Een fietservaring rijker

Voel je je als fietser niet op je gemak in Brussel of heb je nood aan een opfrissing van de wegcode? Pro Velo organiseert elke maand met de steun van Mobiliteit Brussel een inspirerende afterworksessie, waarin je ondergedompeld wordt in de theorie en de praktijk. Onze blogger ging luisteren en wisselde zijn zware Villo!-fiets in voor een soepele stadsfiets die de organisatie ter beschikking stelde.

Ik ben weer eens te laat vertrokken. Zwoegend rijd ik de heuvel van Hoogte Honderd op. Ik erger mij aan oponthoud aan de verkeerslichten richting Waterloosesteenweg en negeer de voorrangsregels. Ik sta vloekend stil achter een rij auto’s in de spits. Uitwijken naar het trottoir doe ik vaker in Brussel, bij gebrek aan fietspaden, maar dat is op dit traject geen optie. De rimpelloze duikvlucht naar Flagey doet mijn hart even later opspringen, maar de conclusie na dit enerverende fietstochtje is duidelijk: tijd om de batterijen op te laden bij Bike Experience.

Laura van Pro Velo verwelkomt mij hartelijk in Théâtre Marni. Ze zegt dat er maar 13 deelnemers komen vanavond. Dat ligt aan corona, maar ook aan het wisselvallige weer. Op topdagen in de lente of zomer kan de opkomst oplopen tot 50 personen. Frans is de voertaal bij de sessie, al hoor ik rond mij ook een mondje Nederlands en Engels spreken. Het is een Brussels publiek. “We willen zeker meer Nederlandstalige deelnemers lokken. Is het aanbod nog onvoldoende bekend of te veel afgestemd op Franstaligen? Of is de vraag gewoon minder groot omdat er in Vlaanderen een veel sterkere fietscultuur is dan in Wallonië en Brussel?” Ik krijg een goodiebag aangereikt – met fluohesje, fietsbel, zadelhoesje en handige fietskaart – en neem plaats in het zaaltje.

Assertief en attent

Twee medewerkers van Pro Velo geven een interactieve theoretische les. Ze polsen eerst naar het niveau van de deelnemers. De meesten hebben al alleen gefietst in Brussel. Sommigen gaan zelfs met de fiets naar het werk, Iedereen heeft wel eens stress in het verkeer. Fietsers voelen zich het vaakst onveilig als ze op een druk kruispunt moeten afslaan of als ze links een auto inhalen. Maar de meeste ongevallen gebeuren doordat de weggebruikers elkaar niet zien: fietsers en automobilisten die uit verschillende richtingen het kruispunt oprijden, openzwaaiende autoportieren. Daarnaast vallen fietsers ook geregeld, of dat nu aan het wegdek ligt (gladheid, tramsporen) of door een bruusk manoeuvre.

Aan de hand van vragen krijgen we vervolgens tien verkeerssituaties geserveerd. Dat resulteert in een boel praktische tips en aanbevelingen. Hou één meter afstand van het voetpad en de geparkeerde auto’s. Haal auto’s bij voorkeur langs links in om beter zichtbaar te zijn en uit de dode hoek te blijven. Neem je plaats in op de weg, ook met twee naast elkaar in de bebouwde kom, maar wees altijd waakzaam en hoffelijk. Let op verkeersborden en wegmarkering. Rij op een rotonde in het midden op één rijstrook. Sla links af in meerdere stappen. Rij tussen de tramsporen. Zorg dat je fiets in orde is, pas je kleding aan het weer aan en investeer in een degelijk slot – of meteen twee. En tot slot: geniet van de vele voordelen van het fietsen. Het is gezond, goed voor het milieu én je portefeuille, efficiënt en aangenaam.

Over naar de praktijk. We vormen twee groepen onder begeleiding van ervaren fietsers. Goed zichtbaar met fluohesjes begeven we ons op weg. Eén fietsster heeft duidelijk minder kilometers op de teller en maakt een wat onzekere en trage indruk, maar ook zij slaagt voor de oefeningen. De begeleidster houdt namelijk halt op een aantal plekken tussen Flagey en Jourdan om uitleg te geven bij verkeerssituaties, waarna we één voor één op pad gaan. We slaan links af, rijden op een rondpunt, fietsen in een straat met beperkt eenrichtingsverkeer. De sfeer is gemoedelijk. Er is ook weinig verkeer. ‘Courage’, roept een voetganger ons na als we een helling oprijden.

David Byrne

Als we terug in het theater zijn, wacht ons een hapje en een drankje. In de derde helft kunnen we napraten met andere deelnemers en de begeleiders. Iedereen is blij met het laagdrempelige initiatief. Sommigen houden hun fiets voor twee weken. Of ze gaan voor het natraject: ze worden driemaal begeleid bij een gepersonaliseerd traject, bijvoorbeeld van thuis naar het werk.

Het gesprek gaat over het verbeterde fietsklimaat in Brussel de laatste jaren, maar ook de lange weg die nog af te leggen is. Brussel is nog lang geen Kopenhagen. De auto heeft in België nog altijd een dominante plaats en wordt door de politiek van bedrijfswagens nog altijd ondersteund. Dat duurdere wagenpark wordt weliswaar geëlektrificeerd, maar slechts met mondjesmaat. De verkoop van zware SUV’s zit intussen in de lift. Slecht voor het milieu en onveiliger voor andere weggebruikers. Moet er geen ontradingsbeleid komen om ze uit de stad te houden? Autodelen zou de standaardoptie moeten zijn, niet autobezit. Parkeerplaatsen moeten zo veel mogelijk geschrapt worden uit de openbare ruimte, overstapparkings moeten de toegangspoort tot de stad zijn. Een verbod op reclame voor vervuilende auto’s in navolging van tabaksreclame, iemand? Ik heb gemakkelijk praten: ik heb geen auto en zelfs geen rijbewijs. Ik woon en werk in de stad, heb geen kinderen en kan perfect zonder auto.

Als ik naar huis fiets, doe ik dat bewuster, met meer waardering én een stuk veiliger. Ik herontdek het plezier van het fietsen. Want het is niet alleen de wereld die moet veranderen. Zoals de geweldige David Byrne, een fervente fietser, in zijn concertreeks American Utopia zei: ‘We all need to change. I also need to change.’

De afterworksessies van Bike Experience vinden plaats op de eerste woensdag van de maand, van 18 uur tot 21 uur. De volgende sessie is op 2 maart 2022. Plaats van afspraak is het Théâtre Marni in Elsene, vlak bij Flagey. Schrijf je in op de drietalige website van Bike Experience. Heb je je sporen al verdiend als fietser in Brussel? Het project zoekt ook geregeld coaches, die een korte opleiding krijgen om fietsers te begeleiden.

Share

AboutTom

Nieuwe Brusselaar met een passie voor taal, cultuur en journalistiek. Geboren in Sint-Niklaas. Studeerde Germaanse talen in Gent en woonde na zijn studie zes jaar in Berlijn. Houdt zich bezig met beleid en communicatie binnen de Vlaamse overheid en is journalist in bijberoep.