Ik ben dit jaar een van de 30.000 deelnemers aan de 20 km van Brussel. Het is mijn eerste deelname en ik hoop dat ik dit loopavontuur tot een goed einde kan brengen.
Maandag heb ik het eerste obstakel alvast overwonnen. Ik heb me met succes ingeschreven. Vorig jaar wilde ik ook al meedoen, maar ik viste achter het net. De inschrijvingen begonnen om middernacht, en toen ik ’s middags naar de site surfte, was ik eraan voor de moeite. Wie te laat komt, wordt door het leven bestraft, wist Gorbatsjov al. Dus waagde ik dit keer heel wat vroeger mijn kans. Om middernacht vulde ik mijn formulier in, negen uur voor de officiële start van de inschrijvingen. Ik kreeg prompt de bevestiging dat ik geregistreerd was en wacht nu enkel nog op mijn borstnummer. Ook dit jaar was de 20 km weer in een mum van tijd uitverkocht, ook al waren er 5.000 extra nummers beschikbaar in vergelijking met 2009.
Mijn voorbereidingen op 30 mei kunnen nu beginnen. Rondjes lopen in het naburige Jubelpark, zoals ik al ruim een jaar doe, of toch maar eens het Zoniënwoud verkennen. Als die vervelende blessuurtjes aan linkerknie en rechtervoet mij tenminste geen parten meer spelen. En – o hoogmoed! – eind maart sta ik al, als alles goed gaat, aan de start van de halve marathon van Berlijn. First we take Berlin, then we take Brussels.
En u? Doet u mee aan de 20 km? Voor de hoeveelste keer? En hoe bereidt u zich voor? Of vindt u die hele 20 km een over het paard getilde hype?
De redactie ontving via de heer Gauthier de Crombrugghe de onderstaande open brief die werd gestuurd naar het kabinet Huytebroeck en naar alle Belgische persbureaus en media.
Geachte Mevrouw de Minister,
Beste Mevrouw Huytebroeck,
Ik kan het stimuleren van crèches maar van harte aanmoedigen.
Inderdaad is het tekort eraan groot in onze stad.
Maar het openen van crèches mag natuurlijk niet ten koste van ons groen gaan.
Zo verwijs ik naar een crèche van de gemeente Schaarbeek op de Plaskylaan 40.
Daar wil de gemeente een ecologische crèche bouwen waar achter het bestaande eengezinsherenhuis in de grote groene tuin een kinderdagverblijf wordt gepland (voor 36 kinderen).
Hierdoor wordt het groene en natuurlijke karakter van dit uitzonderlijk groen binnenhuizenblok fundamenteel aangetast.
De bestaande eengezinswoning zou opgesplitst worden in twee appartementen en een administratieve functie.
De betrokken herenwoning met tuin is eigendom van de gemeente Schaarbeek.
Deze herenwoning met tuin bevindt zich in een woongebied met culturele, historische en esthetische waarde en is een belangrijke stadsverfraaiing, waarin het binnenhuizenblok een groen karakter moet behouden. Een bebouwing in deze tuinzone met een groen dak is een manifest kunstmatige ingreep die het groene karakter van de tuinzone op een onaanvaardbare wijze aantast. Daarbij is de bebouwing in de tuinzone ook in strijd met de regels inzake bouwdiepte e.d. die door het Brussels Gewest werd vastgesteld. Als de gemeente Schaarbeek en de gemeentelijke vzw Crèche de Schaerbeek een kinderdagverblijf willen inrichten, moeten zij dit doen binnen het bestaande herenhuis.
De werkelijke reden dat de gemeente en haar vzw de tuin opofferen aan de bouw van het kinderdagverblijf, is dat zij de (te hoge) kostprijs voor de aankoop van het herenhuis trachten te recupereren door verwachte inkomsten uit de twee appartementen. Zulke financiële overwegingen verantwoorden geen slechte ruimtelijke ordening in de wijk. Continue reading ‘Open brief: crèches vs. stadstuinen’
Ik woon in de Warmoesstraat. Dat is een toffe straat waar het goed is om wonen, zonder meer. Recent werden we allemaal overspoeld door telefoontjes en mailtjes van vrienden, familie en collega’s die bezorgd vroegen of ons huis er nog stond en of alles wel ok was. Reden? Een gaslek waardoor een 100-tal mensen op zondagavond op hun sleffers en in peignoir naar buurtzaaltjes moest verhuizen wegens ontploffingsgevaar. Nu, de straat is lang, en in ons stukje was daar niets van te merken.
