Author Archive for William

De overspannen Juf

“Ik zocht een gekleurde klas.”

Het meisje uit de provincie begon in september heel moedig aan het schooljaar. Pas afgestudeerd zocht ze een uitdaging.

Brussel was the place to be : de grote kosmopolitische stad.  Heel enthousiast begon ze haar klas in te kleden.  Ze had al snel conflicten met onverschillige of bemoeizieke ouders. Ze wist niet altijd of ze nu in het Frans of het Nederlands moest onderwijzen. Op de koop toe werden er twee verschrikte Tsjetsjeense meisjes in haar klas gedropt, zomaar, in het midden van het schooljaar. Begin er maar aan.

De directrice was begripvol maar haar hoofd zat vol met andere besognes. De collegae waren vriendelijk maar veel te nuchter voor haar.

Totaal opgebrand nog vóór Nieuwjaar verlangt ze hevig naar een rustige dorpsschool. Brussel bleek niet de exotische speeltuin maar een rauwe jungle.

Een betere begeleiding en omkadering had veel kunnen voorkomen.

Continue reading ‘De overspannen Juf’

De Kleine Encyclopedie van de Hardloper II

Op algemeen verzoek maar vooral ten behoeve van de sociologen van de 22ste eeuw, wil ik nogmaals mijn bevindingen publiek maken van de specifieke karakteristieken van de Hardloper – anno 2010 – in de Brusselse stadsparken. Opgetekend in de Warande, Ter Kameren en het Elisabethpark.

Ik begin meteen bij de Beschaamde. De man heeft X-benen en loopt met knikkende knieën. Ik kan zijn blik niet ontwaren, hij draagt een muts en een donkere bril. Hij kijkt schichtig om zich heen, bang om betrapt te worden door bekenden, wat verlegen om zijn gestalte en stijl.

De Vliegevangster laat het breed hangen. Ze zwaait en klapwiekt als een colèrige zwaan. Het is eigen aan haar want ook als ze stapt zwiert ze veel te wijd met haar armen – niet zonder risico in groep, gelukkig loopt ze alleen, maar ze maakt veel te veel wind.

Continue reading ‘De Kleine Encyclopedie van de Hardloper II’

De Onbestemmelingen

Een man weifelt tussen Johnny Rotten, de Hare Krishna en Charles Manson. Hij is helemaal kaalgeschoren, met een vergeten plukje haar,
zomaar ergens achteraan op zijn hoofd.
Hij draagt een rugzak in de vorm van een langgerekt knuffeldier, ook het dier weifelt tussen een aap, een giraf en Schanulleke.
Zijn vriendin draagt hele zware schoenen – of laarzen ?
Ik dacht eerst dat ze een klompvoet had. Beide zolen zijn minstens 10 cm hoog, daarboven draagt ze zware dikke kousen, maar bovenaan zijn de schoenlaarzen helemaal open, zoals dit gebruikelijk is bij sandalen.
Ook deze vrouw aarzelt, en plein hiver, tussen lente en herfst.

Onbestemde mensen.
Thuis slapen ze op stoelen en eten op bed.
Mensen met een kantje af, waarbij het in de zomer al om halfzeven donker is.
Aangespoeld, verloren gelopen of blijven hangen ?
Er zijn er met bosjes in de stad.
Vanwaar komen ze, waar gaan ze heen ? Hoe overleven ze ?
Even onbestemde antwoorden.

Continue reading ‘De Onbestemmelingen’

Brussel en zijn oorlogzoontjes

Een drietal jonge kereltjes bewegen zich rond een grijze Audi in de Zespenningen.
Eéntje achteraan, de anderen opzij.
Willen ze de wagen molesteren, glasbraak plegen, carjacken ?
Niets van dat alles, hun bal is er gewoon ondergerold en moet onderaan in het midden van het voertuig zijn stilgevallen. Hun armpjes zijn te kort om er bij te kunnen. Vervelend.

