Dixit: de degelijkheid der monsters

Allez, allez, nog een laatste rondje! De Zuidfoor is aan zijn laatste week bezig. Zaterdag en zondag bieden heel wat attracties kortingen van 20 tot 40%  aan, zodat kermisgangers met een bijna lege portemonnee ook nog aan hun trekken kunnen komen. Welke schrijver schreef dag op dag 103 jaar geleden voor de krant De Standaard een stukje over de kermis  en beklaagde zich daarin over de moderne tijden?

Al de actieve krachten van de Hoogstraat, de Kapellewijk, het kwartier van Onze-Lieve-Vrouw te Rooje, de slachthuizen, de lage stad, de Marollen en de tegen-Marollen (St.-Gillis en Molenbeek) al wat Brussel aan sap, aan bloed, aan fut bezit, het bruist ginds onder de lampionfestoenen tussen de dubbele rood-en-groene girandolen, in het geel, het blauw, het groen, het wit, het overdadig elektrisch foorlicht.

Maar de foor zelve, hoe modern! Waar zijn die oude vunzige barakjes, waar men ‘in’ het uitgaan betaalt hetgeen een bewijs was van de degelijkheid der monsters die men daarbinnen te zien kreeg en tegelijk als een blijk van het vertrouwen dat een eerbaar saltimbank kon stellen in zijn vereerd publiek? Waar zijn de peperkoektenten, de porseleinschranken, de muntebollenstok-, meestamper-, citoenknol-, smoutsbol-, vetkwabbel- en kramelkramen? Waar zijn de paardjesmolens, de goeie ouwe piepende paardjesmolens die door kinderen in gang werden gezet of door een afgetreende houterige merrie aan het draaien gekregen?

Lees verder voor de oplossing.

Dixit: de rechte weg des Heeren

Sint-Guido is het metrostation op lijn 5 tussen Aumale en Veeweide. Het is genoemd naar een 10de-eeuwse heilige, die eerst koster was in de Onze-Lieve-Vrouwekapel te Laken, daarna als koopman aan de slag ging en ten slotte pelgrimstochten ondernam naar Rome en Jeruzalem. Op 12 september 1012 stierf hij in Anderlecht aan dysenterie. Hij is de patroonheilige van kooplui, veehandelaars, boeren, knechten, kosters, beiaardiers, klokkenluiders, pelgrims en vrachtvervoerders. Zijn grafsteen is terug te vinden in de Collegiale Kerk van Sint-Guido en Sint-Pieter in Anderlecht. Welke Vlaamse dichter droeg een gedicht aan hem op?

Patroon van Anderlecht, aanhoort

hetgeen wij biddend van U vragen:

’t is dat wij lange mogen voort,

in eere en deugd, aan God behagen;

en, zoo gij zelve eens hebt gedaan,

dat wij, u nadoende, altijd meugen

de rechte weg des Heeren gaan

en onzer vrienden hert verheugen.

Lees verder voor de oplossing.

Dixit: in deze boze wereld zeldzaam

Heel wat Nederlandse schrijvers voelen zich aangetrokken tot Brussel. Multatuli schreef hier Max Havelaar, Jan Greshoff hield hof in de Taverne du Passage in de Sint-Hubertusgalerijen, Jeroen Brouwers beleefde er zijn wonderjaren als redacteur van Manteau. Welke auteur, die er nochtans om bekend stond zijn pen in vitriool te dopen, schreef deze aardige woorden over Brussel?

 Nergens ontmoet je zoveel vriendelijke mensen die je de weg willen wijzen, nog voor je te kennen hebt gegeven dat je bent verdwaald, als in Brussel, zelfs wanneer je helemaal niet bent verdwaald. En ze wijzen je dan ook nog de goede weg, wat in deze boze wereld zeldzaam is.

Lees verder voor de oplossing.

Dixit : men bekijkt uw afgedragen regenfrak

Brussel en zijn contrasten. De boulevards en de steegjes, het prachtige herenhuis en het vervallen krot, de hoogwaardigheidsbekleder en de clochard, ze bevinden zich nooit ver van elkaar. Het fotoboek Facing Brussels toont die variatie anno 2010. Maar welke auteur beschreef de bittere armoede en de decadente rijkdom in de hoofdstad onmiddellijk na de Tweede Wereldoorlog?

