed moment om nieuwe ideeën in de groep te gooien, of oude ideeën nieuw leven in te blazen.

‘We doen een I’ve never!’, gooi ik op tafel. ‘We dagen onszelf uit om iets te doen wat we nog nooit deden en schrijven er een artikel over op de blog.’ En dan geven we de fakkel door aan een Chinese vrijwilliger die de ketting verder legt. Een nieuw oud idee. En ik zou de eerste steen leggen.

Ik wou naar de mis, naar een internationale misviering in Brussel. Niet dat ik nog gelovig ben, maar in een ver verleden deed ik ooit wel een communie of twee en ik begon me af te vragen of het zondagsmoment van samenzijn misschien wel een gemis was in mijn goddeloos bestaan. En of er nog gezongen werd en of dat dan nog verteerbaar was, vroeg ik me af.

Zo gezegd, zo gedacht. Ik noteerde met stip in mijn telefoon ‘Mis St.- Niklaas kerk – Boterstraat, Brussel.’, op zondag 16/2 om 10u. Nog nooit gedaan. En vast en zeker van plan om het licht te zien.

Helaas. Een intussen reeds vergeten obstakel stuurde mijn nobel plan in de war. Waarna een volgende zondag sneuvelde aan het front van Aalst carnaval en de zondag erop het killer-coronavirus reeds in de geburen was gesignaleerd en ik zodoende niet meer naar een gesloten kerk vol potentieel geïnfecteerd gezang wou. Plots stortte de hele wereld in een gigantisch I’ve never-spel. Nog nooit moeten schuilen voor een onzichtbare vijand die in een mum van tijd de aardbol had ingepakt. Nog nooit in quarantaine gezeten, nog nooit met een masker naar de supermarkt, nog nooit genoeg plek gehad in de supermarkt, nog nooit. Een blog over een zondagsmis. Niet, dus.

En zo verdween het nieuwe plan op de alom gevreesde lange baan, de snelweg der vergetelheid, het sas naar de bodemloze kerker van het ongebruikt archief.

Tot nu. Want nu is het tijd om uit ons kooi te kruipen, om oude ideeën nieuw leven in te blazen, om elkaars – gefilterde- lucht weer in te ademen en om het misplan opnieuw uit de kerker te vissen. Ik wil en zal naar de zondagsmis. De eerste steen van de I’ve never-ketting moet gelegd, van zodra Here Jezus ons weer allen toelaat in zijn heilig huis. Want ik zou nu niet graag de plek innemen van een huidgehongerde gelovige die de dagen naarstig heeft afgeteld naar een welverdiend groepsgebed. Dus we wachten tot de deuren opengaan voor de sympathisant, de ex-gelovige die opnieuw nieuwsgierig is geworden naar een zaal vol believers in het bovenaardse.  

Wordt vervolgd.

Share