De Grote Encyclopedie van de Kleine Hardloper IX

Ondanks het barre weder laat de Brusselse hardloper zich niet onbetuigd. Opgetekend dit voorjaar  in de Brusselse parken en bossen. We zitten ondertussen al aan 72 types van joggers (zie voorgaande bijdragen). En we blijven verder speuren: hop met de beentjes !

De Blonde Stoot, oogverblindende blondine. Moet op kantoor ongetwijfeld  geen pen verleggen, alleen tegenwoordig zijn, zondermeer. Ze loopt heel alleen, weinig op aan te merken, behalve dat ze niet echt tempo haalt. Te veel mannen lopen in haar zog, terwijl ze veel sneller zouden kunnen, eerder vroeg dan laat struikelt de één of andere over een uitgelopen boomwortel of loopt zich gewoon te pletter op een boom aan de kant van de weg. Ze wéét het goed genoeg want er hangt een Mona Lisachtige glimlach over haar lippen. Type dat altijd tweedracht zaait op kantoor ook al richt ze zelf geen bliksem uit. Het soort kortgerokte meisjes op het trottoir, die een kettingbotsing veroorzaken maar er helemaal mee wegkomen.

Het Jeukende Kruis. Krabt de controversiële Sloveense filosoof Zizek voortdurend aan zijn T-shirt, deze kan dan weer niet van zijn kruis blijven. Beetje obsceen, iedere vier of vijf meter zit hij met zijn rechterhand tussen zijn benen. Iets jeukt daar, onduidelijk of het altijd gebeurt (al vermoed ik bij het dwangmatig karakter ervan, van wel) of te wijten is aan een stijve onderbroek of te spannende broek. Zou ook kunnen dat hij nieuw vestimentair gerief heeft en dit hem danig stoort. Het zou verstandiger zijn dit eerst uit te proberen in het plaatselijke bos bij valavond, men kweekt snel een bijnaam. Noot: loopt in de buurt van de Blonde Stoot.

De beschaamde - meisje in zwarte legging, idem dito short, loopt met te veel schroom. Oei, oei, ik stoor toch niet..   Ah sorry, pardon.. – blijft ver uit de buurt van de voetganger, kijkt af en toe op om toch maar niet op te dérangeren. Helemààl in het zwart, als ze maar niet opvalt tussen Vismarkt en IJzerplein.

Lees volledige tekst

Share

Lentekriebels

Op een doordeweekse namiddag in deze milde lente wil een mens wel eens de vrije natuur in. In één van de groenste (dé groenste?) hoofdsteden van dit deel van de wereld kan je dit zonder veel dralen welhaast meteen waarmaken.

In het Neerpede dat twijfelt tussen het steedse leven of de dampende akkers van het Pajottenland is  het dus heerlijk vertoeven voor deze stadsmens wiens roots onvermijdelijk aan de zolen blijven kleven. Soms heeft dit landschap overigens verbazingwekkende vergezichten.

Zoals de twee volmaakt naakte lichamen die zich wellustig wentelen in het jonge gras van de lentegroene weide. Dit is ontegensprekelijk het begin van een nieuw seizoen. Hoe schoon en onbevangen is de Vrije Natuur. Hoe sprankelend, hoe pittig, hoe bronstig is het jonge leven. Zie hoe alles groeit en zindert, het kiemen van de jonge plantjes, het zaad dat wellustig gedijt. Hoort de knopen die ontwaken, zie de bloesems die ontspringen, het bloeien van de struik in het gewas, hoort het gehinnik van de jonge hengst op de wei.

Welk een vreugde dat de natuur zo weelderig mag ontluiken in de vroege lente van deze stad. Zou men het tolereren in Antwerpen, waar nog niet zolang geleden de fenomenale feminateek werd verbannen ? Of aan het Brugse Minnewater ? In het Mechelen van Leonard ? In Aalst daarentegen passeert dit dan weer moeiteloos. Maar in pakweg Kaboel of Teheran wordt je al voor minder geradbraakt.

