De redactie ontving via de heer Gauthier de Crombrugghe de onderstaande open brief die werd gestuurd naar het kabinet Huytebroeck en naar alle Belgische persbureaus en media.
Geachte Mevrouw de Minister,
Beste Mevrouw Huytebroeck,
Ik kan het stimuleren van crèches maar van harte aanmoedigen.
Inderdaad is het tekort eraan groot in onze stad.
Maar het openen van crèches mag natuurlijk niet ten koste van ons groen gaan.
Zo verwijs ik naar een crèche van de gemeente Schaarbeek op de Plaskylaan 40.
Daar wil de gemeente een ecologische crèche bouwen waar achter het bestaande eengezinsherenhuis in de grote groene tuin een kinderdagverblijf wordt gepland (voor 36 kinderen).
Hierdoor wordt het groene en natuurlijke karakter van dit uitzonderlijk groen binnenhuizenblok fundamenteel aangetast.
De bestaande eengezinswoning zou opgesplitst worden in twee appartementen en een administratieve functie.
De betrokken herenwoning met tuin is eigendom van de gemeente Schaarbeek.
Deze herenwoning met tuin bevindt zich in een woongebied met culturele, historische en esthetische waarde en is een belangrijke stadsverfraaiing, waarin het binnenhuizenblok een groen karakter moet behouden. Een bebouwing in deze tuinzone met een groen dak is een manifest kunstmatige ingreep die het groene karakter van de tuinzone op een onaanvaardbare wijze aantast. Daarbij is de bebouwing in de tuinzone ook in strijd met de regels inzake bouwdiepte e.d. die door het Brussels Gewest werd vastgesteld. Als de gemeente Schaarbeek en de gemeentelijke vzw Crèche de Schaerbeek een kinderdagverblijf willen inrichten, moeten zij dit doen binnen het bestaande herenhuis.
De werkelijke reden dat de gemeente en haar vzw de tuin opofferen aan de bouw van het kinderdagverblijf, is dat zij de (te hoge) kostprijs voor de aankoop van het herenhuis trachten te recupereren door verwachte inkomsten uit de twee appartementen. Zulke financiële overwegingen verantwoorden geen slechte ruimtelijke ordening in de wijk. Continue reading ‘Open brief: crèches vs. stadstuinen’
Bruocsella Prijs 2010 roept op tot stedenbouwkundige projecten in Brussel en moedigt ze aan met een Prijs tot 25.000 EUR.
Heb je een project ter renovatie van onbeschermd architecturaal erfgoed en ter verbetering van de stedelijke omgeving in de Brusselse regio? Bruocsella kan je helpen! Stuur uw project voor 30 maart !
De Bruocsella Prijs draagt bij tot de stedenbouwkundige projecten van de stedelingen. De prijs ondersteunt projecten die verband houden met de verbetering van het leefkader en van de stedelijke omgeving in het Brussels Gewest. De projecten in kwestie moeten bijdragen tot de aanleg, de renovatie of het behoud van onbeschermd erfgoed of van elementen die te maken hebben met stadsinrichting. Zo kan het bijvoorbeeld gaan om projecten voor de renovatie en/of de herbestemming van een bestaand gebouw, de inrichting en/of de heraanleg van groene ruimtes of voor vergroening, de ontwikkeling van openbare kunst die de stad mooier maakt… Kortom, projecten voor de stad die door de bewoners van die stad gedragen worden!
‘t Is al Mexico wat de klok slaat momenteel. Je hebt er niet naast kunnen kijken dat de Frida Kahlo tentoonstelling eindelijk ons land bezoekt. Ik bezocht deze tentoonstelling reeds in 2008 in San Francisco en het is echt wel de moeite. Maar naast Kahlo zijn er uiteraard nog héél wat andere activiteiten in de Bozar in het kader van dit Mexicaanse festival. Het ganse programma vind je op ¡ MEXICO ! FESTIVAL
Wat niet binnen het kader van dit festival valt, zijn de Mexicaanse groene kevers. Neen, niet het (on-)gedierte maar de Vocho Verde. Evy Raes, fotografe, reisde de laatste 8 jaar op zeer geregelde basis naar Mexico en was een enthousiast passagier van de groene taxi’s daar. In 2008 vernam ze dat de overheid de groene kever taxi’s wou laten voor wat ze zijn. Evy ging in 2009 terug en zag dat de Vocho Verdes inderdaad zo goed als uit het straatbeeld waren verdwenen. Sommigen waren overschilderd in de nieuwe kleuren (indien de chauffeur daar het geld voor had), maar de meeste chauffeurs hadden ze terug verkocht aan de staat. Ergens tussen 2010 en 2012 zou de kever daar uit het straatbeeld moeten verdwenen zijn.
Evy’s expo is een ode aan de Mexicanen en hun passie om zich een Duitse wagen eigen te maken.
Vanaf 14 februari to 14 maart in Autoworld (Jubelpark).