Net op dat moment komt de dikke chauffeur eraan.
Hij is al druk aan het sticuleren als hij de kwajongens ontwaart rond zijn auto.
Bovendien begint hij te roepen in het nederlands.
Dat is zijn goed recht – alleen : de jonge snaken snappen er geen snars van.
Vermits de kinderen niet wijken, pakt hij meteen de kleinste bij de kraag en scheldt hem de huid vol.
De kleine begrijpt er niets van.
Zoveel drukte voor een verloren voetbal ?

Continue reading ‘Brussel en zijn oorlogzoontjes’

Kleine Encyclopedie van de Hardlopers

Er zijn zondagnamiddagen dat ik er gewoon van geniet om rustig op een bankje in het Warandepark een boek te lezen.
Wat mij dan telkens weer uitermate verbaast zijn de talrijke stadsgenoten die veeleer verkiezen hijgend door het park te galopperen.
Ten gerieve van de sociologen, die binnen pakweg tweehonderd jaar de gewoontes van mensen in de stad in kaart zullen brengen, geef ik hierbij een korte handleiding.
Gelieve te noteren dat het slechts over één uur in de namiddag gaat op een doordeweekse zondag. Het onderwerp verdient grondiger onderzoek.

De eerste die uit de bocht komt is de Stofzuiger. Hij heeft een ongemakkelijk, veel te groot joggerspak, een slenterende parachute.
Heel soms struikelt hij lichtjes als zijn broekspijpen weer onder zijn Reeboks glijden. Om één en ander te verhelpen schuifelt hij voort, hij heft amper zijn voeten op. Zonder twijfel is hij celibatair.
Na de Stofzuiger passeert de Nonchalante, het is een nog jong meisje, eerder breed bemeten.
Het kan haar allemaal niet schelen, waarom loopt ze hier ?
Ze weet het zelf niet – ze heeft de vervelende contre-goûtloop, eigen aan dikke meisjes tijdens de turnles.
Daarachter moet ik plaats maken : daar is de Gehaaste weer.
Man’s gezicht is altijd gespannen en verbeten. Misschien loopt hij tegen zichzelf en dat kan je natuurlijk nooit winnen.
Waarschijnlijker is dat hij gewoon heel gehaast is, hij heeft een kwartiertje vrij gekregen van zijn vrouw en moet in die tijd al zijn rondjes malen. De stress van thuis lees je van zijn verbeten gezicht, vijftien minuten zijn te weinig om één en ander van zich af te lopen.
Continue reading ‘Kleine Encyclopedie van de Hardlopers’

Poverello

“Ne pei van tachtig joer mag met e maske van 18 joer, maar ne
kadei van 18 joer mag nie poepen met zaan freule van zestien joer.”
Inderdaad, daar zit wat rek op.
Twee clochards in de Poverello willen daarrond mijn mening horen.
Ze hebben één en ander uit de Metrokrant die ze net opzij legden.
Ik heb direct een voltreffer achter de hand :
“Sommige maskes van 16 jaar hebben veel meer mature dan ne ket van 18 jaar.”
Het is maar de vraag wie wie verkracht in deze.
“En misschien past het maske van 18 jaar wel op dieje pei van 80 joer ?”
Het is allemaal hoe ge het beziet.
Veel verwarrende insteken voor de twee clochards.
Ze laten het dan ook meteen rusten.

Continue reading ‘Poverello’

Mogen rokers nog asemen ?

Er waren tijden dat beleefde mensen, met een zekere schroom aan de rokers in hun gezelschap vroegen : “Het stoort toch niet dat we eten ?”.
Dat waren nog eens geen goede tijden.

Sinds één januari ben ik persona non grata in vrijwel al mijn stamcafés, de Greenwich allang, nu ook in de Walvis en de Metteko – La Brocante ben ik nog niet durven gaan kijken.
Als roker ben ik sinds nieuwjaar opgejaagd wild.
Ik weet dat het een kies onderwerp is : niet-rokers halen waarschijnlijk al hun neus op.
Ze hebben een beetje gelijk en een beetje ongelijk.

