Na de regen

Het is avond.
Het heeft geregend.
Het heeft heel hard geregend na een warme dag.
Nu is het gestopt.
Ik ga naar buiten.
Naar het park.
Elke avond wandel ik in het park.
In het park is er goede lucht.
Er is vandaag niemand in het park.
Ik ben alleen.

Ik herken het park niet.
Het is anders.
Zo heb ik het park nog nooit gezien.
Er hangt mist.
Maar het is geen mist.
Het zijn geen wolken die naar beneden zijn gekomen.
Het is de regen die als rook uit de warme grond komt.
Zo mooi.
Net een sprookje. Of een film.
Ik ben in een andere wereld. Of is dit de hemel?
Het ruikt heel lekker.
Naar gras en naar daslook.
Fris en pittig.

Een wandelaar komt voorbij.
‘Bonjour,’ zegt hij.
Hij zegt dag omdat er niemand anders is.
Ik loop verder.
Ik maak veel foto’s.
Ik hou veel van bomen.
Al van toen ik kind was.
Ik ben graag dicht bij bomen.
Nu zijn de bomen dicht bij mij.

Ze komen naar mij toe.
Alsof ze tegen mij spreken.
Mij troosten.
Mij alleen.
Waar zijn alle mensen?
Denken ze dat het nog regent?
Zitten ze binnen voor de tv?
Zo spijtig.

Ik kom bij de vijver.
Nog nooit was het hier zo stil.
Ineens ben ik bang.
Ik zit in een griezelfilm.
Straks komt er een monster. Of een zombie.
Maar het is ook romantisch.

Ik wil hier niet weg.
Dit zou ik willen tonen.
Aan mijn vrienden, aan mijn familie.
Ik loop naar de overkant van het park.
Naar de andere vijver, bij de speeltuin.
Ik denk aan een schilderij.
Er zijn geen kinderen in de speeltuin.
Zo stil is het hier nog nooit geweest.

In de rubriek Met minder woorden schrijven we teksten in een duidelijke taal. Voor mensen die Nederlands leren en alle anderen. We werken samen met het Huis van het Nederlands en de website Nederlands Oefenen in Brussel (websiteFacebook-pagina).

Deze bijdrage verscheen eerder op de blog De rode valies. Verhalen uit Brussel.

Share