We leven in een luilekkerstad, maar we willen het niet geweten hebben.

meeroverbrussel : hetrijkderzinnekes.blogspot.com

Share

Theater op de Werkvloer

Zo flaneren ze alle vijf en voeren exact dezelfde handeling uit, de bouwvakkers die druk sticulerend over het gigantische platte dak van de RVA-building marcheren. Vermits dit pal tegenover de Sixtieskantine ligt van de Albertina, aan de Keizerslaan, kan ik iedere beweging van het vijftal minitieus volgen. Geen van de vijf overigens slooft zich uit om een steen om te woelen, een betonplaat te heffen, of whatever volliche of kiezel te verleggen. Maar er wordt wél druk overlegd. Ze hebben allen hun mobieltje aan het rechteroor terwijl ze over en weer wandelen op de roofing, hun arm strekkend, handen draaiend, een vuist op de borst, terug open, om hun betoog meer kracht te geven.

Er is enkel de reusachtige groene kraan die van links naar rechts, van rechts naar links, altijd maar weer terugkeert, heel soms torst ze een grijze plaat, die dan weer verdwijnt achter de rechthoekige luchtkoker. In de cabine ontwaar ik niemand, het ding weet de weg naar de stal, net zoals de ouwe boereknol in mijn geboortedorp blindelings van de akker naar huis tjoolde, kar zwaar beladen.

Dan leggen de twee in grijze overall hun GSM neer, ze rollen een breed vel roofing uit alsof ze een hoge gast verwachten. Dan wordt het vuur ontstoken, wel twee fakkels tegelijk. Daarmee worden rooksignalen gezonden naar een bevriende stam op het dak van het RAC, aan de Pacheco. Even later verschijnen er rookwolkjes aan de einder, hun message wordt beantwoord. Drie van de vijf zijn intussen verdwenen.

Maar dan verschijnen ze opnieuw vanachter de kabine in de linkerhoek. Meteen grijpen de twee boodschappers opnieuw naar hun mobieltje en herhaalt zich hetzelfde tafereel. De vijf gaan opnieuw op stap, met drukke gestes en opgewonden stem. Geen twijfel mogelijk : dit is ingestudeerd. Dit is geen werf, dit is theater. Dit is geen dak, dit is een podium. Dit zijn geen bouwvakkers, dit zijn performers. Ik weet dat de stille film terug in opmars is, plak hier Wim Mertens onder : op hun lijf geschreven. De stad weze geprezen om hiermee hun ambtenaren te verstrooien over de middag. Haast u niet : de voorziene einddatum van de werf is niet ingevuld.

meeroverbrussel : hetrijkderzinnekes.blogspot.com

Share

Het meisje met de pen

In het Volkshuis aan de Parvis tekent het meisje met de oranjebruine pull en de weelderige krullen met een hele oude pennenstok. Ze doopt de punt van de pen in een glazen inktpot en laat zich door niets of niemand afleiden. Heel alleen zit ze aan een tafeltje omringd door de ICT-freaks, dure laptops die meestal de voorste tafels bezetten.

Heel soms verlegt ze het boek, een beetje schuin, één keer legt ze het vertikaal, dan weer helemaal open in de breedte. Punctueel, met uiterste zorg, diep geconcentreerd maar toch ontspannen zet ze streepje na streepje. De rust die ze uitstraalt heeft de warmte van een stil haardvuur bij valavond, als het net begint te sneeuwen. En dan, behoedzaam en geruisloos als vlokken vallen er kleine vlekjes op het helwitte papier. Het is geen slordigheid, het gebeurt heel bedachtzaam. Met losse hand maar heel aandachtig laat ze de inkt zijn werk doen, alleen maar medium tussen koker en blad.

Onderwijl is ze ook dichter. Met grote sierlijke krullen schrijft ze korte verzen over en rond de tekening. Heel soms glimlacht ze, stopt ze, om minutenlang haar werk te schouwen. Nooit kijkt ze opzij, door het raam, rondom haar. Eén met de inkt en het papier. Een diepe rust daalt over het rumoerige Volkshuis, het lijkt alsof iedereen stilstaat, een onwezenlijke videostill, zelfs de muziek verstomt. Iemand heeft de pauzeknop ingeduwd.

En plots, alsof de hemel haar heeft opgeslokt is ze verdwenen, alles is volbracht. De Engel is weergekeerd naar het Hemelhof. Langzaam, heel langzaam, herneemt het leven in het Volkshuis. Oh God, wees mild, laat het nu zachtjes, heel zachtjes sneeuwen.

En zo geschiedde.

meeroverbrussel : http://hetrijkderzinnekes.blogspot.com/

Share

Nur ein Tag in Brüssel?

