Dixit: een groot chagrijn
Het blijft een actuele vraag. Kun je als Vlaming in het Nederlands terecht in Brussel? Ten tijde van Pieter Bruegel was Brussel een Brabantse stad en was Nederlands dus de voertaal. De verfransing van de stad is in de achttiende eeuw begonnen tijdens het Oostenrijkse en Franse bewind en versterkte in België in de negentiende eeuw. De Nederlandstalige bevolking raakte in de loop van enkele generaties geassimileerd door het lage aanzien van het Nederlands in de toenmalige samenleving. Wie zong in 1969, dus net na Leuven Vlaams, een lied over de terugkeer van Bruegel in Brussel en zijn grote verdriet over de verfransing van de stad?
Hij vroeg in ‘t zuiver Brabants
De kastelein om drank
Maar de patron die zei:
“Pardon je ne comprend pas Flamand”
Emmerdant, dans le coeur du BrabantPieter Breughel de Oude
Die dacht ‘t is weer zover
Dat ze hier de Geus nog brouwen
Da ‘s fijn, maar dat het in het Frans nu moet zijn
Dat vind ik een groot chagrijn
Dixit: van ‘t zelfde bloed getapt en van dezelfde deeg gedraaid
Wie kent er niet de Marollen? De oude volksbuurt van Brussel ligt tussen het Justitiepaleis en het Zuidstation en in het hart ervan bevinden zich de Miniemenkerk, de Kapellekerk en het Vossenplein, bekend van de dagelijkse rommel- en brocantemarkt. De Hoogstraat en de Blaesstraat doorkruisen de wijk. De naam ‘marol’ verwijst naar de zusters Maricollen (verbastering van het devies ‘Mariam Colentes’) of apostolinnen, een religieuze orde die van 1660 tot 1715 in de wijk aanwezig was en zich om de melaatsen ontfermde. Wie schetst in zijn kenmerkende plastische stijl de liederlijk levende, maar niettemin godvruchtige Marolliens anno 1565?
Hij woonde daar in d’Hoogstraat omtrent tegen de Hallepoort, met het volkske dat in de naar-omhoog-lopende, luidruchtige straatjes daarachter woonde. Hetzelfde volk, van ‘t zelfde bloed getapt en van dezelfde deeg gedraaid, had hij zo gekend in Antwerpen, waar Jan Nagel woonde, in ’t Sint-Andrieskwartier aan ’t Scheld. Ze waren hier even dapper, kinderlijk, goed, onstuimig, sluw en plezant. ’t Was volkske van de Basconters, de zuipeniers, de zwelgers, mensen van wat-kunnen-we-met-de-overschot-doen, de mannen die met uitgetrokken frak een vecht sloegen, om daarna samen een pint te pakken – maar ’t kwaad bloed moest er eerst langs de neus of een blauw oog uit. ’t Waren vloekers, schelders en schimpers op paters en nonnen, maar van wie daar beneden in de moederlijke Kapellekerk de meeste kaarsen voor O.-L.-Vrouw brandden. ’t Was het gezonde, heviglevend volk, dat Gods water over Gods dijk laat lopen (bier zou beter zijn), dat de maandag de broer van de zondag noemt en hem zo behandelt; de zonnekloppers, maar de kloekste kerels als er te werken valt; want hebben ze niet Antwerpen en Brussel tot de haan van O.-L.-Vrouwetoren, tot de gouden St. Michiel van ’t Brussels stadhuis op hun schouders de hemel ingedragen?
Over Vlaamse leeuwen, papieren irissen en een glas perziksap
Opvallend weinig activisme op de Vlaamse feestdag in onze hoofdstad, dacht ik toen ik na twee uur wandelen door Brussel de eerste geelzwarte vlag zag wapperen. Niet dat ik een rasechte flamingant ben, maar voelde ik daar een tikkeltje teleurstelling? Vanop de trein had ik zeker een vijftal leeuwen gespot, bevestigd aan verroeste luifels van illegaal bijgebouwde verandaatjes van het soort dat je enkel ziet als je de kont van de Vlaamse huizen bespioneert door een intercitytrein te nemen. En in Brussel geen haan die kraaide om 11 juli. Alleen een verwaaide Jean Blaute die zijn accordeon de sporen gaf in het midden van de Grote Markt.