Fouad Ahidar heeft een NOS tv-ploeg moeten redden van een groep verhitte jongelingen. Ze waren namelijk getuige van een poging van de metrobewaking om een zakkenroller te arresteren aan Clemenceau. Daar kwam onmiddellijk een bende op af die de man in kwestie hielpen ontsnappen en vervolgens hun agressie richtten op de mensen van de NOS.
Onze driemansploeg heeft het hele voorval gefilmd. En dat bevalt de ‘bevrijders’ niet. Het begint met een hand voor de lens, maar loopt al snel uit op volle trappen tegen de camera. Het mag een wonder heten dat de cameraman het ding weet vast te houden.
Na enkele ogenblikken wordt wel duidelijk dat het geweld zich alleen tegen onze apparatuur richt. Dat hebben we te danken –weet ik wel zeker- aan de aanwezigheid van Ahidar. Die is op hoge toon bezig in het arabisch. ‘Wissen, wissen de beelden’, sist hij ons toe. Hij lijkt een deal te hebben met de groep. Maar dan wil toch één van de opgeschoten jongens de band hebben. En weer begint het getrek. (…)
“Blijf thuis, blijf vooral thuis! Zo niet, draai om en ga terug.”
Dat is hetgeen ik de ganse morgen gehoord heb op de radio, terwijl ik op een quasi-lege autostrade van Brussel naar Aalst aan het rijden was (traag, dat wel). Langs de andere kant, Gent-Brussel, stond het wel vast over de ganse lijn. Dus voor mij is de verkeerschaos voornamelijk van horen zeggen.
En voor u? Hoe bent u (niet) op uw werk geraakt vandaag?
Over enkele dagen, op vrijdag 12 februari, beleven de trammetjes uit de 7000-reeks van de MIVB hun officiële laatste dag op het netwerk. Een dag die gepaard zal gaan met heel wat activiteiten en plechtigheden, want dit betekent echt het einde van een tijdperk dat meer dan 50 jaar geduurd heeft.
De meesten onder jullie zullen de 7000′jes vooral kennen als de kleine trammetjes die ver weg op de Tervurenlaan rijden op de lijnen 39 en 44, tot een paar jaar geleden ook nog midden in de stad op de lijnen 18, 82 en 83, maar als we iets verder terugkijken hebben ze in groten getale op zo ongeveer heel het netwerk gereden en het Brusselse straatbeeld danig vormgegeven.
Waar er nu slechts tussen de 10 en 20 stellen nog min of meer rijvaardig zijn, waren er op het hoogtepunt meer dan 170 stellen actief, een aantal dat (tot nu toe…) door geen enkele andere reeks geëvenaard is. Het waren ook de eerste trams van het type “PCC”, een grotendeels Amerikaans concept dat indertijd – begin jaren 50 – een ware revolutie betekende, zowel qua comfort, rijstijl, betrouwbaarheid enzovoort. Het is dan ook geen toeval dat de oudste exemplaren van de reeks het al meer dan 50 jaar uitzingen en nog steeds uitstekend rijden.
Een drietal jonge kereltjes bewegen zich rond een grijze Audi in de Zespenningen.
Eéntje achteraan, de anderen opzij.
Willen ze de wagen molesteren, glasbraak plegen, carjacken ?
Niets van dat alles, hun bal is er gewoon ondergerold en moet onderaan in het midden van het voertuig zijn stilgevallen. Hun armpjes zijn te kort om er bij te kunnen. Vervelend.
Net op dat moment komt de dikke chauffeur eraan.
Hij is al druk aan het sticuleren als hij de kwajongens ontwaart rond zijn auto.
Bovendien begint hij te roepen in het nederlands.
Dat is zijn goed recht – alleen : de jonge snaken snappen er geen snars van.
Vermits de kinderen niet wijken, pakt hij meteen de kleinste bij de kraag en scheldt hem de huid vol.
De kleine begrijpt er niets van.
Zoveel drukte voor een verloren voetbal ?
Ik woon in de Warmoesstraat. Dat is een toffe straat waar het goed is om wonen, zonder meer. Recent werden we allemaal overspoeld door telefoontjes en mailtjes van vrienden, familie en collega’s die bezorgd vroegen of ons huis er nog stond en of alles wel ok was. Reden? Een gaslek waardoor een 100-tal mensen op zondagavond op hun sleffers en in peignoir naar buurtzaaltjes moest verhuizen wegens ontploffingsgevaar. Nu, de straat is lang, en in ons stukje was daar niets van te merken.
Wel loop ik geregeld langs de plek van het lek. De straat ligt er ondertussen al bijna 4 weken opengebroken, met de gekende geel-blauwe hekken errond.
Sinds eergisteren heeft iemand (buurtbewoner?) zijn ongenoegen met de voortgang van de werken subtiel aangegeven:
Stel, vrienden uit binnen- of buitenland komen voor enkele dagen op bezoek . Je denkt na welk programma je voor je vrienden kunt samenstellen, want uiteraard wil je in die korte tijd laten zien wat Brussel zoal te bieden heeft. Je wilt je favoriete plekjes tonen, maar waarom zou je van de ongedeelde aandacht van je bezoekers geen gebruik maken om zelf nieuwe dingen te ontdekken? Je gaat voor een boeiende mix van activiteiten. Je houdt rekening met de interesses en de talenkennis van de reizigers, de tijd van het jaar, de cultuurkalender. Wat zou er dan uit de bus kunnen komen?