Welgeteld één meisje prikt een fritje op de trappen van de martelaars aan het gelijknamige plein. Het is zaterdagmiddag, ik weet dat de plek in de week dichter bevolkt is maar het blijft me verbazen dat weinigen deze verkwikkende oases in de binnenstad frequenteren. Net zoals aan het Grootgodshuisplein of aan de Begijnhofkerk, zalige stilteplekken, met vlakbij, maar geruisloos het geroezemoes van de boulevards en de va-et-vient van haastige passanten.

Het meisje leest Le Figaro maar spreekt Duits. Ze is en route zegt ze dan weer in het Frans, wellicht om mij te plezieren, maar dat laat ze, want mijn Duits is velenmale beter dan haar Frans. Overal waar ze komt leest ze de lokale krant. Dat is een schot naast de roos en ze kijkt verbaasd. Frieten zijn dan weer Belgisch alhoewel ze dacht dat French frites Frans waren. Ze is slechts één dag in Brussel, onderweg naar haar thuisland Zwitserland, komende van Londen en ze vraagt wat ze in Brussel zeker moet zien.

Lees volledige tekst

Share

Sinterklaas is een stresskonijn

De twee Hollandse expaatjes hebben al gekozen: een houten trein met bijhorende wagons en een luchtballon, ter waarde van 85 euro. Volgens de mevrouw was het le dernier, maar dat was ferm gelogen want vijf minuten daarvoor had ze d’er nog één verkocht met identiek dezelfde boodschap.

Beide hummeltjes kunnen zonder veel moeite hun smalle lijfjes in het speelgoed hijsen. Toch boeit het hen maar matig. Terwijl de mama’s afrekenen  zitten ze verveeld op de trap en discussiëren over de laatste games. Het blonde joch haalt een spetter van een mobieltje tevoorschijn waarbij Quickie’s gerief in het niet verzinkt.

Het geroezemoes hangt over de winkelruimte als lichte tandpijn, af en toe een kreetje, van verrukking of ontzetting. Een splinter in een broos vingertje, een scheurtje in het peperkoeken huisje, de portemonnee van papa blijkt niet onuitputtelijk.

Een Portugees jongetje mag ook zelf kiezen. Hij is enig kind en ik durf er gif op nemen dat o Pai zich ophoudt in de buurt van Evere. Hij twijfelt tussen een mega-helicopter of een speedboot, de vader stimuleert hem fel in deze rayon terwijl de moeder hem vruchteloos probeert af te leiden naar de bouwpakketten. Een verloren strijd.

Lees volledige tekst

Share

De Grote Encyclopedie van de Kleine Hardloper VIII

Door zorgvuldige observatie zijn wij er totnutoe in geslaagd maar liefst 63 verschillende soorten loopstijlen en types te onderscheiden in de Brusseles fauna. En geloof me vrij : er loopt nog boeiend volk rond in de Brusselse parken en bossen. Ziehier een nieuwe lading :

De Opzijdige loopt ietwat naast haar schoenen, zoals mijn jonge poesjes thuis dwaasweg opzij lopen en achter hun staart jagen. Moet vreselijk vermoeiend zijn.

De Grondigaard, die kijkt alléén maar naar de grond. Het is zonnig, het natuurschoon wenkt maar mijnheer komt enkel en alleen om te lopen. Laat zich door niets of niemand afleiden.

De Zeerover, hoofddoek en donkere bril. Net een schip geënterd, zou aan de haal kunnen gaan met het zilveren brillendoosje van de Brillendoos (zie vorige uitgave).

Lees volledige tekst

Share

Het Achterhuis

Laag na laag wordt afgepeld, hier en daar worden de wonden behoedzaam blootgelegd en gesoigneerd, men aarzelt nog om te amputeren, wellicht kunnen er nog gave delen worden gespaard of prothesen die het gehavende lichaam kunnen stutten. Waarom duurt het zo lang ?

Er schuilen vele geheimen in het kleine huizenblok aan de Onze-Lieve-Vrouw van Vaak. Heel langzaam worden de huizen gestreept. Het muffe uitgewoonde, mazout, zwammen, zure soep. De roest van oude castrollen – een zwarte kater, gele ogen.

