Open brief aan de Zennestraat 18

Eerder verschenen op de blog van Ine Verhaert

Liefste medebewoner,

De kans dat je in Brussel werkt of studeert is redelijk groot. Zo ook de kans dat we elkaar al eens kruisten in de inkomhal. Het zou zelfs goed mogelijk zijn dat je voor mij ooit de deur openhield, waarvoor oprechte dank. Het zou me niet verbazen mocht je je, net als ik, wel eens ergeren aan de frequentie waarmee de lift in panne valt. Verder is het is niet onwaarschijnlijk dat je gemerkt hebt dat Meneer Browns op de cour nieuwe bloemetjes heeft geplant, zoals het ook niet onwaarschijnlijk is dat je Meneer Browns al eens verkeerdelijk met Meneer Budding hebt aangesproken.

Daarnaast zijn er veel dingen waar ik minder zeker van ben. Of het je ook al is opgevallen dat ze in de Proxy Delhaize om de hoek alleen maar kleine augurken verkopen, bijvoorbeeld (lastig voor op de boterham!). Of dat ook jij weet dat Mevrouw Browns om esthetische redenen alle plastic zakjes rond zadels van gestalde fietsen verwijdert. En op dit moment vraag ik me af of ik de enige ben die de brievenbussen in de hal al wel eens telt.

Het is dinsdagochtend, 7 mei, 5u25. Op een gemiddeld tijdstip als dit, heb ik de gewoonte te slapen. Niet alleen omdat de massa het doet en ik een kuddedier ben, maar ook omdat mijn slaapnoden nogal groot zijn wegens een eigenzinnige lever. Vandaag wordt mijn slaapdrang nog eens extra versterkt door een deadline voor school en nog massa’s werk in het verschiet. Maar ik lig wakker en besef dat ik het alwéér vergeten ben, het aantal brievenbussen.

Door mijn muur klinkt muziek. Naast mij is het feest. Helaas heb ik geen toegang tot de voordeur van de betreffende partykeet, die bevindt zich namelijk in een andere trappenhal. Jammer. Het was het uitgelezen moment om even aan te kloppen, op zoek naar een zielsverwant die me zou garanderen dat het heus niet vreemd is om telkens opnieuw de brievenbussen te tellen en dan vervolgens het aantal te vergeten. Afgaande op het enthousiasme van de feestgangers en de geschatte hoeveelheid geconsumeerde alcohol, ga ik ervan uit dan niemand mijn publiekelijk pyjamalijk optreden in vraag zou stellen.

Maar helaas: het mag niet zijn. Dus terwijl de feestvierders luidkeels neerzitten bij de rivieren van Babylon, besluit ik dat ik een beleefd briefje zal schrijven dat ik morgen, vandaag, in de brievenbus van de desbetreffende bewoner zal steken. Daarin zal ik melding maken van het feit dat ik bij momenten vragen had bij zijn muzikale keuzes van de nacht, alsook bij de timing. En op het moment dat ik de brief in zijn brievenbus zal schuiven, zal ik snel en ongemerkt vanuit mijn ooghoeken opnieuw de som kunnen maken. Dat zou een mooi begin van de dag zijn.

Maar dan dringt slaapdronken langzaam het besef tot me door: ik heb géén idee tot welke bewoner ik me richt, laat staan tot welke brievenbus. Ik voel een diepe spijt. Want de kans bestaat dat hij het was die vorige maand voor mij de deur nog openhield. En als ik het toen niet gewoon bij een simpele “dankjewel” had gehouden, dan had ik nu kunnen weten welke brievenbus hij had. Of misschien was het niet hij, maar één van de jongens van naast mij op de gang. In dat geval was ik gisteren allicht zonder schroom bij hen gaan aankloppen voor wat groentebouillon, in plaats van snel nog naar de Delhaize te rennen.

Het is inmiddels 7u02. De muziek is gestopt. Mijn nacht kan beginnen, maar het idee dat ik na al die maanden niet gewoon bij mijn buren durf aan te kloppen, houdt me wakker. Ik neem alsnog mijn laptop erbij, ik schrijf alsnog een brief:

Beste medebewoner,

De kans dat je in Brussel werkt of studeert is redelijk groot. Zo ook de kans dat we elkaar al eens kruisten in de inkomhal. Het zou zelfs goed mogelijk zijn dat je voor mij ooit de deur openhield, waarvoor oprechte dank. Het zou me niet verbazen mocht je je, net als ik, al eens ergeren aan de frequentie waarmee de lift in panne valt. Verder is het is niet onwaarschijnlijk dat je gemerkt hebt dat Meneer Browns op de cour nieuwe bloemetjes heeft geplant, zoals het ook niet onwaarschijnlijk is dat je Meneer Browns al eens verkeerdelijk met Meneer Budding hebt aangesproken. Maar verder weet ik niets van je.

Bij deze laat ik weten dat je bij ons altijd mag aankloppen. Bloem en suiker hebben we -wegens een inschattingsfout bij een pannenkoekenfeest- sowieso nog lang in voorraad, alsook kaneel en menig soorten thee. Ik heb vele boeken te leen en verschillende gezelschapsspelen voor alle leeftijden. Daarnaast geloof ik dat mijn huisgenote je graag verder helpt met vertalingen uit en naar het Noors, of een diepgaand gesprek over wielrennen. En omdat we beiden radio studeren, ben je hier altijd welkom als je een verhaal hebt dat je met de wereld wil delen.

We zijn niet altijd thuis. We hebben niet altijd tijd. En soms zijn we –wegens…, euh, omstandigheden- verschrikkelijk moe en onaanspreekbaar. Maar kom gerust eens langs, wie weet zit het mee. Naast bovenvermelde dingen, hebben we nog wel wat anders te bieden. Maar één ding geef ik je nu alvast mee: voor een goed feestje, moet je ergens anders zijn.

Lieve groet,

Ine, bus 19

Share
  • Thijs

    Heb je het over Melrose place? De woonblok met binnenkoer? Dit pand met z’n vele studenten heeft wel een beetje de reputatie een feestkot te zijn. Sterkte als je vermoeid bent en mocht je toch wakker en fris zijn veel feestplezier!