Wel loop ik geregeld langs de plek van het lek. De straat ligt er ondertussen al bijna 4 weken opengebroken, met de gekende geel-blauwe hekken errond.
Sinds eergisteren heeft iemand (buurtbewoner?) zijn ongenoegen met de voortgang van de werken subtiel aangegeven:
Stel, vrienden uit binnen- of buitenland komen voor enkele dagen op bezoek . Je denkt na welk programma je voor je vrienden kunt samenstellen, want uiteraard wil je in die korte tijd laten zien wat Brussel zoal te bieden heeft. Je wilt je favoriete plekjes tonen, maar waarom zou je van de ongedeelde aandacht van je bezoekers geen gebruik maken om zelf nieuwe dingen te ontdekken? Je gaat voor een boeiende mix van activiteiten. Je houdt rekening met de interesses en de talenkennis van de reizigers, de tijd van het jaar, de cultuurkalender. Wat zou er dan uit de bus kunnen komen?
Na twee jaar in Brussel heb ik al wat ervaring opgedaan met bezoek. Ik wil van Brussel vooral de contrasten tonen, de smalle straatjes en de boulevards, de plompe lelijkheid en de verborgen schoonheid, stadsvernieuwing en de charme van het verval, het multiculturele, meertalige karakter, de gastronomische geneugten, de cafécultuur, de brede waaier van culturele activiteiten, de kleurrijke markten. Bezoekers die hier voor het eerst zijn, schotel ik uiteraard de evidente bezienswaardigheden voor. Zeg maar de grote drie: Atomium, Manneken Pis en Grote Markt. Frieten, bier en chocolade staan eveneens op het menu. Maar dan? En vooral in deze barre wintertijden?
De Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) organiseert op donderdag 25 februari 2010 een congres met als thema stedelijk netwerken en de betekenis voor de overheid in Brussel. Met dit congres plaatst de VGC de schijnwerpers op nieuwe en oude netwerken in de stedelijke samenleving. Want de samenleving verandert in sneltempo. De stad is de frontlijn van die verandering, de vitrine waar de beweging zichtbaar en voelbaar is. Klassieke maatschappelijke organisatievormen verliezen aan belang en delen de ruimte met nieuwe vormen van ‘civiele maatschappij’ die het publieke debat mee kleuren.
Enkele weken terug viel aflevering twee in mijn brievenbus. Even voordien had ik het eerste nummer gekocht in het Kaaitheater en me meteen ingeschreven voor een abonnement.
Ik heb het hier over een erg origineel initiatief: de fotoroman Dansaertstraat. Als (amateur)fotografe, buurtbewoner en stripfan kon ik de verleiding niet weerstaan. En ik moet zeggen: de boekjes stellen niet teleur. Mogelijk omdat ik makkelijk te verleiden ben door soaps, het voyeuristische inkijken in andermans leven. En ook al is het fictief, dat het verhaal zich achter mijn hoek afspeelt maakt het heel makkelijk dat te vergeten.
Gisteren zag ik op weg naar huis een omgevallen sneeuwman op een beeld van de Belgische kunstenaar Olivier Strebelle: “Le Phénix 44″. Dit kunstwerk is gelegen langs de statige Louizalaan in Brussel. In de flits van het voorbijrijden, zag ik meteen wat ons te doen stond: van deze zielige omgevallen hoop sneeuw een prachtige sneeuwvrouw maken:
en er een actie aan koppelen.
Als je dit sneeuwkunstwerk apprecieert, neem dan je pincode bij de hand en stort 1 symbolische euro voor zij die het met deze sneeuw en koude nog het moeilijkste hebben: onze daklozen!
