Arno viert het leven in de AB

Tenzij je de afgelopen dagen onder een steen leefde, kon je er niet omheen: het was de ‘Week van de Belgische Muziek’. Die was dit jaar speciaal om verschillende redenen. Niet alleen werd de heropstart van de livesector voorzichtig in gang gezet, maar het werd er ook eentje die in het teken leek te staan van Arno Hintjens.

We zullen er geen doekjes om winden: het gaat helemaal niet zo goed meer met de man. Sinds eind 2019 lijdt hij aan pancreaskanker, met de vanzelfsprekende ups en downs. Als we de media nu echter mogen geloven, zit Arno vandaag de dag in de laatste periode van zijn leven. En toch. Toch wil hij nog optreden. Het geeft hem kracht, energie en moed om door te gaan. Hij kondigde daarom vijf concerten aan – drie in de Ancienne Belgique en twee in het Kursaal van Oostende – onder het motto ‘Je Veux Live’, een knipoog naar zijn nummer ‘Je veux vivre’.

© CPU – Willem Devriendt

Hij trapte die minitour zaterdagavond af in ‘zijne living’, oftewel de Ancienne Belgique. Hoewel de woorden nooit expliciet in de mond werden genomen, voelde de aanloop naar de concertreeks toch aan alsof het een afscheid was. Arno zelf wilde daar niks van weten: ‘Ik leef vandaag. Morgen bestaat niet.’ Dit was geen afscheid voor de man, zoveel was duidelijk, en dat zag ook een afgeladen volle zaal.

Klokslag half negen openen traag de rode fluwelen doeken, waarna bassist en pianist, en niet veel later ook Arno zelf het podium bewandelen. Badend in het rode licht van de neonletters die ‘VIVRE’ uitspelden, begint het drietal aan wat anderhalf uur muziekgeschiedenis zou worden. “Solo gigolo” grijpt de Ancienne Belgique meteen naar de keel. Kippenvel en hier en daar zelfs een traantje. Met z’n drietjes creëren ze zowat meteen een bijzonder sfeer; emotioneel, maar toch hoopvol. Arno zelf wil het niet hebben over verdriet. Hij houdt met zijn humor het geheel luchtig. Zo spreekt hij het volk aan in de drie landstalen, al is zijn Duits vooral bedoeld om het publiek te laten lachen. Want muziek, dat is voor de man met een lach en een traan. Zo vat hij ook ‘Elle adore le noir’ aan, dat ons stilletjes aan richting een donkere jazzclub leidt.

Arno wil spelen. Arno wil leven. Dat blijkt ook uit het daaropvolgende “Je veux vivre”. ‘Ik ben content. Ik ben hier’, spreekt hij de zaal toe, die er zienderogen alles aan zal doen om van de wereld een plaats te maken ‘où les chiens embrassent les chats’. Zijn stem mag dan wel een stuk rauwer klinken dan in onze herinneringen en Arno ziet er fysiek redelijk vermoeid uit, maar als hij op een podium staat, krijgt niets hem nog klein. Geen corona, en ook geen kanker.

© CPU – Willem Devriendt

Op die manier komt er geleidelijk aan ook wat meer schwung in de set. Zo zorgt de zwoelere bas op ‘Give Me the Gift’ ervoor dat het publiek een beetje loskomt uit de rode zitjes, waarna Arno de voorzet op zijn eigen manier zorgvuldig binnenkopt: ‘Sorry voor het gefluit, dat gaat niet meer zoals vroeger. Da’s een beetje zoals mijn ‘zizi’, die gaat ook niet meer zoals vroeger.’ De voorzichtige angst en lichte rouwsfeer klaren daarmee ook definitief op, waarna het concert nu pas echt in zijn plooi valt. Er was dan ook geen betere manier om dat te vieren dan met ‘Les yeux de ma mère’. ‘s Namiddags nog de nummer één in de Belpop 100 van Radio 1, ‘s avonds een van de vele hoogtepunten van een indrukwekkend concert. Gevolg? Minutenlang applaus en een zichtbaar genietende Arno.

Het werd ook meteen het laatste nummer dat met enkel piano en bas werd gebracht, want plots gaan ook de zwarte gordijnen achter het drietal de lucht in en doorklieft een snedige gitaar de zaal. ‘Meet the Freaks’ knalt met een serieuze plottwist het tweede deel van de avond op gang, die dankzij de fullband voor een heuse energie-injectie zorgt. Arno geniet zienderogen en haalt zelfs zijn luchtgitaar boven. Dit is zijn leven. Hiervoor is Arno in de wieg gelegd.