Ik haat het dat mensen roken terwijl ik zit te eten of dat ik onder een rookgordijn mijn maten moet gaan zoeken.
Dat niet-rokers walgen van nicotine en de walm van een zware Saint-Michel, ik heb er alle begrip voor.
Is er ook begrip voor ons, de paria’s ?

Continue reading ‘Mogen rokers nog asemen ?’

Openbaar vervoer

U moet zich eens een argeloze toerist wanen, die nietsvermoedend en hoopvol arriveert in Brussel -Zuid.
De Parijzenaar wil het Atomium bezoeken en bestudeert het algebra op het Metroplan.
Hij gaat richting Simonis en verbaast zich over de afstand, op het kaartje waren er amper vijf haltes, hij is echter een halfuur onderweg en herkent geen enkele stop.
Er blijken twee Simonissen te bestaan.
Hij moet ook nog eens afstappen en veel te lang wachten op een nieuwe verbinding richting Boudewijn.
Als hij terugkeert zit hij opnieuw in de knoop, want hij wil naar het centrum.
Met veel geluk arriveert hij aan het Rogier en gaat vandaar tevoet naar de Grote Markt. Aan de Beurs ziet hij tot zijn grote vreugde een reuze-bord Metro, welke leidt naar de ondergrondse tram. Hoopvol daalt hij af en bestudeert opnieuw het metro-plan : nergens een beursstation te vinden, noch op de lijn 1-5, noch op 2-6 ?
Wat bedoelt men dan met het Metro-bord bovenaan ?
Hij vraagt het links en rechts, iemand duwt hem een Metrokrant in handen.
Hij gaat terug naar boven en rent naar de Midi, hij haast zich terug naar zijn thuishaven Parijs, veel vroeger dan voorzien. Hij heeft het wel gehad met het openbaar vervoer in Brussel.
Doe de test. Stap af in Brussel-Zuid met bijvoorbeeld metrolijn 6. Zoek de tram die u naar het centrum brengt. Volg de – op zijn zachtst gezegd – verwarrende signalisatie.
Bid dat u Stalle, Churchill of Esplanade (her)kent als eindbestemming.
U bent als Brusselaar zelf een tijdje zoet.
Ik mag er niet aan denken dat Brussel een even uitgebreid metronet zou hebben als Londen of Parijs. Eén oogopslag op de metroplannen van Berlijn of Parijs en ik was vertrokken. Doe me een plezier : verplaats u in een argeloze toerist, u zult lang onderweg zijn.

Solden

Op de eerste dag van de solden stort het klootjesvolk zich als een horde hongerige wolven op de hapklare brokken die hooghartig werden achtergelaten door de nouveau-riche – die zich tijdens het juiste seizoen hip aankleden.
Zij hebben de stukken van de nieuwe lentecollectie allang gekeurd in de gesloten mode-circuits, waar alleen gefortuneerden worden toegelaten.
De echte Adel staat daar ver boven, hun couturiers komen aan huis.

Vermits ik tot het klootjesvolk behoor anticipeer ik op dit soort braspartijen met de simpele vraag : “Hebben wij iets nodig ?”
“Neen” – antwoordt mijn vrouw dan onveranderlijk. Het is ijdele hoop.
Nog diezelfde voormiddag passeren we aan Olivier Strelli – “Mmm,” zegt ze dan, “die staat al meteen aan vijftig percent, daar moet ik straks eens passeren.”
Zo simpel is de verleiding, zo vernietigend het virus.
Het is een sluipend gif, waarvan de gevolgen reeds merkbaar zijn vóór het einde van de maand. Nu is de portemonnee en vooral de immer inschikkelijke bankkaart nog heel gewillig.

Continue reading ‘Solden’

Ikea, tussen Kerst en Nieuw

Twee vrouwen met identieke klokhoedjes houden zich giechelend staande op de rolband. Ze kunnen de tot de nok gevulde winkelkar amper overeind houden.
Maman heeft alles betaald voor dochterlief – als het roze bedovertrek valt lachen ze beiden uitgelaten.
Een mager meisje daalt af met zes vuilbakken in haar karretje. Maak je mensen gelukkig met een vuilbak als nieuwjaarsgeschenk ?
Een langharige jongeman heeft wel twintig rode kerstballen gekocht.
Op tweede Kerstdag zijn dat vijgen na Pasen.

