Fotograaf in beeld: Herman Genbrugge

Vierenzestig jaar is hij, maar hij wil nog altijd mee zijn met de nieuwste ontwikkelingen in de fotografie. Herman Genbrugge studeerde in de jaren zeventig van de vorige eeuw grafische vormgeving en fotografie aan het Sint-Lucasinstituut in Schaarbeek. Momenteel volgt hij de modules Fotografie bij het Coovi Brussel. Hij hoopt volgend jaar af te studeren.

Intussen is Herman een gewaardeerd lid van het fotografencollectief Stadsbiografie Brussel en van de Fotoclub Brussel. Zijn foto’s duiken op in De Vijfhoek, het maandblad van gemeenschapscentrum De Markten. De gepensioneerde wijkagent heeft bijna zijn hele leven in Brussel doorgebracht. Zijn thuis is in Sint-Lambrechts-Woluwe, de ideale uitvalsbasis voor lange wandelingen, waarop hij steevast zijn fototoestel bij zich heeft. Verbaast het dat hij een verwoed verzamelaar is van fototoestellen en alles wat er mee te maken heeft?

Hoe is je liefde voor de fotografie ontstaan?

Mijn passie voor de fotografie is ontstaan op ongeveer vijftienjarige leeftijd. Op school was er een leerkracht die voortdurend met fotografie bezig was. Zijn foto’s waren adembenemend en zijn stijl sprak mij enorm aan. Hij leerde mij de basisprincipes van het fotograferen en dook met mij regelmatig de donkere kamer in waar ik de technieken van het ontwikkelen en het vergroten aangeleerd kreeg.

In het begin fotografeerde ik met een zeer amateuristisch toestelletje, een Agfa ISO-RAPID die ik gekregen had voor mijn plechtige communie. Later kreeg ik van mijn ouders een Yashica Miniter-D die mij veel meer mogelijkheden bood om te gaan experimenteren. Zij sponsorden mij zodat ik in de kelder een donkere kamer kon inrichten.

Het was roeien met de riemen die ik had, maar hoe meer ik ermee bezig was, hoe meer het mij begon te boeien. Een groot deel van mijn zakgeld gaf ik uit aan fotografie en ik herinner mij dat ik bij de lokale kruidenier, slager of bakker af en toe een handje ging toesteken om wat meer zakgeld te hebben dat voor een groot deel gespendeerd werd aan fotografie. Het waren zalige tijden.

Fotografen als Alfred Stieglitz en Edward Steichen, de grondleggers van het pictoralisme, maar ook pioniers als Henri Cartier-Bresson, Robert Doisneau, Richard Avedon en Irving Penn waren mijn grote voorbeelden en inspireerden mij enorm. Toen het bizarre levensverhaal van Vivian Maier na haar dood openbaar werd gemaakt (ze maakte duizenden straatfoto’s in New York, Chicago en Los Angeles, maar haar werk bleef tijdens haar leven onbekend en veel van haar fotorolletjes bleven zelfs onontwikkeld, n.v.d.r.) ben ik mij nog meer gaan verdiepen in de geschiedenis van de fotografie en het werk van andere grootheden van de fotografie. Er zijn er te veel op te noemen.

Het was nooit mijn bedoeling te kopiëren, maar mij te laten inspireren. Door het analyseren van het werk van andere fotografen deed ik veel kennis op en ontdekte ik dat naast de technische aspecten ook de inhoud en de visie een belangrijke rol spelen.

Hoe zou je je eigen foto’s omschrijven qua thematiek, stijl, toon…?

Mijn foto’s zijn nooit 100% technisch in orde. Dat hoeft ook niet om over een geslaagde foto te kunnen spreken, maar soms doet het mij wel iets als ik aanvoel dat de zintuigen van de mensen genieten van de dingen die op de juiste wijze zijn geproportioneerd.

Ik ben ook niet altijd geïnteresseerd in het fotograferen van bestaande dingen, maar tracht deze op mijn eigen manier te interpreteren en in te vullen. Ik probeer deze overtuigend weer te geven, zodat mijn foto’s ook na jaren nog kracht zouden uitstralen.

Ik probeer er ook steeds rekening mee te houden dat mijn foto’s geen beelden worden ‘van iets’ maar dat het beelden zijn die gaan ‘over iets’ en dat het foto’s zijn die een verhaal vertellen dat de kijker raakt en boeit.

Ik tracht mijn onderwerpen te benaderen vanuit een cultureel, geografisch en zelfs geschiedkundig perspectief en probeer zoveel mogelijk mijn vooroordelen te negeren en ze opzij te schuiven omdat dit ruimte kan bieden aan de interessantste reacties.

Wat bevalt je aan Brussel? En wat niet?

Brussel is een stad waar voor mij persoonlijk heel wat te beleven valt. Het is een stad waar kleine dingen en details een groot thema kunnen vormen en waar je interessante bijzonderheden ontdekt in alledaagse en onopvallende omgevingen. Op zuiver fotografisch vlak doen de dingen die ik zie en ontdek er eigenlijk weinig toe, maar alles draait om de manier waarop je ze ziet.

