De Vismet revisited

Beste vrienden bij het Brusselse stadsbestuur,

Hier ben ik weer! En: ik ben hier niet om te zagen.

Ten eerste wil ik toch even kwijt dat jullie goed werk leveren. Ik schrijf dit niet om eens een flink potje te janken en zagen. Dit stukje is maar een kleine suggestie, een bijdrage om een steentje te helpen verleggen in de grote, woelige, wereldbefaamde, BXL-rivier. Een steentje. Beetje bij beetje dragen jullie ook bij aan beter Brussel.

Hier en daar, en in de mate van het mogelijke, maken jullie werk van een Brussel 2020 – 2030 godbetert – een Brussel waar alsmaar meer Brusselaars zich in terug kunnen vinden. En dat is goed. Goed voor ons, Brusselaars. Goed voor de 181.726 inwoners, de mensen die het moeilijk en nodig hebben, de fietsers, de toeristen, de handelaars, de smartlappen, vaartkapoentjes en zievereirs, noem maar op. Het tijdperk-Mayeur-Problème begint achter ons te liggen. Fijn zo.

Foto: Sophie Nuytten, in opdracht van VGC

Ten tweede. Ik las daarnet op onze internationaal gerenommeerde stadsgazet BRUZZ dat de heer Mangain nadenkt (‘de optie bestuderen’, heet dat dan in bobotaal), om na — uiteraard- een duchtig rondje gepalaver, de Vlaamsesteenweg autovrij te maken. En ik dacht bij mezelf: “Wel, dat zou eens niet slecht zijn.” Daarom dat ik avec plaisir wil bijdragen aan het bestuderen van deze optie.

Want wat moet een Brusselaar anders in deze coronatijden?

Ten derde dan: doe niet te zot, he mannekes. Versta me niet verkeerd. In deze coronatijden is het normaal dat de ruimtelijke capaciteit wordt opgetrokken voor cafés en restaurants. Ze moeten kunnen overleven natuurlijk. En als je een terrasje hebt van 2 vierkante meter. Tja. Ik bedoel maar. Ik las anderzijds wel dat er terrasuitbreidingen worden uitgedeeld alsof het rollen toiletpapier waren in de begindagen van deze helse coronaperiode. Hoe meer, hoe beter. Jullie gaan toch moeten opletten niet te veel terrasjes te willen aanleggen. De Brusselaar moet zich ook nog wat kunnen manoeuvreren doorheen de jungle terrassende pendelaars, datende lovebirds en dinerende kameraden.

De publieke ruimte is er niet om alleen maar gecommercialiseerd te worden. Zie maar goed wat er zich op het Sint-Katelijneplein voltrok. Free 54 kan erover meespreken. In niet-coronatijden, en op zeer zomerse zonnige dagen, staan daar haast twee tot drie verdiepingen aan terrassen, mochten ze kunnen. En de Brusselaar, de voetganger, de flaneur? Tja, die moet er zich maar tussen wurmen. Neerzitten langs de kant voor een drankje of hapje? Forget it.

En al zeker wanneer de bloemenmarkt, of biomarkt, of boekenmarkt, of Brusselse-biermarkt, of babymarkt, of boemelmarkt staat opgesteld op het 54-plein. Die combinatie zorgt ervoor dat er niets, maar dan ook niets meer overblijft voor de inwoner. Casual dining-plekjes zoals Ellis, Bavet, Umamido zijn al dominant genoeg. Vraag maar na in Elsene, Leuven, Gent, Antwerpen of Brugge. Zulke zaken zijn commercieel vergif, maar soit, dat is een andere discussie (Disneyland aan de Zenne: de discussie in Bruzz).

De publieke ruimte is er niet om alleen maar een utilitair doel na te streven. Gebruiken groeien organisch, zeker in de stad. En al zeker in Brussel. Neem nu de Vismarkt, de place to be voor menigeen na een dagje hard werk, of gewoon voor Brusselaars die op zoek zijn naar sociaal contact. De Vismarkt is een ontmoetingsplek geworden. Dat was 3 jaar geleden al zo. En dat is, zeker tijdens deze warme coronadagen, alleen maar gegroeid. Als stad kun je het dan ook niet maken om daar plotsklaps terrassen neer te gaan poten.

Dan hou je absoluut geen rekening met de 1000–2000 man die daar soms verzamelen blaast. Daarom lijkt het me aangewezen om breder te denken dan enkel de Vlaamsesteenweg. Ik zou dit doortrekken naar de Baksteenkaai en Sint-Katelijneplein.