Doe het vandaag, opdat de kerst ook voor hen een echte kerst moge zijn! (Poverello: zuinigheidstraat 4, B-1000 Brussel rek.nr.: 001-0865703-54)
Kerstmis en Nieuwjaar staan voor de deur. Het is de periode om terug te blikken op het voorbije jaar. Wat waren de hoogtepunten en dieptepunten? Wie waren de man en de vrouw van het jaar? Welke ontwikkelingen vielen op? Welke boeken en cd’s staken er boven uit? Kortom, tijd voor lijstjes!
Geert Buelens noemt eindejaarslijstjes in ‘De Standaard’ “een uitermate geschikte manier om enige orde aan te brengen in de teveelheid-der-dingen en om het gesprek aan de gang te houden over wat ons allemaal bezighoudt”. Wat onthouden de lezers van deze blog van Brussel anno 2009?
Alvast een eerste aanzet van ondergetekende:
Ontwikkeling van het jaar Islamkritiek is een modeverschijnsel geworden, ook bij linkse intellectuelen. Sommige commentaren zijn zeker terecht, maar het gevaar ervan is dat mensen die hier al lang wonen, gereduceerd worden tot de godsdienst die ze – actief of passief – aanhangen en dat ze zich gedragen naar het beeld dat van hen gecreëerd wordt.
Hoogtepunt van het jaar Een goed gevulde zomer in het bruisende Brussel. Heel veel terrasjes, picknicken en lopen in het park, Brussel Bad en een boottochtje op het kanaal, festivals als Couleur Café, Plazey en Boterhammen in het park.
Dieptepunt van het jaar Het imago van Brussel in Vlaanderen kreeg opnieuw klappen door de rellen in Molenbeek en Anderlecht en door de onverkwikkelijke waterzuiveringssaga. Continue reading ‘Tijd voor lijstjes!’
Bewoners voelen hun wijk het best aan en meestal ontspruiten daar de interessantste ideeën en adviezen, maar helaas geraakt veel van al dat goeds niet tot bij de beleidsmakers. Het ‘Huis van de Participatie’ wil daar iets aan doen en organiseert op regelmatige basis wijkfora in Brussel. Op zulke momenten kunnen bewoners rechtstreeks in dialoog treden met het College van Burgemeester en Schepenen.
Woensdagavond 9/12 is Vijfhoek-West aan de beurt, met volgende agendapuntjes:
- sluikstorten (Zinnikstraat)
- het gebrek aan veiligheid in de woonblokken (Papenvest)
- animatie van het Fontainasplein
- mobiliteit: Kuregemsestraat en Zuidlaan
- stadskankers (Onze-Lieve-Vrouw- van Vaakstraat)
- welke toekomstvisie voor de wijk?
- debat
Afspraak woensdagavond om 19u in het Athénée De Mot-Couvreur aan de Nieuwe Graanmarkt 24 – 1000 Brussel.
Kan je er niet bijzijn of heb je voorstellen, klachten, ideeën over je eigen wijk dan mag deze altijd doorsturen naar: org.particip(at)brucity.be ! Meer info kan je hier vinden!
Ben je ook bezorgd over klimaatverandering of piekolie? Overal ter wereld praten mensen niet alleen over verandering. Ze werken gewoon zelf aan een nieuwe en leefbare toekomst in transitiesteden en -dorpen. Goed nieuws voor mij die daar eerder om vroeg: er is nu ook transitie-initiatief in Brussel waar jij – net als ik – aan mee kan doen! Op 21 november (Brussels Gewest) en 9 december (Vijfhoek) zijn de eerste bijeenkomsten gepland.
Piekolie?
Dat er iets aan de hand is met de olievoorraden is de meeste mensen wel duidelijk. Maar wat er precies aan de hand is, is voor velen onduidelijk. “Wanneer is de olie op?” wordt vaak gevraagd. En eigenlijk is het de verkeerde vraag. Olie zal niet gauw opraken, het probleem is meer dat de snelheid van de stroom olie die we elke dag oppompen zal gaan verminderen. Continue reading ‘Transitiestad Brussel’
Zin in een potje rampentoerisme ?
Ver hoef je daarvoor niet meer te reizen.
Afstappen aan de beurs, hooguit vijf minuten.
Er is nu immers ook een Tentenkampje in Brussel.
Op de hoek van de Kogel- en Kartuizersstraat hebben een aantal clochards met behulp van paletten en Rode Kruisdekens een primitief onderkomen gezocht.