Wat tegenvalt in Brussel is de verloedering van sommige wijken, het verval en de achteruitgang van de prachtige architecturale gebouwen door gebrek aan onderhoud. Het behoud van het erfgoed is in sommige wijken erbarmelijk. De verwaarlozing haalt er de bovenhand en geeft mij soms een gevoel van onveiligheid.

Wat zijn je favoriete Brusselse foto’s? 

Ik zou ze niet omschrijven als de mooiste foto’s die ik in Brussel heb gemaakt. Ik spreek liever over beelden die mij na aan het hart liggen omdat ze bij de mensen die ze zagen iets hebben losgeweekt, zoals een herinnering, een emotie, een verwondering, een verbijstering, een goed gevoel.

De foto van de twee militairen in het straatbeeld en de afwezigheid van mensen op de achtergrond – in een over het algemeen drukke straat – kan een dubbel gevoel bij de kijker oproepen. Ik koos bewust voor een achtergrond met weinig scherptediepte om het stadsgevoel niet verloren te laten gaan en de leegte op de achtergrond te benadrukken.

Het grappige aan het geheel is dat de jongen met gebalde vuisten de militairen precies wil uitdagen maar toch een zijwaartse beweging maakt om hen uit de weg te gaan.

De twee burgers zitten als het ware gevangen tussen de twee militairen waardoor ze uiteindelijk evenveel aandacht krijgen als de militairen op de voorgrond.

Dit foto van een vrouw met hoofddoek en in de hand een Breugheliaans schilderij roept een gevoel op dat er twee culturen gevangen werden in één beeld. Ik zorgde voor relatief veel scherptediepte zodat de hoofdelementen loskomen van de achtergrond. Ook hier kan de kijker zijn mening zelf invullen over de inhoud van de foto.

De kijkrichting van de vrouw gaat een andere richting uit dan de richting waarbij het schilderij op de voorgrond wordt gehouden, alsof ze iets anders heeft opgemerkt dat interessanter of belangrijker lijkt maar tegelijkertijd het schilderij toch op de voorgrond wil houden of er afstand wenst van te nemen.

De foto is een onderdeel van een reportage die bestaat uit meerdere beelden over de Blijde Intrede die voorafgaat aan de Zinnekeparade. De foto staat ook op zich, los van de volledige reeks. Ik koos bewust voor een matige scherptediepte zodat de twee meisjes met de fakkel loskomen van de achtergrond en duidelijk het hoofdonderwerp van de foto vormen.

Wat is volgens jou de meest fotogenieke plaats van Brussel?

De Marollenwijk, met zijn Kapellekerk, zijn Hoogstraat, zijn Blaesstraat maar vooral het Vossenplein, werkt zeer inspirerend. Het is een omgeving waar je gemakkelijk van niets iets groots kan maken. Vooral na afloop van de rommelmarkt kan je er prachtige beelden vastleggen van mensen die nog op zoek zijn naar kleinigheden die achtergelaten of vergeten werden door de marktkramers. Voor het beoefenen van straat- en portretfotografie is het een unieke omgeving.

Op welke onbereikbare plek in Brussel zou je graag foto’s willen nemen?

De plek op zich is niet onbereikbaar, maar in de Matongegalerij zou ik ongestoord een paar uur willen doorbrengen om er foto’s te maken die een verhaal vertellen over de mensen en hun omgeving en die de specifieke sfeer die er hangt, in beeld brengen. Het is een uitdaging die op mijn verlanglijstje staat.

Op vlak van interieurfotografie zie ik het wel zitten dat ze mij eens loslaten in het Justitiepaleis, maar dan wel op die specifieke plaatsen die niet of nooit toegankelijk zijn voor het publiek. De Grote Moskee van Brussel spreekt mij ook aan, maar dan tijdens het vrijdaggebed.

Heb je nog een droom of ambitie als fotograaf?

Ik denk niet van mezelf dat ik een dromer ben of zeer ambitieus ben. Ik ben een realist, die de realiteit onder ogen durft te zien. Dat neemt natuurlijk niet weg dat ik mijn eigen eergevoel heb.

Als ik foto’s indien voor wedstrijden doet het mij enorm plezier dat ik een aantal aanvaardingen in de wacht kan slepen. Een eerste prijs zou vanzelfsprekend welkom zijn.

Door de jaren heen bezit ik een schat aan foto’s. Ik zou het wel zien zitten een eigen overzichtstentoonstelling te kunnen organiseren of een eigen fotoboek uit te geven. Maar dromen zijn bedrog of vergis ik mij?

Je kunt het portfolio van Herman Genbrugge bekijken op zijn persoonlijke website en bij Stadsbiografie Brussel.

Brussel is een goudmijn voor gepassioneerde fotografen. Onze vaste rubriek Brussel in Beeld bewijst dat, maar ook op andere sites en op Instagram en Facebook vallen er mooie Brusselse foto’s te bewonderen. Hoog tijd om de mens achter de lens in beeld te brengen. Deze bijdrage past in de reeks Fotograaf in Beeld.

Share

AboutTom

Nieuwe Brusselaar met een passie voor taal, cultuur en journalistiek. Geboren in Sint-Niklaas. Studeerde Germaanse talen in Gent en woonde na zijn studie zes jaar in Berlijn. Houdt zich bezig met beleid en communicatie binnen de Vlaamse overheid en is journalist in bijberoep.