Het voorval vergat ik echter toen we in De Skieven Architek gingen lunchen: typisch Brussels eten en bediend met de beleefdheid van weleer. Dat meer dan de helft van de kaart, waaronder zuurkool, konijn met pruimen en nog enkele Belgische recepten, niet meer te verkrijgen was - we hebben het gisteren zó druk gehad, meneer, u houdt het niet voor mogelijk – was snel vergeven omdat de ober het vloeiend in beide landstalen aan de man had gebracht. Na de lunch wilden we het bouwwerk van de ‘scheve architect’ even aandoen, want er was – naast vele rechtszaken – een kunstwerk hangende!
De zomer van Recyclart
Recyclart zit niet stil tijdens de zomer. In een periode waarin andere culturele instellingen de deuren sluiten en de festivalkoorts overal in het land toeslaat, is het kunstencentrum gedurende 6 weken, van 30 juni tot 5 augustus, elke donderdag- en vrijdagavond open. In en rond station Brussel-Kapellekerk wordt er een feestje gebouwd, en dat tegen democratische prijzen.
A sunny sunday morning in Brussels, april 2011
De besnorde accordeonist trekt met zwier aan zijn instrument. “O Sole mio, sta ‘nfronte a te..”, hij draait zijn hand niet om voor een Spaanse ballade of een Frans chanson. Straks zingt hij Vivan Bomma.
Een overjarige hippie vent voddenpoppen, hij gaat van tafel naar tafel op de terrassen. De anarchist in hem weigert standgeld te betalen.
Het ruikt te vroeg naar vette boudins en choucroute.
Het Japanse koppeltje draagt kitscherige zonnebrillen, ook dat is te vroeg.
En de twee Maroxellois naast mij praten te luid bij Le Chineus.
Eén jongen houdt zijn meisje strak aan de hand. Zij is bloedmooi en zwart, hij is bleek en freel. Ik vermoed dat zij meestal vanboven ligt.
De Creoolse vrouw met gebloemde jurk zeult met een zwaar geladen buggy, het is onduidelijk of ze koopt of verkoopt, blijkbaar weet ze het zelf niet.
De kokette dame uit Brugge zet haar handen in haar zij en zoekt, ongeduldig, haar man. Ze heeft net een zeldzame vaas ontdekt die perfect past op haar witmarmeren schouw. De vaas is zo lek als een zeef maar dat weet ze nog niet. Haar man is te oud voor haar maar heeft een dikke portefeuille. Ze druipen af, de fragiele vaas gerold in Le Soir van gisteren.
5000 studenten naar de Stormstraat
“De beelden die de jongste tijd op televisie getoond worden, zetten niet aan tot studeren in Brussel.” “We verhuizen ook omdat veel van onze studenten op kot zitten in Aalst of Leuven, vlakbij het Centraal Station zijn ze dan sneller weg.” “Natuurlijk ook uit efficiëntie,” – dat moet er ook nog even worden bijgezegd.
In de jaren ’70 tot diep in de jaren ’90 zat de helft van mijn familie op school in Nieuwland. Ik kwam als kind al heel graag in die buurt. Heb er het Vossenplein, Blaes- en Hoogstraat leren kennen. Later Poelaert en Wolstraat en het Egmontparkje. Maar ook de Anspachlaan, Anneessens,… Toen ik later werkte aan de Midi was dit mijn uitvalsbasis om de stad verder te verkennen, niet zonder eerst een ommetje te hebben gemaakt via de Marollen, dat toen nog lang niet de Breughelwijk heette. Via een omweg heb ik daardoor Brussel leren kennen en appreciëren. Overigens, de Marollen heette toen een gevaarlijke buurt te zijn.
BXL # 12 : Over Nolle
Vandaag de twaalfde aflevering van een serie van 16: “BXL – Histoires d’une stad” door devrouwdie. 
“Hij had een vriendin maar die is bij hem weggegaan. Sindsdien woont hij in een appartement vlak aan het Vossenplein ”
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Als je de CD wil kopen om devrouwdie te steunen, die is te krijgen bij PassaPorta en Bozar.
Wafelenbak in De Marollen: allemaal op!

Al vanaf de zondagmorgen was het duidelijk dat er iets te gebeuren stond op het Vossenplein: een stuk van de rommelmarkt werd ingenomen door 2 puntige tenten, waar een man of 10 (toen nog) op hun gemak van alles aan het voorbereiden waren.

Een blik in één van de tenten maakt veel duidelijk: er stonden enkele serieuze wafelbakijzers te blinken. Later op de dag werden die nog vergezeld van ‘normale’ huis-tuin-en-keuken wafelijzers (een veertigtal in totaal).
Lees volledige tekst