 Ondertussen is het nacht geworden en ge moet geen taxi vragen in de buurt van de porte Louise, want men bekijkt uw afgedragen regenfrak en uw sjaal en uw schoenen die scheef zijn van in Brussel rond te lopen. Men vraagt u eindeloos waar ge heen moet, en of ge wel weet wat het kost, en tenslotte: ze zijn bezet. Ze wachten naar de heren die uit hun clubs komen en ergens heen willen waar weeral niemand binnen mag, en waar de champagne 700 fr. de fles kost, en waar men de avond ervoor een kind binnengebracht heeft, dat in een danszaaltje aan het swingen was, of een verkoopstertje uit een Unipribas, en ze maken het kind dronken en smeren haar in met blink en doen haar boven op de piano dansen.

Lees verder voor de oplossing.

Dixit: open als een oude hoer

Op het Bal National wordt er vandaag aan de vooravond van de Belgische feestdag voor de achtste keer gezongen en gedanst op het Vossenplein. Op het programma staan dit jaar Nicole en Hugo, Les Vedettes, Lange Jojo en Kate Ryan. Gedanst in de straten van België wordt er ook in deze vertaalde liedjestekst. Wie heeft het hier over de smerige schoonheid van zijn stad?

De stad is open als een oude hoer
Waar het duur is om arm te zijn
Klein land met een grote geest
Waar ze helemaal geen taal spreken

Dansen in de straten van België
Brussel, waar ze spruiten eten
En rauwe mosselen

Brussel, brij,
Zij is mooi, zij
Ze is een dame
Een smerige schoonheid

Lees verder voor de oplossing.

Dixit: verdoofd door de drukte en de herrie

Brussel heeft een rijk industrieel verleden. Zo gold Molenbeek in de 19de eeuw als het Belgische Manchester. Dankzij de gemakkelijke bereikbaarheid via de grote verbindingswegen die waren aangelegd, floreerden er metaalverwerkende bedrijven en ijzergieterijen. Ook chemische bedrijven, producenten van voedingswaren en bedrijven die koloniale waren behandelden, vestigden zich er. Ook aan de andere kant van het kanaal, in de buurt van de Ninoofsepoort en Vlaamsepoort, wemelt het van vroegere fabrieksgebouwen, arbeidershuizen, steegjes en beluiken. Welke Vlaamse schrijver schildert hier het onvermoede bestaan van een smederij in de Brusselse binnenstad, in de Vlaamsesteenweg 62?

 De vreemdeling die door ’t centrum van Brussel slentert en die, verdoofd door de drukte en de herrie, ergens bij de Beurs op een bank gaat uitrusten, vermoedt zeker niet dat er vlakbij nog een fabriek in werking is, die niet moet onderdoen voor die van het Waalse land of van het Ruhrgebied. Hij verbeeldt zich nu eenmaal dat het centrum van die weelderige stad alleen uit hotels, koffiehuizen, patisserieën en parfumeriewinkels bestaat en dat er geen plaats meer is voor volgelingen van Pluto, voor mensen met zwarte gezichten, die met vuur en ijzer spelen.

Lees verder voor de oplossing.

Dixit: ici, on n’ est pas sérieux

Brussel, je kunt er goed leven, niet het minst dankzij de gastronomische geneugten. Of zou het toeval zijn dat het stadsmuseum het Broodhuis heet? Een stad met een geschiedenis, waar menige kunstenaar en intellectueel actief was, zoals Hergé (Serafijn Lampion is een personage in Kuifje) en Karl Marx (het Communistische Manifest). Maar in Brussel heersen ook opportunisme en plantrekkerij. Welke schrijver schreef vijftien jaar geleden zijn indrukken over Brussel in een tragikomische roman neer?

O Brussel, stad van het goede leven, waar kan men beter zijn? Stad van één miljoen goedzakken, broodeters en burgemeesters zonder hersenen. Stad van Serafijn Lampion die een rally houdt op je gazon. Stad van marchands, amateurs en arrangeurs, stad van de grinnikende burgers die niet houden van groot vertoon. De autochtonen van Brussel zijn dapper noch oorlogszuchtig. Zij juichen hun bezetters warmbloedig toe en bedriegen hen vervolgens. Ici, on n’est pas sérieux. Daags voor de verkiezingen beslissen ze voor wie ze stemmen. Dat is: voor hun portemonnee, terecht, hoe zou u zelf zijn, maar in hun hart en in het café zijn zij communisten. Het communisme, dat is hier geboren. Marx schreef hier zijn Manifest.