Jonge koppels in een waas van gloeiende lichtjes helpen mekaar, zalig tevree met hun nieuwe salons en dito gordijnen.
Een jonge vrouw zet lopend het winkelkarretje terug en rent haastig naar de wagen waar haar vriend alles gretig inlaadt.
Het kan niet snel genoeg gaan. Thuis wordt alles vlug vlug uitgeladen en ineengevezen. Vanavond al slapen ze in hun nieuwe bed.

Continue reading ‘Ikea, tussen Kerst en Nieuw’

Kerstavond

Op metrostel Weststation zit ik naast drie Bruxelloises pur sang.
Het is laat namiddag, haast kerstavond.
Het Vloms en Frans huppelt vlot over en weer, zoals ketjes hinkelend op straat.

De grijze madam met de dikke wollen muts, zegt tegen haar zwaar geblondeerde vriendin : “Get ne schuune sjarp oên,” – “Tu trouves ?” antwoordt de blonde, “je l’ai achetée au Zeeman,” – “Oê maa moete nie vroege van woê da maain moesj komt, ik zaan et vergeite,” zegt de muts.

Die vanzelfsprekende mix – dat sappige Brussels, dat eigenlijk onvervalst Belgisch is – niemand vraagt of stoort zich aan het frans of nederlands, het vloeit moeiteloos in mekaar als mayonaise die pakt.
Ze beheersen beide talen maar kennen geen van beide.
Een heerlijke surrealistische taal die ik heel hard ga missen als ze binnenkort uitsterft.

Continue reading ‘Kerstavond’

De eerste sneeuw

Het is één van die memorabele momenten in de Passa Porta, waar ik vooral op ruige winteravonden mag proeven van proza en poëzie.
Het Literatuurhuis is immers één van mijn geliefkoosde plekken op de ietwat
beschimpte Dansaert.
Had het beter een locatie gezocht op de Vlaamse steenweg of in het verlepte deel ervan achter de Varkensmarkt ? In de Duivelshoek ? In de VandenBrande of in een opnieuw ontdekte, lang vergeten impasse in de O.L.VvVaak ?
Alsof poëzie niet mag bestaan tussen de chique boetieks van Olivier Strelli en Cotélac?
Is poëzie enkel voorbehouden voor groezelige achterkamertjes en donkere kelders waar het gedijt bij oude jenever, tussen de rook van gerolde sigaretten ?
Poëzie is overal – zeker in Brussel. Aan de stinkende oevers van de Zenne, op de kitsch van de Winterfoor, in de Ossengang op de Grasmarkt, op de Oudijzergang in de Maagdenstraat.
Altijd en overal mag poëzie bestaan.

Continue reading ‘De eerste sneeuw’

Geen plaats in de herberg

In brasserie Le Louvre aan de Parvis ga ik binnen, net na een blonde onopvallende vrouw.
Ze is heel Sint-Gilliaans gekleed, dat wil zeggen, niet slordig, evenmin deftig, gewoon nonchalant.
Ze bestelt een pintje en de baas begint meteen rustig tegen haar te babbelen. Het bier komt niet op de toonbank.
Naast haar ziet ze vele pintjes verdwijnen op het dienbord van de nieuwe dienster in jeans.
Het gesprek met de kastelein duurt maar even, plots schiet ze heel erg uit haar krammen.
Ik begrijp dat ze niet kan betalen en dat het niet de eerste keer is.
De grijze cafébaas blijft heel kalm, hij is één en ander gewoon.

Uit de boxen weerklinkt “I wonder where you go,” een heel ontroerend lied, gedrenkt in lichte melancholie, gezongen met een hese stem.
De scène duurt maar heel even, ik hoor haar schreeuwen “er zijn nog andere cafés” en “pas de respect pour les clients.”
Ze verdwijnt en trekt de deur gewoon achter haar dicht – niks geen slaande deuren.
Het café en de waard hernemen hun gewone activiteiten.

