Help, mijn fiets is vermoeid!

Heb je last van een vermoeide fiets? Is je spaak gebrogen? Een glade band, misschien? Of is je rem nu echt wel te oud? Eén adres: Velosofiets in Vorst. De website is in tegenstelling tot de flyer die ik bij Fietspunt in het Zuidstation vond eentalig Frans.

 

 

 

 

 

 

 

Share

Dixit: een groot chagrijn

Het blijft een actuele vraag. Kun je als Vlaming in het Nederlands terecht in Brussel? Ten tijde van Pieter Bruegel was Brussel een Brabantse stad en was Nederlands dus de voertaal. De verfransing van de stad is in de achttiende eeuw begonnen tijdens het Oostenrijkse en Franse bewind en versterkte in België in de negentiende eeuw. De Nederlandstalige bevolking raakte in de loop van enkele generaties geassimileerd door het lage aanzien van het Nederlands in de toenmalige samenleving. Wie zong in 1969, dus net na Leuven Vlaams, een lied over de terugkeer van Bruegel in Brussel en zijn grote verdriet over de verfransing van de stad?

Hij vroeg in ‘t zuiver Brabants
De kastelein om drank
Maar de patron die zei:
“Pardon je ne comprend pas Flamand”
Emmerdant, dans le coeur du Brabant

Pieter Breughel de Oude
Die dacht ‘t is weer zover
Dat ze hier de Geus nog brouwen
Da ‘s fijn, maar dat het in het Frans nu moet zijn
Dat vind ik een groot chagrijn

Lees volledige tekst

Share

Over Vlaamse leeuwen, papieren irissen en een glas perziksap

Opvallend weinig activisme op de Vlaamse feestdag in onze hoofdstad, dacht ik toen ik na twee uur wandelen door Brussel de eerste geelzwarte vlag zag wapperen. Niet dat ik een rasechte flamingant ben, maar voelde ik daar een tikkeltje teleurstelling? Vanop de trein had ik zeker een vijftal leeuwen gespot, bevestigd aan verroeste luifels van illegaal bijgebouwde verandaatjes van het soort dat je enkel ziet als je de kont van de Vlaamse huizen bespioneert door een intercitytrein te nemen. En in Brussel geen haan die kraaide om 11 juli. Alleen een verwaaide Jean Blaute die zijn accordeon de sporen gaf in het midden van de Grote Markt.

Het voorval vergat ik echter toen we in De Skieven Architek gingen lunchen: typisch Brussels eten en bediend met de beleefdheid van weleer. Dat meer dan de helft van de kaart, waaronder zuurkool, konijn met pruimen en nog enkele Belgische recepten, niet meer te verkrijgen was - we hebben het gisteren zó druk gehad, meneer, u houdt het niet voor mogelijk – was snel vergeven omdat de ober het vloeiend in beide landstalen aan de man had gebracht. Na de lunch wilden we het bouwwerk van de ‘scheve architect’ even aandoen, want er was – naast vele rechtszaken – een kunstwerk hangende!

Lees volledige tekst

Share

La Minorité Négligable

We zijn dus nog met vijftigduizend.

Althans dat is wat twee demografen zorgvuldig hebben uitgekiend. 55.000 Nederlandstaligen in een stad van meer dan 1 miljoen inwoners.

Het is niet helemaal nauwgezet, de heren vergeten dat veel meer kinderen in het Nederlandstalig onderwijs zitten, die dan thuis onder mekaar meer en meer Nederlands gaan praten, maar aan tafel Arabisch, Tsjetsjeens of Lingala, omdat dit thuis de lingua franca is.

Ze vergeten eveneens de tienduizenden pendelaars die overdag, vooral in de binnenstad en rond de kantoren aan het Noord en het Leopoldskwartier de stad sterk ‘vervlaamsen’. Eveneens vergeten : de passanten uit de provincie tijdens het weekend en ’s avonds én de duizenden schoolgaanden, waaronder vele kotstudenten.