Lees verder voor de oplossing.

Dixit: hier drinkt men geuze

Brussel trekt steeds weer nieuwe buitenlandse gasten aan. Sommigen blijven er jarenlang wonen en werken. Zoals deze wereldberoemde Franse artiest, die in de buurt van de Munt stootte op een café met een opvallende naam. Wie is hij?

Ik kom in Brussel aan, honderd jaar geleden, of misschien wel eergisteren. Die vreemde stad Brussel, dood en levend, haven zonder zee, vloeibaar zonder rivier en mooi zonder schoonheid. Een stad… nu ja… wat weet ik er ook van? Ik houd ervan… misschien… straks… (…) Al in de eerste dagen trekt een plaats mij bijzonder aan, direct achter de Muntschouwburg, een oud café, overladen met panelen en troebele spiegels, waarvan de naam mij pseudo-erotisch-gotisch in neonrode letters tegemoet schreeuwt: La Mort subite. Ik stap binnen. Hier drinkt men geuze. Een verre Germaanse verwant van het bier, dat van smaak herinnert aan een licht schuimende cider en het hoofd ietwat licht maakt zonder op de maag te liggen. En de ware gasten doen zich te goed aan boterhammen, genoemd 1900: smeerkaas met mierikswortel op bruin brood, afgewerkt met een klein beetje sjalot en kruiden.

Lees verder voor de oplossing.

Dixit: op de rijpe leeftijd van zeven jaar

Verliefd, verloofd, getrouwd. Niet met een vrouw, maar met een stad. Welke creatieve duizendpoot en vader van een pientere dochter is hier aan het woord?

Als peuter, boven op mijn schouders, verwonderde ze zich erover hoeveel mensen ik groette onderweg. Over hoe vaak ik wel niet bleef staan om met iemand een praatje te maken. ‘Kén jij al die mensen, papa?!’ Papa praatte en lachte en zij kreeg ijsjes. ‘Dat is toch waar hé papa… in de stad ben jij altijd vrolijk!’ En ik had toen geantwoord: ‘Ja. Ik ben met Brussel getrouwd.’ En toen was ze gaan huilen. Ik had gevraagd waarom ze huilde en ze zei: ‘Omdat ik wil dat je met mama getrouwd bent!’ Ze weet dat nog erg goed. En dus vraagt ze me nu, op de rijpe leeftijd van zeven jaar, een beetje plagerig: ‘Papa, waarom ga jij nu altijd naar Brugge, je bent toch met Brussel getrouwd?’

Lees verder voor de oplossing.

Dixit: Des rues larges et bien aérées

Hangjongeren zijn blijkbaar van alle tijden. Ook in de negentiende eeuw moest de schoolgaande jeugd worden aangemaand om zich behoorlijk te gedragen. Zo lezen we in een boekje uit 1882:

Pour que l’élève de nos écoles publiques devienne un citoyen belge, digne de son nom, il ne suffit cependant pas qu’il soit familiarisé avec les principes législatifs de notre pays démocratique ; il doit, en outre, savoir respecter les ordonnances communales qui ont pour but de sauvegarder la liberté de tous les citoyens, de prévenir les malheurs, d’assurer la liberté et la sécurité du passage dans nos grands centres industriels et commerciaux.

Tot die centres industriels et commerciaux behoorde natuurlijk ook Brussel, een stad die in die tijd – de industriële revolutie – volop in verandering was. Daarover lezen we:

Depuis notre émancipation politique, les principales villes de la Belgique ont acquis un développement considerable. Des rues larges et bien aérées ont fait disparaitre les voies étroites et tortueuses de jadis ; de magnifiques boulevards, de superbes places et promenades publiques ont remplacé les remparts, les fossés et les endroits malpropres de nos antiques cités. [...] Bruxelles surtout, placé successivement sous l’intelligente direction de plusieurs bourgemestres d’un mérite supérieur, s’est complètement transformé et se transforme encore tous les jours.

Merkwaardig hoe het heden het verleden heeft ingehaald: ook vandaag is Brussel nog volop in verandering. Nihil novi sub sole.

De vraag formuleren is in dit geval wellicht eenvoudiger dan het antwoord vinden: uit welk boekje zijn de voorgaande passages afkomstig?

Lees hier over welke publicatie het gaat