Categorieën
Brussel Actua

‘Ultiem redmiddel? Politici hebben geen genade voor grondslapers’

De Brusselse gevangenis van Haren heeft het hoogste aantal grondslapers van België. Een schandalig record voor de hoofdstad. De behoefte aan noodmaatregelen op korte termijn is nergens zo groot als daar. Collectieve genade is nodig om op korte termijn de schade te beperken en heeft niets te maken met straffeloosheid, schrijft Serge Rooman, zelf directeur van de gevangenis van Merksplas.

In de strijd tegen de overbevolking wordt er al sedert juli 2025 gevraagd naar noodmaatregelen die “grondslapers” op korte termijn van de grond moeten ‘lichten’. De vraag werd herhaaldelijk met aandrang door alle actoren uit het werkveld gesteld. De nadruk lag altijd op “noodmaatregelen op korte termijn”.

Van noodmaatregelen naar structurele aanpak

Diverse expertengroepen, waaronder de penitentiaire beleidsraad en de centrale toezichtsraad van het gevangeniswezen, hebben die noodmaatregelen ook gedetailleerd uitgewerkt. Een eenmalige toekenning van ‘collectieve genade’ vormde daar een cruciale en wettelijke optie.

Niets van dat alles vinden we terug in de recent genomen maatregelen ter bestrijding van de overbevolking door het kernkabinet. Het valt op dat men niet meer praat over noodmaatregelen, maar gewoon over “maatregelen tegen de overbevolking”.

Het taboe rond straffeloosheid

Men is de 4 letters die samen het woord ‘nood’ vormen niet toevallig vergeten. Voor noodmaatregelen op korte termijn ben je immers genoodzaakt om een collectieve genade uit te voeren. Politici willen deze keer echter geen gebruikmaken van dit ultieme redmiddel, want het zou neerkomen op het cultiveren van straffeloosheid.

Straffeloosheid is het absolute taboewoord in de huidige politieke taal geworden. Het vermeende woord zou politici een imago van zwakte geven, een imago dat aan het kwaad cadeaus geeft, een imago dat niet geeft om het leed van de slachtoffers.

Repressieve taal en politieke beeldvorming

De angst voor straffeloosheid ontstaat niet in een maatschappelijk vacuüm. Ze wordt dagelijks gevoed door de repressieve taal die politici in de (sociale) media voeren ten aanzien van criminaliteit. De terugkerende standaardquotes zijn: “Dit kan niet” of “Dit is onaanvaardbaar”.

En daarop volgt het eeuwige “Dit moet keihard aangepakt worden”. En zo ontstaat er een aanvaardbare cultuur van straffe uitspraken door straffe mannen in pakken die het kordaat, hard en snel gaan oplossen. Deze cultuur laat geen ruimte voor nuance en context. Er is slechts het kwaad aan de ene kant en de repressie als middel om dat te bestrijden aan de andere kant. Zonder repressie is het hek van de dam en overstroomt de samenleving door criminaliteit.

Is collectieve genade echt straffeloosheid?

Genade staat voor deze heren gelijk aan straffeloosheid. Het heeft geen enkele plaats in dit verhaal. Zelfs niet als de gevangenissen in een humanitaire crisis zitten en de hele sector om hulp smeekt. De angst voor straffeloosheid maakt hen blind en ongevoelig voor wat zich afspeelt achter de muren.

Maar is die collectieve genade in de huidige context nu echt een hoogmis van straffeloosheid? Ik denk beslist van niet.

Ten eerste gaat de collectieve genade over een verkorting van de straf voor gedetineerden die al een deel van de straf hebben ondergaan of nog moeten ondergaan. Van absolute straffeloosheid in de zin van volledige kwijtschelding is hier geen sprake, zelfs niet bij benadering.

Ten tweede zitten gedetineerden in België abnormaal veel hun volledige straf uit. Dat betekent dat zij vrijkomen zonder enige vorm van verdere opvolging, aangezien de volledige straf is uitgezeten. Ons hele systeem is terecht andersom uitgedacht. We bieden voorwaardelijke invrijheidstellingen om mensen tijdens detentie reeds te laten werken aan hun problemen die tot de feiten hebben geleid.

Als daar dan begeleidingsgaranties tegenover staan, kan men in aanmerking komen voor een vervroegde vrijlating, mits men minstens een derde heeft gedaan. Een collectieve genade zal veelal het strafgedeelte dat normaliter niet uitgezeten wordt, kwijtschelden of dat gedeelte dat vandaag “te lang” gezeten wordt door allerhande vertragingen in de procedures.

Een risico voor de samenleving

Ten derde is de wijze waarop vandaag in gevangenissen een straf moet worden uitgezeten een manifest gevaar voor de mensen die in de gevangenissen werken en een gevaar voor de samenleving als deze mensen buitenkomen. Er valt niets goeds te verwachten van gedetineerden die maanden op de grond hebben gelegen. Laten we onszelf vooral niet wijsmaken dat ze toch wel een echte straf hebben gekregen en dat het in vergelijking met gevangenissen in het buitenland nog veel harder kan. Hoe harder men mensen aanpakt, hoe minder zij nog enig geloof en vertrouwen hebben in de overheid. Diezelfde overheid die daarna de opvolging van deze mensen moet doen.

We maken het onze mensen van de justitiehuizen en alle begeleidingsinstanties onmogelijk om te werken als we gedetineerden op de grond blijven leggen. Er wijzigt niets positiefs in hun situatie en ze worden er gewoon “gevaarlijker” van. Gevaarlijker, omdat onze diensten hen niet meer kunnen bereiken of geen vertrouwensvolle connectie meer kunnen maken. Dan verliezen we pas echt het zicht op hen en wordt het hervalrisico onverantwoord hoog.

En dat op hetzelfde ogenblik dat de Vlaamse overheid bezuinigt op de hulpverlening naar gedetineerden toe. Het U-turn-project dat zovele ex-gedetineerden in Antwerpen op het rechte pad hield, kan er van meespreken.

Het is dus een meer dan redelijke optie om vandaag, naast het recente pakket van maatregelen, ook een collectieve genade te voorzien om op korte termijn verdere schade te beperken op het terrein. Om meer gaat het niet.

Wat we vandaag aan maatregelen zien, is niet meer dan een populistisch compromis dat de mensen op de werkvloer op korte termijn weinig perspectief geeft, dat weinig gedetineerden van de vloer zal halen en dat de bevolking wijsmaakt dat straffeloosheid is voorkomen. Maar weet dat “volk” wat er in ruil voor die “afgewende” straffeloosheid op haar afkomt? Weet het volk dat onvoorbereide grondslapers bij hun vrijlating een groot risico zijn op nieuwe feiten? Weet het volk dat de kans op nieuwe slachtoffers onaanvaardbaar hoog is als we zo doorgaan? Weet iedereen dat eigenlijk?

Dit opiniestuk verscheen eerder in Knack.

Share

Door Serge Rooman

Serge Rooman is filosoof en directeur van de gevangenis van Merksplas.