Mijn buurman is Nederlandstalig, getrouwd met een Portugese. Hun kinderen worden opgevoed in het Nederlands, Portugees en Frans (want dat is de taal die beide anderstalige ouders hanteren). Tot welke taalgroep worden die mensen gerekend ?

Bij de andere buren is de man dan weer Franstalig, de vrouw Indonesisch, hun kinderen zitten in de Nederlandstalige crèche. Lees volledige tekst

Share

Het rookkwartiertje

Een vlezige Hollander en een gezapige Vlaming roken op het trottoir aan de Wolvengracht. De ene heeft het over hoekskens, kussenkes en stoelenkes, de andere vindt alles sowieso leuk, geweldig, soms zelfs te gek joh !

De Nederlander slooft zich uit om zijn Belgische collega in het Vlaams terwille te zijn, de Vlaming wil per se gewéldig Noordnederlands ratelen.Zijn beide heren de komende anschlüss aan het voorbereiden en zijn ze een talenke aan het brouwen dat, godbeware ons, nooit mag worden gedronken in onze gewesten ?

Een derde collega s’approche, ene Robert. Alsof de bliksem heeft ingeslagen wordt er terstond van taalrol gewisseld. Robert echter antwoordt beide collegae in het – weliswaar gebrekkig – Nederlands. Het Frans van, laat ons het maar bij Kees houden, is doenbaar, maar met een schabouwelijk accent. De Vlaming spreekt keurig Frans, daarnietvan, maar Robert wil per se zijn Nederlands onderhouden.

De Hollander, van nature uit een praatgraag volk, voert het hoge woord. Hij vraagt hoe het gaat in zijn ‘déppartement’.“Koet,” zegt Robert, “maar de ‘luchtkoeling’ is ‘te zwaar’”.“Il veau le chignaler,” zegt Kees daarop. “Ik heb veel gevraagd, maar ze verstaan niet,” antwoordt Robert. Dat is te verstaan: hij heeft het vermoedelijk in het Nederlands gevraagd. De Vlaming luistert geamuseerd.

Lees volledige tekst

Share

Zagen en klagen…

Oude zagen

Oude zagen


Kijk, een enkeling durft al eens te zeggen dat wij oude zagen zijn (met mijn persoonlijke excuses aan de jongere redacteurs), en dat zal dan wel. Maar der lopen er verdomd nòg rond. Erger nog, die mensen doen dat uit hoofde van hun functie… politicus is er zo ééntje van. Terwijl een politicus zich kan inzetten voor meer crèches, beter zichtbare verkeerslichten of andere noodzakelijk infrastructuurswerken die van Brussel beetje bij beetje een aangenamer stad maken, zijn er sommige politici die zich de tijd kunnen veroorloven om een potje te zagen over onbenulligheden.
Zo ook Danielle Caron die zich vroeger reeds druk maakte rond de nieuwe naam van het Paleis voor Schone Kunsten en nu tijd heeft om zich druk te maken rond Bootik, Kiosk en Go.
Bozar is de wat speelse naam die voor menig verstaander eigenlijk gewoon terug Beaux Arts is, maar met een ietwat meer naar het Nederlands neigende spelling. Dat laatste was er weliswaar teveel aan voor mevrouw Caron. Een z in het midden van een Frans woord, bijna ongehoord (enkele uitzonderingen te na niet gesproken)! Ik veronderstel dan ook dat mevrouw Caron haar radio uitzet wanneer Zazie nogmaal wordt gedraaid.
En nu is het de beurt aan het onwoord Bootik. Boutique is een van oorsprong Provencaals/Frans woord dat via wat omwegen uit het Latijn kwam: apotheca. Ondertussen wordt ook in het Nederlands boetiek gebruikt, maar in het Engels bijvoorbeeld ook. Dus weeral spijkers op laag water gezocht… Maar hoe durven ze, een invloed uit het Nederlands in een naam die voor àlle Brusselaars moet aanslaan.
Indien U dit nog leest, proficiat en bedankt om naar een ouwe zaag te luisteren… maar één ding is zeker: ik word hiervoor niet met belastingsgeld betaald!

Share