De Grote Encyclopedie van de Kleine Hardloper VI

Alweer een hele rijke oogst in de parken en op de Brusselse trottoirs. Zelfs al druipt het zweet van hun naakte lijven, een echte jogger never gives up, ook al is het plus 30.

Ik begin bij de Marcellekes : man en vrouw allebei in een dun wit Marcellekes. Niks speciaals, ze zweten neig, maar Marcellekes van goeie kwaliteit kunnen een en ander absorberen.

De Duimelaar. Een trage loper, de stijl kan ermee door, maar hij maakt een heel euforisch gebaar met zijn duimen. Hij houdt zijn vuisten gebald en houdt zijn beide duimen in de hoogte alsof hij zichzelf wil feliciteren of zich moed inspreken. Leuk zou zijn moest er iemand naastlopen die de duimen omlaag houdt maar vermits dit niet zo is kan ik daar jammer genoeg niet verder op ingaan.

DeMagIkMee ? Een vijftal jongemannen. Ze lopen allen gezwind en vrolijk, des te meer valt het Lelijke Eendje op. Hij hangt wat achteraan, heeft moeite om te volgen, maar wordt getolereerd. Heel soms wordt er getemporiseerd om hem te laten aansluiten.

De Vliegende Hollander. Ik herken hem van lang geleden in de Franse les. Hij sprak foutloos Frans maar met een vreselijk accent. Net als in de Franse les vermoed ik dat hij slecht heeft opgelet bij de Start To Run. Hij zet in voor een lange sprint maar stopt dan heel plots, marcheert een paar tientallen meters en lanceert dan opnieuw voor een felle sprint. Dat oogt mooi voor de eerste banken, maar is flauw voor de volgende. Lees volledige tekst