Ik dacht dat het WK aan de andere kant van de grote plas gehouden werd. In Amerika, Mexico en Canada, niet in mijn eigen Kuregem.
Bleek echter al na drie dagen toernooi dat ik om sommige wedstrijden te volgen niet meer moest doen dan in mijn eigen bed te blijven liggen. Bleek trouwens ook dat de Portugezen in mijn buurt eigenlijk allemaal Brazillianen waren en tot een pak meer lawaai in staat waren dan hun Marokkaanse collega’s. In een buurt waar de meeste mensen proberen zo goed en zo kwaad de dag door te komen zonder al te veel op te vallen werden er plots heuse statements gemaakt. Vlaggen, truitjes, sjaals, slingers, rare autospiegelhoezen.
Nu geef ik in normale omstandigheden steevast de voorkeur aan een volle nacht slaap, maar deze keer slaagde ik er maar niet in om enige vorm van frustratie te koesteren naar al die uitingen van vreugde en verdriet toe. Zelfs niet om 3 uur ’s nachts op een weekdag als door de zoveelste hittegolf alle ramen in huis open moesten blijven en de ene geluidsgolf na de andere vrij spel kreeg.
Toegegeven, dat hing heel hard af van de wedstrijd in kwestie. Op sommige nachten hoorde je helemaal niets. Enkel ijzige stilte. De match tussen Noorwegen en Engeland bijvoorbeeld bracht geen enkele decibel voort in mijn contreien, ook al was ze best spectaculair. Bij andere wedstrijden kon je zowat elk voorval volgen aan de hand van de oeh’s an ah’s die opstegen uit huiskamers, tuinen en pleintjes allerlei.
De luidste reacties waren lang voorbehouden aan de Congolese buren die verzamelen hadden geblazen op het pleintje op de hoek. Ze werden pas in de halve finales van de troon gestoten door onze Argentijnse benedenburen waarvan we tot dan toe dachten dat ze Spaans waren. Niet dus. Bleek ook dat hun stream van de match zo een minuutje vertraging had op die van ons. Dat gaf aanleiding tot mijn nieuwe favoriete spelletje: het wachten op gejuich waarvan jij weet dat het eraan komt maar de juicher in kwestie nog geen idee van heeft.
Nu het toernooi voorbij is, zou je denken dat er van al die nationale trots en vreugde nog amper sporen zijn. Maar nee, er hangen nog steeds Braziliaanse vlaggen en menige jongeling loopt met een Marokkaans truitje rond. Binnenkort verdwijnen de vlaggen weer in een kast en wordt Kuregem opnieuw gewoon Kuregem.
Misschien is dat wel wat ik het mooiste vind aan een WK. Niet de wedstrijden, zelfs niet de goals, maar het feit dat een Brusselse buurt voor even toont hoeveel werelden er achter al die voordeuren schuilgaan. De rest van het jaar zie je buren. Om de vier jaar zie je ook waar hun hart nog een beetje ligt.
Tim Gistelinck