Hij mag dan wel nog steeds op zijn stoeltje zitten, je ziet dat hij enorm opgaat in zijn muziek. Zo ook bij ‘Oostende bonsoir’, dat hem duidelijk nauw aan het hart ligt. Als een ware stadsvertegenwoordiger trommelt hij de Oostendenaren in de zaal, met mosselen en al, op om met hem mee te zingen, al blijkt dit slechts het begin van een indrukwekkend slotoffensief. Met ‘Ratata’ geeft de man zich helemaal en ook ‘The Parrot Brigade’, een ode aan alle politici, wordt retestrak op de zaal afgevuurd. Het komt zo hard binnen dat hij een vrouw tot bedaren moet brengen: ‘Calme-toi hé. Allez ja, ge weet nooit.’ Het plaatje rond de legende die Arno vandaag de dag is, wordt enkel mooier.

© CPU – Willem Devriendt

‘Het volgende nummer is er eentje voor alle Europeanen. Behalve voor Boris Johnson, want die heeft problemen met zijne kapper.’ De Ancienne Belgique wist meteen hoe laat het was: tijd voor ‘Putain putain’. Arno mag dan wel niet meer zo agressief klinken als op het origineel, de zaal ving dat met plezier op. De elektriciteit in de lucht groeit voelbaar met de minuut, waardoor met ‘O La La La’ de bom eindelijk ontploft. Arno maant iedereen aan om recht te staan en gooit zelf zijn stoel ook aan de kant. De volledige zaal lapt de coronaregels bijgevolg aan zijn laars, waardoor er een groots en energetisch feest ontstaat dat alleen maar omschreven kan worden met het woordje ‘prachtig’. Je veux vivre, je veux live! Neen, dit was geen afscheid, maar een viering van het leven. Kippenvel, geluk, een lach en een traan.

Optreden geeft Arno energie, zoveel is duidelijk. Hij doet na elk nummer teken aan zijn entourage dat het nog gaat, en dus gaat het feestje vrolijk door met ‘Ha Ha’. Arno serveert, het publiek eet guitig uit zijn hand. Bij afsluiter “Whoop That Thing” haalt Arno zelfs nog even zijn mondharmonica uit zijn jaszak, waardoor de cirkel helemaal rond is. De jonge Oostendenaar die zijn eerste stappen in de muziekwereld zette als mondharmonicaspeler, sluit zijn show ook op die manier af, want ondanks minutenlang applaus en gesmeek om een bisronde, was Arno’s pijp helemaal uit. ‘Merci, dank voor alles. Ge zit allemaal in mijn hart.’ Met die woorden verlaat de man het podium, wat menig fan met tranen in de ogen, maar met een lach op het gezicht achterlaat.

 

© CPU – Willem Devriendt

Wie dus verwachtte dat Arno met zijn minitour een eresaluut aan zijn fans zou brengen, had het dus grondig mis. ‘We zijn allemaal mensen, met twee neusgaten in onze neus’, sprak hij afgelopen week nog bij Studio Brussel. Toch lijkt Arno een ras apart te zijn. Na een turbulent leven, een gezegende leeftijd van 72 jaar, een coronacrisis en de diagnose van pancreaskanker, lijkt muziek hem op de een of andere manier gigantisch veel energie te geven. Dat de man er hoogstwaarschijnlijk geen jaren meer zal bijdoen, was al een tijdje duidelijk, maar het ziet er voorlopig nog niet naar uit dat hij bij de pakken blijft zitten. Arno is een artiest in hart en nieren, en dat zal hij altijd blijven. Leef vandaag, want morgen bestaat niet. Met die ingesteldheid en bakken vol respect genoten wij van zijn doortocht, in zijne living. Merci.

Arno speelt op zondag 13 en maandag 21 februari nog twee shows in de Ancienne Belgique, en op zaterdag 19 en vrijdag 25 februari in het Kursaal van Oostende. Alle vier de shows zijn al een hele uitverkocht. Wie er niet bij kan zijn, kan de eerste show terugkijken via deze link.

Lucas Palmans schreef deze recensie voor de muziekwebsite Dansende Beren. De foto’s zijn van Willem Devriendt.

Share