Een spel van droom en desillusie

Theatermakers zijn vandaag niet bang voor Virginia Woolf – of althans niet voor het naar haar genoemde toneelstuk van Edward Albee. Nadat Tom Lanoye en Koen De Sutter voor NTGent dit jaar een volledig nieuwe, eigentijdse versie maakten over de actuele staat van het theater, is het nu de beurt aan Mesut Arslan en de KVS. Het stuk blijft veel dichter bij het origineel, maar verrast met een originele enscenering.

(c) Koen Broos

Het verhaal van de moderne klassieker is bekend. Een Amerikaans echtpaar uit het universiteitsmilieu – geschiedenisprofessor en dochter van de rector – scheldt elkaar tijdens een dronken nacht de huid vol in aanwezigheid van een jonger stel. George en Martha laten in grove, cynische bewoordingen hun frustraties over gefnuikte dromen de vrije loop, terwijl ook bij de ambitieuze Nick en Honey niet alles peis en vree is. In een intimistische finale rijst de vraag of je de leugen nodig hebt om de weerbarstige realiteit de baas te kunnen of dat het beter is de waarheid onder ogen te zien en te aanvaarden. Het is een relatiedrama met maatschappelijke implicaties, want we zien hoe de American dream van zelfverdiende welvaart en huiselijk geluk ontaardt in een weinig verheffend schouwspel.

De wervelende tekst, in een vertaling van Gerard Reve, sleept je ook deze keer mee. De vier acteurs weten hun personages tot leven te brengen. Frank Dierens is uitmuntend als de ontketende George en ook Dorien De Clippel overtuigt ondanks een aarzelend begin. Rashif El Kaoui en Darya Gantura doen hun werk naar behoren. Het kwartet krijgt versterking van een koor van twaalf stemacteurs. Zij reageren instemmend of afwijzend op dialogen, kruipen even in een rol van een personage of verzorgen een muzikaal intermezzo. Hun ingrepen zorgen voor variatie in het spel, maar hun meerwaarde is vaak beperkt.

Als dit stuk zal bijblijven, is het vooral door de bijzondere enscenering. Het podium is weggehaald en de acteurs bewegen zich tussen het publiek, dat niet in rijen, maar verspreid over de zaal zit. Een dans met stoelen ontvouwt zich. De acteurs staan op een stoel, elk in een hoek van de zaal. Een metafoor voor hun existentiële eenzaamheid? Dan weer bouwen ze een toren van stoelen en moeten toeschouwers plaats maken. Toeschouwers die af en toe aangesproken of aangeraakt worden, wat de vierde wand volledig doorbreekt. Het is sowieso opvallend licht in de zaal, waardoor je evenveel oog hebt voor de spelers als het publiek. De knappe lichtinstallatie aan het plafond laat de temperatuur stijgen, waardoor je de broeierige atmosfeer ten huize George en Martha aan den lijve ondervindt.

Mesut Arslan mag terugkijken op een heel verdienstelijke regie. Toch weet hij zijn ambities niet waar te maken. De politieke lezing die hij vooraf had aangekondigd, is tussen de plooien gevallen. Een spel van groepsdruk, hiërarchie en macht is het niet geworden. Het blijft, zoals bij Albee, een spel van aantrekken en afstoten in een relatie, van liefde en haat, van droom en desillusie, van waarheid en fictie.

Who’s afraid of Virginia Woolf? is nog tot 8 november te zien in de KVS Box en gaat vervolgens op tournee.

Share

AboutTom

Nieuwe Brusselaar met een passie voor taal, cultuur en journalistiek. Geboren in Sint-Niklaas. Studeerde Germaanse talen in Gent en woonde na zijn studie zes jaar in Berlijn. Houdt zich bezig met beleid en communicatie binnen de Vlaamse overheid en is journalist in bijberoep.