Ze steekt de Waterloose over en stapt binnen bij La Stivale, rechttegenover Le Louvre. Luttele minuten later wordt ze daar ook op straat gezet.
Daarop gaat ze Verschueren binnen, opnieuw hetzelfde scenario.
Ze vervolgt haar weg door de Fortstraat : een stijfkop.
Kersttijd : in geen enkele herberg is er plaats voor haar.

Ook Brel moeit er zich mee, hij zet “Ne me quitte pas,” in.
Het dienstertje geeft de hond van de grijze baard naast mij, een teil water.
Het beest drinkt gulzig.

william deraedt
hetrijkderzinnekes.blogspot.com

Het Manneke

Vier toeristen lopen in de Lievevrouwbroersstraat, ze komen net vanachter de hoek uit de Stoofstraat.
De drie oudere mensen volgen blindelings hun jongere reisgenote die luidop voorleest uit een toeristische brochure.
Plots blijven ze alle vier, bij het aanhoren van een passage, als verstijfd staan.
Er is hen klaarblijkelijk iets ontgaan.

Inderdaad, ze hebben het kleine ventje
wat verderop niet opgemerkt.
De oudere man keert zich en wijst rechtdoor, daar moet het ongeveer zijn.
Ze discussiëren even, kijken naar hun uurwerk, is het de moeite om terug te gaan ?
Uiteindelijk keren ze toch terug.

Kan men zich voorstellen dat men in Parijs de Eifeltoren voorbijloopt, het vrijheidsbeeld in New York, in Berlijn de Brandenburg Tor ?
In Brussel kan men achteloos het stadsmonument passeren en discussiëren of het wel de moeite loont om terug te keren.

Dag na dag, jour et nuit blijft het surrealisme welig tieren in deze stad.

william deraedt
hetrijkderzinnekes.blogspot.com

Het Plein

Het kleine hondje lijkt op een bulldog die verpletterd raakte onder een rupstractor. Maar het doet me nog meer denken aan een dwergnijlpaardje, al twijfel ik meteen of deze soort op de Ark van Noah werd weerhouden.

Ik zit op het nieuwe Gerechtsplein onder de vlaggen. Ik vind het niet mis maar had liever wat meer groen gezien en een waterpartij, om het lawaai van de Lebeau wat te neutralizeren.
Maar wie ben ik ?
Ik ben geen architect of stedebouwkundige, verre van. Ik ben alleen maar een bewoner en gulzige gebruiker van deze stad.

Ik vind de nieuwe pleinen niet altijd geslaagd.
Internationale wedstrijden ? Allemaal goed en wel, maar soms denk ik, vraag aan honderd passanten die regelmatig een plek frequenteren : hoe zouden zij zo’n plein inrichten ?
Je hoeft dat uiteraard niet blindelings te volgen maar je zou al een eind verder komen moest er tenminste geluisterd worden.

Continue reading ‘Het Plein’

Kiekefretters

Ik word stilaan een echte kiekefretter.
Niet zozeer omdat ik mij de gewoontes en de natuur van een Brusselaar eigen maak, dat heb ik altijd al gehad, ook al woon ik hier nog maar acht jaar.
Het gaat eerder over kiekens fretten op café.
Verhalen die je als gebraden kiekens in de mond vliegen.

Ik zit aan de toog naast twee oudere heren in de Kafka. Ze waren verkeerd geland, eertijds huisde hier Lowie van ‘t Lieg Plafond, ze waren hier allang niet meer geweest.
Koreaanse veteranen met straffe verhalen, niet van ginderachter, maar uit de Brusselse rimboe.
Ze waren liever bij de spleetogen dan bij de bougnouls, daar hadden ze ook gevochten, bij de opstand van de Simba’s in ‘65. Ze waren bij de landing in Kinshasa.
Dat waren niks meer of minder dan menseneters. Net de mensapen voorbij.

Continue reading ‘Kiekefretters’