Iedere nieuwe holte lijkt een nieuw verhaal te verbergen. Zie ik daar geen trappenhall die nergens begint en dan weer uitgeeft op een buitenvenster. Waarom ? Wie woonde daar met zijn neus in de hall van zijn buren ? Of het peilloze diepe binnenkoertje, waar eindigt het, waar begint het ? De voordeur van het eerste huis blijkt de achterdeur van het tweede. In de kleine nis stond een beeldje, maar het is weg, wie nam het mee ? Werd het argeloos gedumpt ? Het had zoveel kunnen vertellen. Hoeveel gezinnen woonden er tussen, onder, boven mekaar in de smalle Wekkergang ? Hoeveel Joodse families leefden hier ondergedoken in de talrijke achterhuizen ? 

Zie, daar is weer een nieuwe spelonk blootgelegd. Ook de kelders hebben hun diepe donkere raadsels. Wie woonde er achter het smalle deurtje achteraan ? Een flits, af en toe, een late auto. Enkel een vermoeden. Waarom is er geen trap in de kelder ? Ik lees op de gevel de contouren van de oude kamers, maar er is meer in deze huizen.

De geest van de Coin du Diable dwaalt nog in deze wijk. De duivel laat zijn hoek niet los.

Duivelshoek, oktober 2O11.

meeroverbrussel : hetrijkderzinnekes.blogspot.com

Share

MIVB: enkel voor gehaaste reizigers

De ongelofelijke lompe Wattman die om 15u12 op tram Churchill, aan Anneessens, vlak voor mijn neus de deur sloot weze gewaarschuwd. Volgende keer kras ik met een vlijmscherpe spijker op zijn raam, gooi ik een pot bloedrode verf op zijn voorruit om vervolgens languit op de sporen te gaan liggen.

Ik arriveerde net op het perron, gisteren, toen de tram eraan kwam. Handig. Terwijl de reizigers in- en uitstappen begeef ik mij naar de eerste deur vlak bij de bestuurder. Wat verder zijn nog mensen aan het instappen, ik zet één voet binnen terwijl de man pardoes de deur sluit. Ik klop verbaasd op zijn venstertje en hij maakt treiterend een gebaar dat ik te traag naar de tram liep. Klinkklare onzin, de tram stond stil, de laatste mensen stapten in. Tijd zat. Dit is pure pesterij. De MIVB-klanten weze bij deze gewaarschuwd: ren als gekken naar de tram, gelieve bezweet op uw werk aan te komen, gooi alle overbodige spullen overboord, de Wattman chronometreert, wikt en beschikt. Dat heet teasen, emmerder, stangen. Men kan ons net zo goed uitroken of beter: ons nog dichter opeenplakken tijdens de spits. Zo simpel is het eigenlijk : laat de klanten gewoon stikken. Donderdagnamiddag 6 oktober, 15u12, station Anneessens.

meeroverbrussel : hetrijkderzinnekes.blogspot.com

 

Share

Eindelijk een oplossing voor BHV!

“Ik heb zoveel respect voor uw mooie taal dat ik me er niet ga aan bezondigen. Daarom ga ik nu verder in het Engels.” Identiek hetzelfde herhaalde de Amerikaanse ambassadeur in het Frans bij de aftrap van het ‘War Requiem’ in de Bozar. De ambassadeur meent het goed met ons land, dat is algemeen geweten. Hij is wel niet lang gebleven bij de voorstelling, maar dit geheel terzijde.

Zonder het zelf te beseffen biedt hij echter een totaal nieuwe en verfrissende kijk op het good old BHV-dossier. Het volstaat immers gewoon in Linkebeek, Rode of Wezembeek tegen de anderstalige te zeggen : “Ik heb zoveel respect voor uw mooie taal dat ik er me niet ga aan bezondigen. Daarom ga ik nu verder in het Frans.” Net dezelfde frase herhaalt de Vlaming in het Frans met aan het eind : daarom ga ik nu verder in het Nederlands. Ze kunnen of willen het beide niet spreken uit respect voor de schoonheid van mekaars taal. Dat heet taalhoffelijkheid. Ik krijg  zowaar een krop in de keel. Dat we daar nooit zijn opgekomen, daarvoor hebben we alstublieft een VS-ambassadeur nodig die de meest simpele oplossing zomaar presenteert op een gouden schaaltje.

Lees volledige tekst

Share