De plek is uitmuntend : ze leunen tegen het luxueuze Clos des Chartreux. Dat is zeer Brussels.
In andere steden bevinden de bidonville’s en krottenwijken zich in de wijde periferie. Niet hier : arm en rijk schuren tegen mekaar aan, in volle centrum.
Het was de Duitse krant Die Welt die vorige week de kat de bel aanbond. Naar aanleiding van de brutale overval op het Beierse Europarlementslid Angelika Niebler midden in de Europese wijk titelt de krant dat Brussel de hoofdstad van de misdaad is. Nogal schreeuwerig klinkt het in de inleiding: “EU-ambtenaren en -parlementsleden worden in Brussel beroofd en in elkaar geslagen. Nauwelijks een ambassade die nog geen inbraken beleefd heeft. Maar de Belgische politie kijkt gewoon toe hoe de hoofdstad van Europa in criminaliteit verzinkt.” Die Welt wijst op de sociale spanningen onder de veelal allochtone bewoners, de gevolgen van de economische crisis, de miserabel uitgeruste en slecht betaalde politie. Het ergste is echter dat het probleem geminimaliseerd wordt en dus ook niet aangepakt wordt, alsof het bij Brussel hoort “zoals frieten, pralines en bier.”
Eergisteren naar het containerpark geweest in Vorst. Mijn kelder opgekuist : drie koffers vol.
Speciaal een dag verlof genomen.
Als ik mij de tweede keer aanbied wordt mij koudweg gezegd dat ik zonder pardon mag terugkeren.
Er is maar één passage par jour.
Probeer het wat uit te leggen : Opkuis, dag congé. Niks baat.
Thuis mag ik de koffer terug uitkiepen.
De dag nadien teruggegaan : alles terug ingeladen, opnieuw een dag verlof. De derde koffer moet ik laten staan tot zaterdag.
Vóór mij in de rij staat een mega-camionette barstensvol afval, daarachter nog een karretje, afgeladen vol. Hij mag ongemoeid alles uitkiepen.
De man heeft ongeveer driemaal de hoeveelheid die ik – in drie beurten -zal afladen.
Ook hij mag maar éénmaal passeren maar vermits hij een grote wagen heeft mag hij alles rustig achterlaten, véél meer dan mijn 3 passages.
Dat men de vracht beperkt : akkoord, maar dan graag voor iedereen de lat gelijk.
Kan iemand mij de logica van deze regel uitleggen ?
Is dit een uitnodiging van de stad om het sluikstorten te bevorderen ?
Bx-Net : dit lijkt mij geen propere regel voor mensen met een kleine wagen.
Het komt me stilaan de strot uit.
Als mensen me vragen waar ik woon, en ik nog maar even verwijs naar de Dansaertwijk wordt ik terstond met zwavel en pek overgoten.
Ik zou medeplichtig zijn aan de gentrificatie, oude mensen wegjagen uit hun woningen, de prijzen huizenhoog aanzwiepen, allochtone buurtbewoners naar de periferie drijven.
Als ik me even opricht om adem te halen moet ik aanstonds dekking zoeken voor de koosnaampjes die op mij worden afgevuurd : rijke stinkerd, geldzak, snob, parvenu, of de meest honorabele : Dansaertvlaming.
Toen wij negen jaar geleden, met een aantal mensen een pand verwierven in de Zennewijk kochten wij niks meer of minder dan een vervallen, tot op de draad versleten gebouw.
De prijs was schappelijk. Toen nog, nu zouden wij er niet meer kunnen op bieden.
Onlangs ontdekte ik twee nieuwe Brusselse blogs, een in het Nederlands, een in het Engels:
de blog Het rijk der zinnekes met verhalen, indrukken, dialogen van en over mensen uit de hoofdstad. De auteur, William, noemt het zelf fait-divers uit de grootstad. Heel poëtisch.
de blog How to survive Brussels met engelstalige tips om deze stad te overleven. En met een flinke dosis humor. Getuige daarvan de promomail van schrijver Arnout die mijn mailbox binnenliep met als onderwerp Verhuizen naar Gent? Als je daar over twijfelt, is deze blog iets voor jou!
Recente commentaren