Check ⚫ ️op de kaart en zie wat ik juist bedoel.

Maak daar delen autovrij van, of anderen stukken dan toch autoluw. Waarom? Wel, enerzijds: hoe minder auto’s in Brussel, hoe beter. Door de coronacrisis merkte ik vooral hoe weinig buurtbewoners een auto hebben. Tijdens de lockdown bleek er dagenlang parkeerplaats overal. Echt. Overal lege, lege, lege plekken. Je gaat mij dus niet wijsmaken dat de mensen hier wakker zullen liggen van een parkeerplaats meer of minder. Je kan dus gerust stellen dat de buurtbewoners hier niet diegene zijn die urenlang liggen rond te toeren op zoek naar parkeerplaats.

Nee, nee. Ik merk nu, nu de scholen geleidelijk opengaan, de werkplekken, de cafés en restaurants, dat het weer aanschuiven is voor een parkeerplekje. Dat de files zich weer gezapig vormen en dat het weer vrolijk tuffen is richting BXL. Er komt weer meer volk naar Brussel. Dat betekent dus: meer auto’s. Daarom stel ik: als je enerzijds de terrasjes wil uitbreiden, dan zal je anderzijds parkeerplaatsen moeten schrappen en grote delen van de Vismet autovrij maken. Waarom de Vismet?

Die plek is eigendom geworden van de Brusselaar. Het is een dagelijkse ontmoetingsplek geworden voor heel wat mensen. Zeker op zonnige dagen. vergelijk het met de Graslei en Korenlei in Gent of Dageraadsplaats in Antwerpen. Dat zijn organisch gegroeide ontmoetingsplekken in de stad.

Hier aan de Vismarkt is de infrastructuur niet aangepast aan de capaciteit. Er staan ten eerste al te weinig vuilnisbakken. Er staan te weinig bankjes. Er rijden daar dus nog te veel auto’s. Ze rijden vaak ook veel te snel op de Baksteenkaai. Dit wordt vrij gevaarlijk aan het begin, waar het ijssalon en water veel spelende kinderen telt en aan het punt met het Sint-Katelijneplein, waar restaurantgangers en obers (in niet-coronatijden) heen en weer hossen. Of gaan we wachten op een eerste dodelijk ongeval?

Ik schreef het al in 2018, maar die plek moet eens een flinke update krijgen. Daarom, opnieuw, onderstaande suggestie.

Water is heel belangrijk in een stad. Hoe zou Brussel er hebben uitgezien als de Zenne niet overwelfd zou zijn geweest? Stel je dat eens voor. Move over Brugge en Gent, hier is Brussel. Het is een oude droom om die oude overwelfde Zenne weer bloot te leggen. Misschien moet daar ook maar eens werk van gemaakt worden. Ik suggereer dus eveneens: breek de hele bassin voor de Anspach-fontein open en leg daar een subtiele, frisse, waterpartij aan.

Eugène Boudin — Haven van Brussel (1871)

Ten eerste. Daar hoort water te zijn, als referentie naar de haven Brussel die ooit tot daar kwam. Bekijk hier maar eens hoe de Franse impressionist Eugène Boudin dit schilderde. Zonder water vervalt de Vismarkt tot een dorre kei-woestijn.

Ten tweede. Aan het water zitten is gezellig, maar je wilt na 2–3 weken je voeten echt niet in dat bassin, dat openbare riool, steken hoor. Ik zou er geen slokje water uit willen drinken.

Ten derde. Neem op dat vlak een voorbeeld aan Keulen (check bovenstaande foto). Aan de Rijn ligt de Rheingarten. Het is een plek waar de Rijn en de Hohenzollern-brug elkaar kruisen. Prachtig plaatsje in het coole Keulen. Tijdens de lente- en zomermaanden hangen hier ook heel wat Keulse gezinnen hier in het parkje, op de terrasjes verderop en kuieren en luieren ze tussen de stenen van deze waterpartij.

Laten jullie je daardoor inspireren? Combineer dat dan met de geplande heraanleg van het parkje op de Steenkoolkaai en de Schuitenkaai. Je kan dit gerust doortrekken. De wandelboulevard op de Handelskaai, een gezellig parkje op de Steenkoolkaai en de Schuitenkaai, een autovrije (of -luwe?) zone op de Baksteenkaai met waterpartij waar het heerlijk toeven is.

Ik zeg het nogmaals: jullie leveren goed en hard werk. Dit stukje is dan ook maar louter een suggestie, een ideetje, een voorstel.

Jurgen Masure schreef deze tekst voor het bloggersplatform Medium.

Share