Na twee jaar in Brussel heb ik al wat ervaring opgedaan met bezoek. Ik wil van Brussel vooral de contrasten tonen, de smalle straatjes en de boulevards, de plompe lelijkheid en de verborgen schoonheid, stadsvernieuwing en de charme van het verval, het multiculturele, meertalige karakter, de gastronomische geneugten, de cafécultuur, de brede waaier van culturele activiteiten, de kleurrijke markten. Bezoekers die hier voor het eerst zijn, schotel ik uiteraard de evidente bezienswaardigheden voor. Zeg maar de grote drie: Atomium, Manneken Pis en Grote Markt. Frieten, bier en chocolade staan eveneens op het menu. Maar dan? En vooral in deze barre wintertijden?
Het probleem is dat we Brussel als een probleem zien. En niet als een oplossing. (klink mélo hé) Wij Vlamingen drukken Brussel niet aan het hart. En de Walen eigenlijk ook niet. Of dacht u dat u alle Franstaligen in België over één kam kon scheren? Brussel wordt geplet tussen het Vlaamse en Waalse gewest/gemeenschap en gekleineerd door de Federale overheid. Iedereen wil een stukje, zegt wat wel en niet mag, maar vertikt het om er deel van uit te maken.
en…
We gaan met Brussel nooit ergens komen als we de stad niet graag gaan zien, in onze harten sluiten en er ons om bekommeren. Wat moeten we echter aanvangen met al die werkloze jongeren, donkere kerels en bijhorende miserie? Hoe zorgen we er voor dat het Nederlands spontaan door heelder wijken klinkt. Wat doen we met die lelijke kantoorgebouwen, de auto-aders doorheen de stad en smerige straten?
En daar dan commentaren op over dat Nederlands en over het-er-ooit-nog-gewoond-hebben enzo! Doe gerust daar mee… jullie hebben ook zeker een mening.
Met z’n tweeën snoezen ze arm in arm de Kunstberg af. Jong stel op citytrip naar Brussel, enkele dagen voor valentijn.
Net of de liefde een spel speelt: dezelfde kleur van jas, identiek brilmontuur, verstrengelde sjaal…
Voor het muziekinstrumentenmuseum houden hun benen halt. De ene arm voor eeuwig aan die van de andere verankerd. In de nog vrije hand houden ze, elk apart, een oogje vast – dat ook dienst doet als oortje, maar nu even niet.
Met een knip staan de twee identieke plaatjes erop: nee, niet de naar de keel grijpende art-nouveaugevel van het museum, wel het grijze gewelf van het congresgebouw.
Zo nemen ze de stad in zich op: met parallelle uitwendige ogen – dat geeft dieptezicht. De controle over de vier kijkers op hun hoofd is immers overgenomen door de inwendige lavastromen waartegen zelfs geen muziekgevel bestand is.
Er zijn zondagnamiddagen dat ik er gewoon van geniet om rustig op een bankje in het Warandepark een boek te lezen.
Wat mij dan telkens weer uitermate verbaast zijn de talrijke stadsgenoten die veeleer verkiezen hijgend door het park te galopperen.
Ten gerieve van de sociologen, die binnen pakweg tweehonderd jaar de gewoontes van mensen in de stad in kaart zullen brengen, geef ik hierbij een korte handleiding.
Gelieve te noteren dat het slechts over één uur in de namiddag gaat op een doordeweekse zondag. Het onderwerp verdient grondiger onderzoek.
De eerste die uit de bocht komt is de Stofzuiger. Hij heeft een ongemakkelijk, veel te groot joggerspak, een slenterende parachute.
Heel soms struikelt hij lichtjes als zijn broekspijpen weer onder zijn Reeboks glijden. Om één en ander te verhelpen schuifelt hij voort, hij heft amper zijn voeten op. Zonder twijfel is hij celibatair.
Na de Stofzuiger passeert de Nonchalante, het is een nog jong meisje, eerder breed bemeten.
Het kan haar allemaal niet schelen, waarom loopt ze hier ?
Ze weet het zelf niet – ze heeft de vervelende contre-goûtloop, eigen aan dikke meisjes tijdens de turnles.
Daarachter moet ik plaats maken : daar is de Gehaaste weer.
Man’s gezicht is altijd gespannen en verbeten. Misschien loopt hij tegen zichzelf en dat kan je natuurlijk nooit winnen.
Waarschijnlijker is dat hij gewoon heel gehaast is, hij heeft een kwartiertje vrij gekregen van zijn vrouw en moet in die tijd al zijn rondjes malen. De stress van thuis lees je van zijn verbeten gezicht, vijftien minuten zijn te weinig om één en ander van zich af te lopen. Continue reading ‘Kleine Encyclopedie van de Hardlopers’
Recente commentaren